Baltic Dry Index

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Baltic Dry Index (BDI) is de belangrijkste graadmeter voor tarieven van de bulkscheepvaart. Het wordt dagelijks gepubliceerd door de Londense Baltic Exchange. De koers wordt samengesteld op basis van de tarieven die betaald worden om grondstoffen te vervoeren op de 25 drukst bevaren scheepvaartroutes.

De Baltic Dry Index is voor economen van belang, omdat deze de wereldeconomie vrijwel direct volgt zonder politieke of andere invloed. Waar andere economische indicatoren beïnvloed kunnen worden — werkgelegenheidscijfers zijn vaak schattingen, consumentenvertrouwen meet niet veel meer dan sentiment, vaak zonder link met consumentenuitgaven en het bruto nationaal product wordt regelmatig aangepast — reageert de BDI slechts op het volume van de wereldhandel. Ook het speculatieve element van de beurs ontbreekt, omdat men slechts een schip chartert als men lading te vervoeren heeft.

Werking[bewerken]

Elke werkdag onderzoeken de Baltic Dry Exchange handelaars over de hele wereld de kostprijs van wat het zou kosten om verschillende soorten van ruwe materialen te transporteren over verschillende routes (bijvoorbeeld 100.000 ton ijzererts van San Francisco naar Hong Kong of 1.000.000 m³ rijst van Bangkok naar Tokyo)[1].

De index wordt dan opgemaakt aan de hand van Supramax-, Panamax- en Capesize-indexlijsten.[2] Deze indexlijsten zijn gebaseerd op een professionele beoordeling door een internationale groep scheepsmakelaars.

De BDI-factoren in de 4 verschillende oceangoing bulktransportschepen zijn:

Scheepsclassificatie Draagvermogen in ton  % Wereldvloot  % Bulk-scheepvaart[3]
Capesize 100.000+ 10% 62%
Panamax 60.000-80.000 19% 20%
Supramax 45.000-59.000 37% 18%
Handysize 15.000-35.000 34% 18%[4]

De BDI is gebaseerd op de US dollar, met als gevolg dat de BDI beïnvloed wordt door de waarde van de US dollar.

De index kan op een geregelde basis gevolgd worden via de Baltic Exchange of via financiële informatie- en nieuwsdiensten zoals Thomson Reuters and Bloomberg L.P.

Waarom economen en beurzen dit gebruiken[bewerken]

De index meet de vraag van de te verschepen capaciteit en de beschikbaarheid van bulkvaartschepen. De vraag naar het verschepen varieert met de hoeveelheid lading die verhandeld wordt of verplaatst wordt naar een andere markt (vraag).

De levering van vrachtschepen is over het algemeen zowel strak als inelastisch. Het vergt twee jaar om een nieuw schip te bouwen en de schepen zijn te duur om ze uit omloop te halen. Hierdoor kan, wanneer de marginale vraagkost stijgt, de index zeer snel stijgen. Het omgekeerde geldt hier ook, als de marginale vraagkost zeer snel daalt, dan daalt de index zeer snel. Bijvoorbeeld „Als u 100 schepen hebt die voor 99 ladingen concurreren, dan dalen de tarieven, terwijl als u 99 schepen hebt die voor 100 ladingen concurreren, dan stijgen de tarieven..."[5] Met andere woorden, kunnen kleine vlootveranderingen en logistieke omstandigheden de tarieven snel laten veranderen. De index meet dus onrechtstreeks de globale vraag en aanbod voor de goederen die aan boord van bulkcarriers worden verscheept zoals bouwmaterialen, steenkool, metaalertsen.

Omdat de bulkscheepvaart hoofdzakelijk materialen vervoert die dienen voor grondstoffeninput van halfafgewerkte of afgewerkte goederen (zoals beton, elektriciteit, staal, en voedsel) kan de index worden gezien als nauwkeurige economische indicator van de toekomstige economische groei en productie.[6]

Een andere index, Harpex, concentreert zich op containervracht. Het verstrekt een inzicht op het vervoer van een veel bredere basis van commerciële goederen.

Referenties[bewerken]

  1. Why you should care about The Baltic Dry Index
  2. De Supramax-indexlijst bevat sedert 3 januari 2006 de Handymax indexlijst.
  3. Dit wordt gemeten in de eenheid van tonnen cargo vermenigvuldigd met de afstand afgelegd.
  4. Lamb, Thomas. Ship Design and Construction. Jersey City: Society of Naval Architects and Marine Engineers. ISBN 0-939773-40-6 en CIA World Factbook 2005.
  5. Comments on Hurting the real economy | The Economist
  6. Commodity indicators Show Strain On Bull (market)