Bangladesh

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
গণপ্রজাতন্ত্রী বাংলাদেশ
Gana Prajatantri Bangladesh
Vlag van Bangladesh Wapen van Bangladesh
(Details) (Details)
Bangladesh
Basisgegevens
Officiële landstaal Bengaals
Hoofdstad Dhaka
Regeringsvorm Parlementaire republiek met een meerpartijenstelsel (democratie)
Staatshoofd President Abdul Hamid (ad interim)
Regeringsleider Premier Sjeik Hasina Wajed
Religie Islam 83%, Hindoeïsme 16%
Oppervlakte 147.570 km² [1] (7% water)
Inwoners 149.772.364 (2011)[2]
163.654.860 (2013)[3] (1.109/km² (2013))
Overige
Volkslied Amar sonar bangla
Munteenheid taka (BDT)
UTC +6
Nationale feestdag 26 mei
Web | Code | Tel. .bd | BGD | 880
Voorgaande staten
Dominion van Pakistan Dominion van Pakistan 1956
Topografie
Bangladesh
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken

Bangladesh (Bengaals: বাংলাদেশ, Bāṁlādesh, letterlijk: "land van de Bengali's"), officieel de Volksrepubliek Bangladesh, is een land in Zuid-Azië. Het land wordt aan drie zijden begrensd door India, maar heeft in het zuidoosten ook een stuk grens met Myanmar (Burma). In het zuiden heeft Bangladesh een kustlijn aan de Golf van Bengalen. Het land bestaat voornamelijk uit de delta van de rivieren de Ganges en Brahmaputra. Bangladesh is een van de dichtstbevolkte landen ter wereld. Door de laaggelegen ligging aan de monding van grote rivieren zijn er vaak overstromingen in het land. De hoofdstad van het land, Dhaka (Dacca), is tevens de grootste stad.

Het land vormt de oostelijke helft van het gebied dat Bengalen genoemd wordt, en voor de deling van India in 1947 een politiek geheel vormde. De westelijke helft is tegenwoordig de Indiase deelstaat West-Bengalen.

Fysische geografie[bewerken]

Geografie[bewerken]

Satellietfoto Bangladesh

Bangladesh heeft een kustlijn van 575 kilometer langs de Golf van Bengalen. Het grootste deel van het land bestaat uit de delta van de rivieren de Ganges (in Bangladesh de Padma genoemd) en de Brahmaputra (in Bangladesh de Jamuna genoemd). Beide rivieren maken vele vertakkingen die in de vorm van een waaier over het land uitstromen. De Padma en Jamuna vloeien samen in de Meghna, de voornaamste van de vele vertakkingen die in de Golf van Bengalen uitmonden. Het land is door de afzettingen van de rivieren zeer vruchtbaar, maar ook erg vatbaar voor overstromingen.

De vlakte van de delta wordt in het noordoosten, langs de grens met de Indiase deelstaat Meghalaya, begrensd door het Plateau van Shillong. De zuidelijke rand van het plateau is steil en de rivieren die vanaf het plateau naar de vlakte stromen hebben zich hier diep in de rand van het plateau ingesleten. De enige bergen in Bangladesh, de Chittagong Hills, liggen in het uiterste zuidoosten, langs de grens met Myanmar. Onder deze bergen is de hoogste berg van Bangladesh, de Mowdok Mual (1052 m). Cox's Bazar ten zuiden van de stad Chittagong heeft het langste natuurlijke strand ter wereld.

Klimaat[bewerken]

Bangladesh ligt vlak ten zuiden van de Kreeftskeerkring en heeft een tropisch klimaat met milde droge winters van oktober tot maart waarin de wind uit het noorden waait, een hete vochtige zomer van maart tot juni en een vochtig en warm regenseizoen (moesson) van juni tot oktober. De koudste maand is januari met temperaturen onder de 20 graden en de heetste maand is april, als de temperatuur hoog in de 30 graden kan oplopen.

Natuurrampen[bewerken]

Natuurrampen zoals overstromingen, tropische cyclonen, tornado's en vloedgolven treffen het land bijna ieder jaar, de effecten van deze natuurrampen worden versterkt door ontbossing, bodemuitputting en erosie. Deze rampen komen meestal voor in de moesson.

Natuurlijke vegetatie[bewerken]

Het grootste gedeelte van het land in Bangladesh is in menselijk gebruik, vanwege de hoge bevolkingsdichtheid. Bossen bedekken ongeveer 50% van het land. Onder andere bamboebossen in het noordoosten en mangrove in het moerasachtige gebied van de Sundarbans in het zuidwesten.

Dierenrijk[bewerken]

Bangladesh heeft een rijke regenwoudfauna. Zo komt de bedreigde (koninklijke) Bengaalse tijger nog voor in het zuidwesten van het land in de Sundarbans-regio.

Geschiedenis[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie geschiedenis van Zuid-Azië en geschiedenis van Bangladesh voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

Tot de deling van India was Bangladesh onderdeel van het oosten van India en het gebied heeft een gezamenlijke geschiedenis.

Oudheid[bewerken]

Rond de 7e eeuw v.Chr. bereikte de aryanisatie het gebied van de Gangesdelta. In de Mahabharata wordt een Arisch koninkrijk met de naam Varendra genoemd, dat in Bengalen lag. Dit koninkrijk was vanaf de 2e eeuw v.Chr. onderdeel van het Mauryarijk. Keizer Asoka was waarschijnlijk verantwoordelijk voor de verspreiding van het boeddhisme naar Bengalen. Er is echter weinig bekend over de geschiedenis van Bengalen tot de komst van de Gupta's in de 4e eeuw n.Chr.. Na het uiteen vallen van het Guptarijk in de 7e eeuw werd een groot deel van het huidige Bangladesh verenigd door Shashanaka, de stichter van het Gaudarijk. Het rijk was echter geen lang leven beschoren.

Middeleeuwen[bewerken]

In 750 kwamen de lokale heersers bij elkaar om een "chakravartin" te kiezen, een heerser over allen die een einde aan chaos en onderlinge twisten zou maken. Ze verkozen Gopala, de eerste heerser over het Palarijk, waaraan hij zijn naam gaf. Onder de Pala's (Gopala en zijn opvolgers) groeide Varendra uit tot een belangrijk centrum van boeddhistische kennis en cultuur. Een grote sangha (religieuze gemeenschap) van monniken was in Bengalen mogelijk door de giften van een welvarende klasse van handelaren en ambachtslieden, die elders in het noorden van India minder groot was.[4] Dharmapala, de zoon en opvolger van Gopala, liet de Somapura Vihara bouwen, het grootste boeddhistische klooster in Zuid-Azië. De dominante stroming in dit en andere leercentra was Mahayana, de vorm van boeddhisme die verlichting voor de gehele bevolking nastreeft. In tegenstelling tot andere boeddhistische stromingen kenmerkt Mahayana zich door een groot pantheon van goden en demonen, vergelijkbaar met het hindoeïsme. De boeddhistische geestelijken probeerden de oorspronkelijk hindoeïstische bevolking niet van de aanbidding van goden af te houden maar namen deze goden op in de Mayana-theologie. Dit is ongetwijfeld een belangrijke reden waarom het boeddhisme het hindoeïsme kon vervangen als dominante religie. Vanuit het Palarijk werd het boeddhisme ook verder verspreid. Monniken uit het Palarijk bekeerden Tibet en andere gebieden in en achter de Himalaya en stichtten nieuwe leercentra in Zuidoost-Azië. De kloosters van het Palarijk waren de bakermat van het tantrisme, een kleinere stroming binnen het boeddhisme die onder andere zelfkastijding en seksuele riten als manieren ziet om nirwana te bereiken.

De Pala's regeerden op hun hoogtepunt (in de 9e eeuw) een rijk dat het grootste deel van het noorden van het Indisch Subcontinent besloeg. De latere koningen waren echter meer geïnteresseerd in het vergaren van religieuze kennis dan in behoud van de veroverde gebieden. In de 12e eeuw werd de laatste Palakoning verdreven door de hindoeïstische Sena's, een nieuwe dynastie. De Sena's overzagen een terugkeer naar het hindoeïsme en een geleidelijke teruggang van het boeddhisme, een ontwikkeling die overigens in heel Zuid-Azië plaatsvond. Het kastensysteem werd opnieuw geïntroduceerd en de boeddhistische leercentra raakten in verval. Alleen in het gebied rond Chittagong, dat tegenwoordig nog steeds een aanzienlijke boeddhistische minderheid kent, bleef het boeddhisme belangrijk.

De laatste Senakoning, Lakshman Sena, werd in 1203 verdreven door Muhammad Khilji, een Turkse, islamitische krijgsheer die in naam ondergeschikt was aan de Afghaanse sultan Muhammad Ghowri. Khilji wist volgens de overlevering met slechts een handjevol krijgslieden snel de twee belangrijkste steden van het gebied, Nabadwip en Gaur, te veroveren. Hij vernietigde de universiteit van Nalanda, wellicht omdat hij het gebouwencomplex voor een militaire vestiging hield. Daarmee werd de neergang van het boeddhisme bezegeld. Drie jaar later kwam Khilji echter om het leven bij een mislukte veldtocht naar Tibet. In de daaropvolgende eeuwen werd Bengalen geregeerd door islamitische machthebbers, die in min of meerdere mate schatplichtig waren aan de sultan van Delhi. Bengalen was echter vanuit Delhi gezien een veraf gelegen uithoek. De Bengaalse machthebbers gedroegen zich onafhankelijk, met name op momenten dat het centrale gezag in Delhi haperde. Onder de Ilyas Shahidynastie, die in 1348 aan de macht kwam, bloeiden de handel, kunst en wetenschap en ontstond een nieuwe Bengaalse culturele identiteit.

De bekering van de bevolking tot de islam was net als elders op het Indisch Subcontinent een geleidelijk proces, dat door de meeste machthebbers niet actief werd gestimuleerd. Pas vanaf de Mogoltijd (vanaf de 17e eeuw) waren moslims de grootste bevolkingsgroep. Bekering bracht maatschappelijke en financiële voordelen, die vooral de stedelijke middenklasse van handelaren trokken. Het feit dat in Bengalen een groter deel van de bevolking bekeerd werd dan elders kan deels verklaard worden omdat er meer handelaren in het gebied woonden. In de Mogoltijd bekeerde ook de bevolking van het platteland zich op grote schaal, vooral uit verzet tegen de machtige, hindoeïstische landeigenaren.[4]

Mogols en Britten[bewerken]

Het sultanaat van Delhi werd in de 16e eeuw onderworpen door de Mogols, een nieuwe, uit Centraal-Azië afkomstige dynastie. Na de val van het sultanaat van Delhi was Bengalen enige decennia onafhankelijk, tot Mogolkeizer Akbar in 1575 de Bengaalse sultan, Daud Karrani, versloeg en het gebied aan het Mogolrijk toevoegde. De bestuurlijke hoofdstad van de provincie Bengalen werd in 1608 van Gaud naar Dhaka verplaatst. Onder de Mogols groeiden de handel en nijverheid. Het gebied werd een belangrijk uitvoercentrum voor de overzeese handel. Daarom trok Bengalen de interesse van Europese handelaren, die aan het einde van de 15e eeuw arriveerden. De Engelsen, Fransen, Portugezen en Nederlanders sloten overeenkomsten met de Mogols en hun gouverneurs in Bengalen (de "nawabs") en kregen toestemming handelsposten te stichten.

Dankzij een groeiende middenklasse van handelaren en grondbezitters nam het centrale gezag van de Mogolkeizers in de 18e eeuw sterk af. Na de dood van keizer Aurangzeb verklaarde de gouverneur Bengalen zich onafhankelijk. Het sultanaat van Bengalen zou een halve eeuw later door de Britten worden onderworpen. Ongerust over de toenemende macht van de Britten, nam de nawab van Bengalen, Suraj-ud-Daula, in 1757 de Britse handelspost Calcutta in. De Britse bewoners, vooral handelaren en beambten van de East India Company (EIC), werden opgesloten in een donkere, kleine kerker, waar sommigen door verstikking stierven. De Britten gebruikten het voorval als propagandamiddel om de publieke verontwaardiging in Engeland aan te wakkeren. Onder Robert Clive werd de nawab verslagen en gedood. Clive stelde daarna een nieuwe nawab aan, die een marionet van de Britten was.

Voor de Britten was Bengalen van speciaal belang vanwege de grote productie van opium. In 1773 voerde het gouvernement een monopolie in, waarbij Bengaalse boeren hun opiumproductie nog uitsluitend aan de EIC mochten leveren. De export van Indiase opium naar China nam daarna een hoge vlucht: het volume steeg van 13 ton in 1729 tot 2558 ton in 1839.[5] Chinese pogingen om deze opiumhandel aan banden te leggen leidden in de 19e eeuw tot twee opiumoorlogen.

De Britse Oost-Indische Compagnie bestuurde de regio tot 1858, toen Bengalen een provincie van Brits-Indië werd.

Op 3 juli 1946 werd de provincie verdeeld in een overwegend hindoeïstisch West-Bengalen en een overwegend islamitisch Oost-Bengalen. Bij de onafhankelijkheid van India en Pakistan in 1947 kwam West-Bengalen als staat bij India en Oost-Bengalen als provincie bij Pakistan. In 1955 werd Oost-Bengalen hernoemd in Oost-Pakistan.

Oost-Pakistan[bewerken]

Oost-Pakistan werd genegeerd door de centrale regering in West-Pakistan (het huidige Pakistan) en het gebied werd gedomineerd door West-Pakistani. Dit was aanleiding voor het ontstaan van strubbelingen en leidde tot een onafhankelijkheidsstrijd in 1971. Op 26 maart begon het leger van Pakistan aan een bloedige onderdrukking van de opstand, hierbij werden onschuldige mannen, vrouwen en kinderen in groten getale vermoord. Majoor Mujibur Rahman verklaarde hierop de onafhankelijkheid van Bangladesh. Hij deed deze verklaring op een zelfgemaakte radio vanuit de havenstad Chittagong. Deze oproep leidde tot de Bevrijdingsoorlog van Bangladesh die aan meer dan een miljoen Bengali's het leven kostte[6] en ook tot een vluchtelingenprobleem leidde.

India greep hierop in in december van hetzelfde jaar en het Pakistaanse leger gaf zich op 16 december 1971 over, waarna Bangladesh onafhankelijk werd.

Na de onafhankelijkheid[bewerken]

In 1975 (tevens het jaar waarin Mujibur Rahman werd vermoord) werd Bangladesh een eenpartijstaat, maar het leger greep in en een militaire dictatuur werd geïnstalleerd. Generaal Ziaur Rahman liet in de grondwet het woord "secularisme" vervangen door "vertrouwen in God". De later regerende generaal Ershad maakte van de islam een staatsgodsdienst. Het duurde tot 1991 vooraleer Bangladesh, na 15 jaar militaire dictatuur, de eerste vrije verkiezingen sinds zijn onafhankelijkheid kon houden. De islamitische Jamaat-e-Islami behaalde toen 12% van de stemmen (in 2001 nog slechts 4%).

Nuvola single chevron right.svg Zie ook de geschiedenis van het Theravada boeddhisme in Chittagong

Bevolking[bewerken]

Op "kleine" landen zoals Singapore en Bahrein na is Bangladesh het dichtstbevolkte land ter wereld. Bij het begin van de 20e eeuw telde het gebied dat nu Bangladesh is zo'n dertig miljoen inwoners; dat aantal is nu vervijfvoudigd.[7] De bevolking is vrij homogeen: 98% is etnisch Bengali. De overige 2% bestaat uit niet-Bengali-moslims en verschillende volkeren die in de Chittagong-heuvels wonen.

Religie[bewerken]

De belangrijkste religie is de islam die door 83% van de bevolking beleden wordt. Het hindoeïsme is met 16% de andere grote godsdienst. Ook zijn er kleine groepen boeddhisten, christenen en animisten.

Taal[bewerken]

De Bengali spreken het Bengaals (ook wel Bangla) dat geschreven wordt in een schrift dat lijkt op het Devanagari. Het Bengaals is ook de officiële taal van het land. Het Engels wordt ook nog gebruikt, voornamelijk in de opleidingsinstituten en in de regering. Verder spreken de meeste niet-Bengali moslims het Urdu.

Regering[bewerken]

Bangladesh is een parlementaire democratie.

Staatshoofd[bewerken]

Het presidentschap van Bangladesh is een grotendeels ceremoniële positie, de macht ligt bij de minister-president die het hoofd van de regering is. De huidige president is Abdul Hamid. De president wordt iedere vijf jaar gekozen door het parlement. De beperkte macht van de president wordt uitgebreid in tijden van een overgang tussen 2 regeringen. De president benoemt de minister-president uit de parlementsleden, hij dient hierbij iemand te kiezen van wie hij aanneemt dat die de steun van de meerderheid van de parlementariërs geniet. De president benoemt ook de leden van de hoogste rechtbank, de Supreme Court.

Regering[bewerken]

De huidige minister-president van Bangladesh is sinds 2008 Sjeik Hasina Wajed, zij staat aan het hoofd van de regering. De regering bestaat uit ministers die gekozen worden door de minister-president.

Parlement[bewerken]

Bangladesh heeft een eenkamerparlement, genaamd de Jatiya Sangsad (huis van de natie) met 300 leden. De leden worden iedere 5 jaar gekozen door verkiezingen in districten.

Bestuurlijke indeling[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Bestuurlijke onderverdeling van Bangladesh voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Bangladesh is staatkundig onderverdeeld in zeven divisies (bibhag) die op hun beurt weer zijn onderverdeeld in 64 districten (zila).

Politiek[bewerken]

Interne politieke problemen[bewerken]

Overbevolking is een groot probleem in het land en grote groepen zogenaamde landlozen moeten in gebieden met een verhoogd overstromingsrisico wonen. Dit gedeelte van de bevolking wordt geplaagd door vele ziekten.

Milieuproblematiek[bewerken]

Omdat het grootste deel van Bangladesh bestaat uit laaggelegen vlakte, vinden in het land regelmatig grote overstromingen plaats. De overstromingen komen vooral voor tijdens de moesson. Tijdens een gemiddelde moesson staat meer dan twee derde van Bangladesh onder water. Hoewel de moesson ook in Bangladesh voor een toename in de neerslag zorgt, is de toename in de wateraanvoer van de grote rivieren de belangrijkste oorzaak. Wanneer het waterpeil in alle drie de grote rivieren tegelijk een maximum bereikt, is dit een ramp voor de bevolking. In 1998, 2004 en 2007 raakten miljoenen mensen dakloos en veroorzaakten de overstromingen honderden slachtoffers. De overstromingen zijn echter niet alleen een probleem. De jaarlijkse aanvoer van vruchtbaar slib is van groot belang voor de landbouw. Aangezien de economie sterk afhankelijk is van de landbouw, is infrastructuur om de overstromingen tegen te houden controversieel. De rivieren zijn grotendeels niet van dijken voorzien.

Bangladesh is een van de meest gevoelige gebieden voor zeespiegelstijgingen. De door veel klimatologen voorspelde stijging als gevolg van de opwarming van de Aarde zou het land in de toekomst hard kunnen treffen. Daarom is de politiek in Bangladesh zeer sterk voor maatregelen die de uitstoot van broeikasgassen verminderen. Een voorbeeld is een verbod op benzine in de grote steden, waar tegenwoordig alle voertuigen op gas rijden.

Een ander groot probleem is de vervuiling van het grondwater met natuurlijk voorkomend arseen. Dit is voornamelijk een probleem waaraan bijgedragen is door westerse NGO's die het boren van putten als alternatief voor het vervuilde rivierwater hebben aangemoedigd. Arseenvergiftiging bedreigt ongeveer 25% van de bevolking. Ook groeit het werkende deel van de bevolking sneller dan het aantal banen in de belangrijkste sector, de landbouw.

Partijen[bewerken]

Enkele partijen:

Economie[bewerken]

Ondanks veel internationale hulp is Bangladesh nog steeds een van de armste landen ter wereld. De overbevolking, natuurrampen en politieke instabiliteit dragen hieraan bij. Bijna 60% van de goederen wordt per schip getransporteerd.

Landbouw[bewerken]

Bijna twee derde van de bevolking van Bangladesh werkt in de landbouw, rijst is het belangrijkste product waarvan het land de op drie na grootste producent ter wereld is. Andere belangrijke producten zijn jute waarvan het land de tweede grootste producent ter wereld is, suikerriet, tabak en graan.

Industrie[bewerken]

De industriële sector is relatief klein en de belangrijkste goederen in de sector zijn leer, papier en textiel.

Armoede[bewerken]

Volgens het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties leeft in Bangladesh 89,8% van de bevolking onder de armoedegrens.[8]

Sport[bewerken]

De populairste sport in Bangladesh is cricket. Het nationale team is bekend onder de naam "The Tigers". Het team is volwaardig lid van de International Cricket Council.

Zie ook[bewerken]

Bronnen en verwijzingen

Voetnoten

Literatuur

Externe links