Bak (trein)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een bak is spoorjargon voor een deel van een passagierstrein of een gelede tram.

Inhoud

[bewerken] Trein

Bij een trein kan dit zowel een rijtuig of een motorrijtuig als een deel van een treinstel zijn.

[bewerken] Bakindeling

Om de samenstelling van een trein of treinstel te beschrijven worden per bak een aantal eigenschappen gecodeerd weergegeven. Deze codes zijn vaak ook te zien onderaan op de zijkant van een bak.

Bij goederenwagens wordt een internationaal codeschema gebruikt. Bij rijtuigen verschillen de betekenissen van de codes sterk per land. Zo zijn de Nederlandse bakcodes voor rijtuigen een stuk eenvoudiger dan bijvoorbeeld de Duitse.

De betekenissen van de huidige Nederlandse bakcodes die worden gebruikt op rijtuigen en treinstellen worden in de volgende paragrafen uitgelegd.

De codificatie die gebruikt wordt voor goederenwagens is hier te vinden.

[bewerken] Hoofdletters

De hoofdletters geven meestal aan wat voor afdelingen zich in het rijtuig bevinden.

  • A: Afdeling eerste klasse
  • B: Afdeling tweede klasse
  • C: Afdeling derde klasse
  • D: Bagage-/dienstruimte
  • F: Fietsenafdeling
  • K: Keukenafdeling
  • P: Postafdeling
  • WL: "Wagon Lits", slaaprijtuig
  • WR: "Wagon Restaurant", restauratierijtuig

[bewerken] Kleine letters

De kleine letters geven meestal de kenmerken van het rijtuig aan. De kleine letters worden achter de hoofdletter(s) geplaatst, met uitzondering van de m. Bij de Koploper is ook de s voor de hoofdletters geplaatst.

  • m: rijtuig met aandrijving / motorbak
  • c: "couchette", afdeling is ingericht om in te slapen
  • f: afdeling is ingericht voor stalling van fietsen
  • k: koprijtuig van een treinstel/treinstam (niet in de bakcode aangegeven bij getrokken rijtuigen, met uitzondering van DDM)
  • r: afdeling is ingericht als restauratie
  • s: stuurstandrijtuig (niet in de bakcode aangegeven bij treinstellen)
  • v: dubbeldeksrijtuig
  • z: zonder toilet (wordt vaak niet in de bakcode aangegeven)

[bewerken] Voorbeelden

  • De treinstellen Plan V hebben de indeling ABk + Bk. Dat wil zeggen één koprijtuig met eerste en tweede klas, gekoppeld met een koprijtuig met alleen tweede klas. Beide rijtuigen zijn overigens aangedreven, maar dat is niet in de bakcode aangegeven.
  • Een Koploper met vier rijtuigen heeft de indeling mBDk + mB + A + sBFk. Met andere woorden een aangedreven koprijtuig met tweede klas en een bagageafdeling, gekoppeld met een aangedreven tussenrijtuig tweede klasse, een tussenrijtuig eerste klasse en een koprijtuig met tweede klasse en fietsenafdeling.
  • Van de rijtuigen type ICR bestonden er voor de verbouwing rijtuigen tweede klasse (B), rijtuigen eerste klasse (A), rijtuigen met eerste en tweede klasse (AB), rijtuigen tweede klasse met bagage- en keukenafdeling (BKD) en stuurstandrijtuigen met tweede klasse (Bs).
  • De elektrische GTW's van Arriva en van Veolia heeft een apart motorgedeelte (powerpack); hierdoor heeft hij een bakindeling waar bij de m losstaat van de rest: Bk-m-Bk of Bk-B-m-Bk voor respectievelijk de GTW2/6 en de GTW2/8

[bewerken] Cijferborden

Om te zorgen dat treinen van verschillende lengte op de goede plek langs het perron stoppen, zijn langs het spoor genummerde cijferborden geplaatst (in Nederland zijn dit ruitvormige blauwe borden, ook wel 'bakborden' genoemd), waarvoor een machinist, overeenkomstig de baklengte, dient te stoppen. Hij weet dan zeker dat de hele trein langs het perron staat, en bovendien zo veel mogelijk in de buurt van de reizigerstoegang.

Is het spoor door een wissel in tweeën gedeeld, dan staan er soms twee cijfers op het bakbord. Het bovenste cijfer geldt voor een lange trein die het hele spoor gebruikt. Het onderste cijfer geldt voor een korte trein die de tweede helft van het spoor (voorbij een wissel) gebruikt.

Ook bij stations van de Rotterdamse en Amsterdamse metro worden dergelijke borden gebruikt, alleen wordt hier niet het aantal bakken, maar het aantal metrostellen op vermeld.

[bewerken] Tram

Bij gelede trams heeft iedere bak een letter, maar niet in alfabetische volgorde. Bij een dubbelgelede tram is er sprake van de A-, C- en B-bak. Hierbij bepaalt de cabine de A-bak, de hulpstuurstand (of tweede cabine bij twee-richtingmaterieel) de B-bak, terwijl het middendeel als (centrale) C-bak bekend staat. Een volgende geleding geeft dan de A-C-D-B bakindeling, en vervolgens: A-C-E-D-B enzovoort.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren