Baan (zenuwstelsel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Met baan wordt in de neurologie de verbinding tussen twee willekeurige delen van het zenuwstelsel bedoeld. Deze verbinding bestaat over het algemeen concreet uit bundels zenuwcellen die door myeline worden omgeven. Als geheel staat deze verbinding bekend als de witte stof.

De eerste neurale banen werden ontdekt in de Renaissance, toen men begon met het onderzoeken van de hersenen van overleden personen. Voorbeelden hiervan zijn het corpus callosum, de tractus corticospinalis en de pedunculus cerebri. Toen de neuroanatomie later vooruitgang boekte ging men het begin- en eindpunt van neurale banen in de namen verwerken, zoals bij de fibrae nigrostriatales die vanuit de substantia nigra naar het (neo)striatum loopt. Nog een belangrijke baan is de fasciculus arcuatus.

Opbouw en functie[bewerken]

Banen van zenuwcellen bestaan over het algemeen uit axonen. Indien deze axonen door myeline worden omhuld ziet de baan er wit uit, omdat myeline voornamelijk uit lipiden bestaat. Bij afwezigheid van deze stof ziet de pathway er beige- of grijsachtig uit. Sommige axonen het menselijk lichaam zijn een meter lang of nog langer, bijvoorbeeld die van de motorische zenuwcellen. De allerlangste axon loopt vanuit de grote teen naar de medulla oblongata en is soms meer dan twee meter lang.