Kabinet-Balkenende III
| Kabinet-Balkenende III | ||||
| Coalitie | CDA, VVD | |||
| Zeteltal TK | 44 + 27 = 71 | |||
| Premier | Jan Peter Balkenende | |||
| Beëdiging | 7 juli 2006 | |||
| Demissionair | 22 november 2006 | |||
| Ontslagdatum | 22 februari 2007 | |||
| Voorganger | Balkenende II | |||
| Opvolger | Balkenende IV | |||
| Overzicht kabinetten | ||||
|
||||
Het kabinet-Balkenende III werd beëdigd op 7 juli 2006 na een crisis in en het daaropvolgende ontslag van het kabinet-Balkenende II. Dit demissionair minderheidskabinet bestaande uit het Christen-Democratisch Appèl (CDA) en de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) werd onderhandeld door voormalig minister-president Ruud Lubbers. De belangrijkste taken voor dit rompkabinet was het voorbereiden van de vervroegde verkiezingen op 22 november 2006 en van de begroting van 2007. Op 22 februari 2007 werd het kabinet opgevolgd door het kabinet-Balkenende IV, bestaande uit het Christen-Democratisch Appèl (CDA), de Partij van de Arbeid (PvdA) en de ChristenUnie (CU).
Hoewel slechts een minderheid van de leden van de Tweede Kamer werd vertegenwoordigd in het kabinet, had het kabinet alle macht om wetten voor te stellen, die elk een meerderheid nodig hadden in het parlement. De partijen van het derde kabinet-Balkenende hadden wel een meerderheid (38 zetels tegenover 37 zetels) in de Eerste Kamer.
Minderheidskabinetten zijn zeldzaam in de Nederlandse politiek: het vorige minderheidskabinet was het kabinet-Van Agt III.
Inhoud |
[bewerken] Kabinetsformatie
De kabinetsformatie verliep als volgt:
- Ontslagaanvraag van het vorige kabinet (Balkenende II): 30 juni 2006
- Duur formatie: 7 dagen
- informateur: Ruud Lubbers (CDA), 5 dagen
- formateur: Jan Peter Balkenende (CDA), 2 dagen
- Beëdiging van het kabinet: 7 juli 2006
[bewerken] Samenstelling
Het kabinet bestond uit de volgende ministers en staatssecretarissen:
[bewerken] Ministers
[bewerken] Staatssecretarissen
| Onderwijs, Cultuur en Wetenschap(pen) | Bruno Bruins | VVD |
| Defensie | Cees van der Knaap | CDA |
| Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer | Pieter van Geel | CDA |
| Verkeer en Waterstaat | Melanie Schultz van Haegen | VVD |
| Economische Zaken | Karien van Gennip | CDA |
| Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Henk van Hoof | VVD |
| Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Clémence Ross-van Dorp | CDA |
[bewerken] Verloop
De twee voornaamste taken van dit kabinet waren
- Het voorbereiden van de begroting van 2007
- Het uitschrijven van vervroegde verkiezingen voor de Tweede Kamer op 22 november 2006
Voormalig staatssecretaris Joop Wijn van Financiën werd in het nieuwe kabinet de nieuwe minister van Economische Zaken, als opvolger van de D66'er Laurens Jan Brinkhorst. Minister Alexander Pechtold (Bestuurlijke Vernieuwing) werd opgevolgd door Atzo Nicolaï, tot dan toe staatssecretaris van Europese zaken.
Een groot deel van de oppositie van de Tweede Kamer was geen voorstander van dit minderheidskabinet dat moest regeren met - afhankelijk van het onderwerp - de steun van de LPF, ChristenUnie en de SGP; voor het belastingplan kon het kabinet Balkenende III ook, ironisch, rekenen op de steun van D66. Het Kabinet-Colijn V, ook een minderheidskabinet, werd al bij zijn eerste optreden door de Kamer weggestemd. Dat kabinet was echter gevormd zonder dat de oppositiepartijen (die dus de meerderheid vormden) geraadpleegd waren.
D66-fractievoorzitter Lousewies van der Laan kondigde op de dag van benoeming van de formateur van dit kabinet aan te overwegen tijdens het debat over de regeringsverklaring een motie van wantrouwen in te dienen tegen het nieuwe minderheidskabinet. Zij wilde dat doen om duidelijk te maken dat zij een kabinet met Rita Verdonk als minister niet aanvaardbaar vond. In het openingsdebat omtrent de regeringsverklaring werd deze dreiging echter niet in praktijk gebracht.
Op 21 september 2006, ruim twee maanden na de start van de regeringsperiode, werd het eindrapport van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid over de Brand in het cellencomplex van Schiphol bekendgemaakt. Naar aanleiding hiervan maakten de ministers Donner (Justitie) en Dekker (VROM) bekend aan de Koningin te verzoeken hun ontslag te verlenen. Op 22 september 2006 werd bekend dat hun opvolgers respectievelijk Ernst Hirsch Ballin en Pieter Winsemius werden.
Op 13 december dreigde voor Balkenende III een crisis na een aangenomen motie van afkeuring tegen minister Rita Verdonk (Vreemdelingenzaken) wegens haar weigering om een meerderheidsbesluit van de Tweede Kamer uit te voeren. VVD-fractievoorzitter Mark Rutte had al voor de stemming gedreigd met het opstappen van de VVD-ministers in het geval een dergelijke motie aangenomen zou worden.[1] Na lang kabinetsberaad werd besloten dat de VVD in het belang van het land in de regering zou blijven, en dat de portefeuille vreemdelingenzaken onder verantwoordelijkheid van minister Hirsch Ballin zou komen te vallen.
[bewerken] Reden ontslagaanvraag
Het kabinet bood op 22 november 2006 zijn ontslag aan, zoals gebruikelijk bij de ontbinding van de Tweede Kamer als gevolg van nieuwe verkiezingen, en werd zodoende demissionair. Het ontslag werd verleend op 22 februari 2007, toen het kabinet-Balkenende IV in functie trad.
[bewerken] Zie ook
- Kabinetscrisis over het functioneren van minister Verdonk
- Kabinetsformatie Nederland midden 2006
- Tweede Kamerverkiezingen 2006
[bewerken] Externe links
- Eindverslag formateur mr.dr. J.P. Balkenende, Bureau woordvoering kabinetsformatie
- Brief Balkenende aan TK over uitkomst kabinetsberaad, Rechtennieuws.nl, 14 december 2006
- Premier weigerde VVD'ers ontslag. NRC Handelsblad, 23 december 2006; bijgewerkt 22 augustus 2008
Bronnen, noten en/of referenties:
- ↑ Verdonk stort kabinet in crisis, de Volkskrant, 13 december 2006