Babur
| Babur | ||
| 1483 - 1530 | ||
| Bābur op een Mongools miniatuurschilderij | ||
| Heerser van het Mogolrijk | ||
| Periode | 1526 - 1530 | |
| Voorganger | -- | |
| Opvolger | Humayun | |
| Vader | Umar Sheykh Mirza | |
| Moeder | Qutlaq Nigar Khanum | |
Bābur [bä'bər]?, ook gespeld als Babar of Baber, geboren als Ẓahīr-ud-dīn Mohammed (15 februari 1483, Andizhan, nu in Oezbekistan – 26 december 1530, Agra, India) was de stichter van het Mogolrijk en de Mogoldynastie. Hij was de zoon van Omar Shaikh (ca 1455 - 1494) en van Qutlugh Nigar Khanum (ca 1458 - 1505). Hij was de dubbele erfgenaam van de Mongoolse veroveraar Dzjengis Khan en van Timoer Lenk.
Inhoud |
[bewerken] Baburs naam
Zahir ud-Din Mohammad wordt vaak Babur genoemd. Baburs neef, Mirza Mohammad Haydar, schreef:
- Toen waren de Chaghatái erg onbeschoft en barbaars (bázári), en niet verfijnd (buzurg) zoals zij nu zijn; dus vonden zij Zahir-ud-Din Muhammad moeilijk om uit te spreken, en gaven hem om deze reden de naam Bábar. In de publieke gebeden (khutba) en in koninklijke mandaten wordt hij altijd 'Zahir-ud-Din Bábar Muhammad' genoemd, maar hij staat bekend bij de naam Bábar Pádisháh.[1]
De Chaghatai waren Mongoolse stammen die afstamden van Dzjengis Khans tweede zoon, Chagatai Khan.
Volgens Stephen Frederic Dale, is de naam Babur van het Perzische woord babr (luipaard of tijger) afgeleid, omdat het woord babr regelmatig in Ferdowsi's Shahnameh voorkomt.[2]. Anderen stellen dat het een leenwoord uit het Indo-Iraanse Sanskriet is.[3]. Deze stelling wordt gesteund door de "Royal Asiatic Society of Great Britain and Ireland", verklarend dat de Turks-Mongoolse naam Timoer een gelijksoortige evolutie onderging van het Sanskriet woord cimara (ijzer), via een veranderde versie *čimr naar de laatste geturkificeerde vorm timür, waar -ür de -r uit *čimr verving dankzij de Turkische vocaal harmonie (daarom babr → babür).[4]. Aan de andere kant, volgens W.M. Thackston, kan de naam niet van babr zijn afgeleid, maar is het een leenwoord dat ontwikkeld is uit een Indo-Europees woord voor bever, wijzend naar het feit dat de naam babr wordt uitgesproken als bāh-bor in zowel het Perzisch en Turkisch (vergelijk het Russische woord voor bever, "бобр" bobr). De editie uit 1910 van de Encyclopedia Britannica stelt dat de naam is geleend "van een Turkisch woord voor tijger of leeuw".[5]
[bewerken] Levensloop
Zijn vroege leven werd gedomineerd door het opeenvolgend overlijden van zijn vader (1494) en zijn twee vaderlijke ooms, waardoor een strijd uitbrak voor de opvolging in Samarkand. Babur maakte zich nog heel even meester van de stad met behulp van zijn neef Sultan Ali, maar kon zijn krijgsheren geen beloning bieden in de volledig geplunderde stad. Twee machtige krijgers die onder Babur gestreden hadden, Sultan Ahmad Tambal en Uzun Hasan, rebelleerden zich openlijk tegen hem, en zetten zijn broer Jahangir Mirza op de troon van Andizhan. Babur verliet Samarkand maar het lukte hem niet om Andizhan terug in te palmen. Voor de eerste maal in zijn leven was hij een koning zonder rijk. Hij zou nog tot het jaar 1500 pogingen doen om zijn erfrecht te doen gelden, maar een andere dreiging stak de kop op. Shaybani Khan had intussen alle Oezbeekse klannen verenigd, en beschikte over een immens leger, waarmee hij Samarkand wenste in te nemen. Shaybani Khan schakelde al zijn tegenstanders uit, waaronder familieleden van Babur en de gehate tiran Ahmad Tambal. Babur zocht vanaf dit moment andere oorden op, gevolgd door zijn volgelingen, die eveneens de regio wilden verlaten.
In 1504 veroverde hij Kaboel. Hij sluit een bondgenootschap met zijn verre oom Sultan Hoessein Bayqara om opnieuw Samarkand in te nemen, maar na de dood van die laatste, geeft hij deze plannen op. Zijn laatste poging vindt plaats in 1511, nadat Shaybani Khan wordt onthoofd na zijn nederlaag tegen de Perzische vorst Ismail I, in de slag van Merv. Hij blijft er 8 maanden, en de Oezbeken jagen hem terug weg. Hij ziet definitief af van Samarkand.
Vanaf 1517 wordt Ibrahim Lodhi de sultan van Delhi. Hij is een gehate figuur die zijn eigen broer liet vergiftigen en zich wreed gedraagt met zijn raadgevers en hofpersoneel. Lodhi's oom, Alam Khan, vraagt Bābur in naam van de geterroriseerde hovelingen, zijn hulp om Lodhi omver te werpen. Met een leger van 12.000 mensen viel hij India binnen. Zijn tegenstander beschikte over een leger van 100.000 man en 1000 olifanten, maar moest toch het onderspit delven op 21 april 1526 in de Slag bij Panipat. Door Lodhi's onpopulariteit, was zijn leger ongecoördineerd en had met massale desertie te maken. Babur schaft het sultanaat af en roept zich uit tot eerste Moghulkeizer. Hij vestigt zijn hoofdstad in Agra.
De strijd was nog niet over. Een nog machtiger vijand, Rana Sanga, de vorst van Mewar, had een gigantisch leger van Rajputs op touw gezet. Het verraad van een zekere Hasan Khan Mewati had Babur woedend gemaakt. De man was overgelopen naar Sanga de Ongelovige, en Babur marcheerde diens territoria binnen om de afvallige moslimchef in te rekenen. Een confrontatie was onvermijdelijk, en vond plaats in Khanua op 17 maart 1527. Babur, terug in de minderheid, had het gigantische leger van Rana Sanga vernietigd. In werkelijkheid was het leger veel te groot geweest, tot op het oncontroleerbare toe. Babur, die over munitie beschikte, had angst aan de talrijke olifanten aangejaagd, die hun eigen mensen onder de voet liepen. Babur heerste daarna over een groot deel van het Indische subcontinent.
Zijn overlijden is één van de vreemdste voorvallen uit zijn leven. Humayun, zijn zoon was dodelijk ziek. Hij bad rond het ziekenbed van Humayun en vroeg om in zijn plaats te mogen sterven. Blijkbaar werden zijn gebeden aanhoord : Humayun genas en Babur werd op zijn beurt dodelijk ziek. Hij overleed op 26 december 1530 op de leeftijd van 48 jaar.
Zijn autobiografie, de Baburnama, heeft hij in het Chagatai Turks geschreven en is een uniek werk. Het verschaft de lezer een enig beeld op de sociale hiërarchie bij de moslims, laat een blik toe in het gevoelsleven en de intimiteit van een middeleeuwse moslimvorst. Babur was een polygamist, met één belangrijke echtgenote, Maham, en een vijftal concubines. In totaal kreeg hij 17 kinderen. Opmerkelijke passages zijn de beschrijving van zijn aantrekkingskracht tot een jongen. Een hedendaags taboe in de moslimcultuur en in de middeleeuwen een erg courante werkelijkheid. Babur verbergt ook zijn drankorgieën niet en zijn ervaringen met een drug, die "majun" genaamd wordt. De Baburnama is een kijk op een mens met alles wat erbij hoort : zijn vreugdes, liefdes, woedes, sterktes en zwaktes.
[bewerken] Voetnoten
- ↑ Tarikh-i-Rashidi: A History of the Moghuls of Central Asia, Elias and Denison Ross (ed. and trans.), 1898, reprinted 1972.
- ↑ An example from the section where Houshang, the son of Siamak is described: ترا بود باید همی پیشرو که من رفتنیام تو سالار نو پری و پلنگ انجمن کرد و شیر ز درندگان گرگ و ببر دلیر Shahnameh, the Moscow edition.
- ↑ Thumb, Albert, Handbuch des Sanskrit, mit Texten und Glossar, German original, ed. C. Winter, 1953, Snippet, p.318
- ↑ Journal of the Royal Asiatic Society of Great Britain & Ireland, Cambridge University Press, 1972. Snippet, p.104.
- ↑ [ The Encyclopedia Britannica]
[bewerken] Externe links
- Babur Nama: Journal of Emperor Babur, Zahir Uddin Muhammad Babur, Translated from Chaghatay Turkic by Annette Susannah Beveridge, Abridged, edited and introduced by Dilip Hiro. ISBN 978-0-14-400149-1; ISBN 0-14-400149-7. - Baburnama Online
| Zie de categorie Babur van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |