Bahá'í-pelgrimsreis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een bahá'í-pelgrimsreis bestaat momenteel uit een bezoek aan de bahá'í-heilige plaatsen in Haifa, Akká en Bahjí in het Bahá'í-wereldcentrum in noordwest Israël. Bahá'ís hebben geen toegang tot andere plaatsen aangewezen als locaties voor de pelgrimsreis.

Bahá'u'lláh verordende in de Kitáb-i-Aqdas de pelgrimsreis naar twee plaatsen: het Huis van Bahá'u'lláh in Bagdad, Irak en het Huis van de Báb in Shiraz, Iran. In twee afzonderlijke tafelen bekend als Suriy-i-Hajj, heeft hij specifieke riten voorgeschreven voor elk van deze plaatsen (het gebod over het scheren van het hoofd voor de pelgrimsreis werd in de Kitáb-i-Aqdas afgeschaft). Het is verplicht om de pelgrimsreis te maken,"als men het kan veroorloven en in staat is om het te doen en als er geen obstakel in de weg staat." Bahá'ís zijn vrij om te kiezen tussen de twee huizen, een bezoek aan één ervan is voldoende. Later heeft 'Abdu'l-Bahá de graftombe van Bahá'u'lláh in Bahjí (de Qiblih) aangewezen als een plaats voor pelgrimage. Hiervoor zijn geen riten voorgeschreven voor.

De aangewezen locaties voor de pelgrimsreis zijn niet toegankelijk voor de meerderheid van de bahá'ís, omdat ze in Irak en Iran staan. Dus wanneer bahá'ís momenteel spreken over de pelgrimsreis, bedoelt met de negendaagse pelgrimsreis die plaatvindt in het Bahá'í-wereldcentrum in Haifa en Akká in Israël. Deze reis dient niet ter vervanging van de pelgrimsreis naar de aangewezen plaatsen. Het is de bedoeling dat de bedevaart naar het Huis van de Báb en het Huis van Bahá'u'lláh zullen plaatsvinden in de toekomst.

Huis van Bahá'u'lláh[bewerken]

Het Huis van Bahá'u'lláh in Bagdad, Irak ook bekend als het "Grootste Huis" (Bayt-i-A'zam) en het "Huis van God", is waar Bahá'u'lláh woonde van 1853 tot 1863 (behalve voor twee jaar, toen hij in de bergen van Koerdistan, ten noordoosten van Bagdad, in de buurt van de stad Sulaimaniya). Het is gelegen in de wijk Kadhimiya van Bagdad, in de buurt van de westelijke oever van de rivier de Tigris. Het wordt in de Kitáb-i-Aqdas aangewezen als een bedevaartsoord en wordt door bahá'ís beschouwd als een heilige plaats.

Tijdens de jaren twintig van de 20e eeuw werd het huis in beslag genomen door Shí'ih autoriteiten, die vijandig stonden tegenover het Bahá'í-geloof. De Raad van de Volkenbond erkende de vordering van de bahá'ís op het huis, maar het is tot op heden niet teruggegeven aan de Bahá'í-gemeenschap.

Huis van de Báb, Shiraz[bewerken]

In dit huis in Shiraz, Iran, verklaarde de Báb zijn missie aan Mullá Husayn op 23 mei 1844.

In 1942-3 werd het beschadigd door brand tijdens een aanval door vijanden van het Bahá'í-geloof. In 1955 werd het verwoest, maar later weer gerestaureerd. In 1979 werd tijdens de Iraanse Revolutie nogmaals vernietigd. In 1981 werd de site omgebouwd tot een weg en een openbaar plein. Onlangs werd een moskee gewijd aan de 'Beloofde' naast de site gebouwd.

Huidige negendaagse pelgrimsreis[bewerken]

Plaatsen van het bahá'í-pelgrimsreis

De plaatsen die bahá'ís bezoeken tijdens de huidige negendaagse pelgrimsreis in het Bahá'í-wereldcentrum omvatten de volgende. Zie Bahá'í-wereldcentrumgebouwen voor meer informatie over elk gebouw.

Bahjí:

Haifa:

  • Graftombe van de Báb
  • Bahá'í-terrassen
  • Arc
    • Zetel van het Universele Huis van Gerechtigheid
    • Zetel van het Internationaal Onderrichtscentrum
    • Centrum voor de Studie van de Teksten
    • Internationale Archiefgebouw
    • Monument-tuinen
  • Site van het toekomstige Huis van Aanbidding
  • Huis van 'Abdu'l-Bahá
  • Rustplaats van Amatu'l-Bahá Rúhíyyih Khanum
  • Pelgrim Huizen:
    • Eastern Pilgrim House
    • 10 Haparsim Street
    • 4 Haparsim Street

Akká:

  • Tuin van Ridván, Akká
  • Huis van `Abbúd
  • Huis van `Abdu'lláh Páshá
  • Mazra'ih

De negendaagse pelgrimsreis staat alleen open voor bahá'ís en hun partners die zich hebben ingeschreven voor de pelgrimsreis.

Bronnen[bewerken]

Externe links[bewerken]