Babur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Buste van Babur
Buste van Babur
Bābur op een Mongools miniatuurschilderij
Bābur op een Mongools miniatuurschilderij

Bābur [bä'bər]? (Turks voor leeuw), ook gespeld als Babar of Baber, geboren als Ẓahīr-ud-dīn Mohammed (15 februari 1483, Andizhan, nu in Oezbekistan26 december 1530, Agra, India) was de stichter van het Mogoelrijk en de Mogoeldynastie. Hij was de zoon van Omar Shaikh (ca 1455 - 1494) en van Qutlugh Nigar Khanum (ca 1458 - 1505). Hij was de dubbele erfgenaam van de Mongoolse veroveraar Dzjengis Khan en van Timoer Lenk.

Zijn vroege leven werd gedomineerd door het opeenvolgend overlijden van zijn vader (1494) en zijn twee vaderlijke ooms, waardoor een strijd uitbrak voor de opvolging in Samarkand. Babur maakte zich nog heel even meester van de stad met behulp van zijn neef Sultan Ali, maar kon zijn krijgsheren geen beloning bieden in de volledig geplunderde stad. Twee machtige krijgers die onder Babur gestreden hadden, Sultan Ahmad Tambal en Uzun Hasan, rebelleerden zich openlijk tegen hem, en zetten zijn broer Jahangir Mirza op de troon van Andizhan. Babur verliet Samarkand maar het lukte hem niet om Andizhan terug in te palmen. Voor de eerste maal in zijn leven was hij een koning zonder rijk. Hij zou nog tot het jaar 1500 pogingen doen om zijn erfrecht te doen gelden, maar een andere dreiging stak de kop op. Shaybani Khan had intussen alle Oezbeekse klannen verenigd, en beschikte over een immens leger, waarmee hij Samarkand wenste in te nemen. Shaybani Khan schakelde al zijn tegenstanders uit, waaronder familieleden van Babur en de gehate tiran Ahmad Tambal. Babur zocht vanaf dit moment andere oorden op, gevolgd door zijn volgelingen, die eveneens de regio wilden verlaten.

In 1504 veroverde hij Kaboel. Hij sluit een bondgenootschap met zijn verre oom Sultan Hoessein Bayqara om opnieuw Samarkand in te nemen, maar na de dood van die laatste, geeft hij deze plannen op. Zijn laatste poging vindt plaats in 1511, nadat Shaybani Khan wordt onthoofd na zijn nederlaag tegen de Perzische vorst Ismail I, in de slag van Merv. Hij blijft er 8 maanden, en de Oezbeken jagen hem terug weg. Hij ziet definitief af van Samarkand.

Vanaf 1517 wordt Ibrahim Lodhi de sultan van Delhi. Hij is een gehate figuur die zijn eigen broer liet vergiftigen en zich wreed gedraagt met zijn raadgevers en hofpersoneel. Lodhi's oom, Alam Khan, vraagt Bābur in naam van de geterroriseerde hovelingen, zijn hulp om Lodhi omver te werpen. Met een leger van 12.000 mensen viel hij India binnen. Zijn tegenstander beschikte over een leger van 100.000 man en 1000 olifanten, maar moest toch het onderspit delven op 21 april 1526 in de Slag van Panipat. Door Lodhi's onpopulariteit, was zijn leger ongecoördineerd en had met massale desertie te maken. Babur schaft het sultanaat af en roept zich uit tot eerste Moghulkeizer. Hij vestigt zijn hoofdstad in Agra.

De strijd was nog niet over. Een nog machtiger vijand, Rana Sanga, de vorst van Mewar, had een gigantisch leger van Rajputs op touw gezet. Het verraad van een zekere Hasan Khan Mewati had Babur woedend gemaakt. De man was overgelopen naar Sanga de Ongelovige, en Babur marcheerde diens territoria binnen om de afvallige moslimchef in te rekenen. Een confrontatie was onvermijdelijk, en vond plaats in Khanua op 17 maart 1527. Babur, terug in de minderheid, had het gigantische leger van Rana Sanga vernietigd. In werkelijkheid was het leger veel te groot geweest, tot op het oncontroleerbare toe. Babur, die over munitie beschikte, had angst aan de talrijke olifanten aangejaagd, die hun eigen mensen onder de voet liepen. Babur heerste daarna over een groot deel van het Indische subcontinent.

Zijn overlijden is één van de vreemdste voorvallen uit zijn leven. Humayun, zijn zoon was dodelijk ziek. Hij bad rond het ziekenbed van Humayun en vroeg om in zijn plaats te mogen sterven. Blijkbaar werden zijn gebeden aanhoord : Humayun genas en Babur werd op zijn beurt dodelijk ziek. Hij overleed op 26 december 1530 op de leeftijd van 48 jaar.

Zijn autobiografie, de Baburnama, is een uniek werk. Het verschaft de lezer een enig beeld op de sociale hiërarchie bij de moslims, laat een blik toe in het gevoelsleven en de intimiteit van een middeleeuwse moslimvorst. Babur was een polygamist, met één belangrijke echtgenote, Maham, en een vijftal concubines. In totaal kreeg hij 17 kinderen. Opmerkelijke passages zijn de beschrijving van zijn aantrekkingskracht tot een jongen. Een hedendaags taboe in de moslimcultuur en in de middeleeuwen een erg courante werkelijkheid. Babur verbergt ook zijn drankorgieën niet en zijn ervaringen met een drug, die "majun" genaamd wordt. De Baburnama is een kijk op een mens met alles wat erbij hoort : zijn vreugdes, liefdes, woedes, sterktes en zwaktes.

[bewerk] Externe links

 
Persoonlijke instellingen