Barend Barendse

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Barend Barendse in 1973

Barend Barendse (Amsterdam, 14 oktober 1907 - aldaar, 5 februari 1981) was een Nederlands sportverslaggever en presentator.

Biografie[bewerken]

Werk[bewerken]

Barendse werd het meest bekend als presentator van amusementsprogramma's van de NCRV, zoals Zeskamp, Spel zonder grenzen en het verzoekplatenprogramma Bij Barend. Een gevleugelde uitspraak was zijn eindafkondiging: "Ik pak mijn pet en druk mijn snor".

Barendse begon zijn loopbaan als kantoorbediende bij een verzekeringsmaatschappij. In de jaren '30 startte hij het cabaretgezelschap Bob Nelson. Hij maakte zijn radiodebuut bij Radio Herrijzend Nederland en werkte mee aan AVRO's Bonte Dinsdagavondtrein.

Tom Schreurs vroeg hem als verslaggever van het wielrennen, in welke functie hij regelmatig de Tour de France en andere wielerevenementen versloeg, vanaf 1952 ook voor de televisie. Toch is hij minder bekend geworden dan Jan Cottaar en Theo Koomen. Het heeft wel één van de bekendste citaten uit de geschiedenis van de Nederlandse sportjournalistiek opgeleverd. Op 23 mei 1958 kreeg Barendse tijdens zijn verslag van Olympia's Ronde van Nederland de melding in zijn koptelefoon: "Pierre Pflimlin is gevallen". Waarop Barendse riep: "Aan namen heb ik niks. Rugnummers moet ik hebben". De melding had geen betrekking op een wielrenner, maar op de laatste premier van de Vierde Franse Republiek.

De bekroning van zijn loopbaan was zijn eigen radioverzoekplatenprogramma Bij Barend, dat tussen 1972 en 1979 iedere zaterdagmiddag van 2 tot 4 uur live door hem werd gepresenteerd. Dit programma is ook een seizoen op de televisie geweest onder de titel Vriendelijk welkom bij Barend (een gewone Amsterdammer met een pet). In deze periode was hij tevens commentator bij televisieprogramma's als Zeskamp, Spel zonder grenzen en de Mini-voetbalshow.

Ziekte en overlijden[bewerken]

In 1980 werd een hersentumor bij hem ontdekt. Na een ingrijpende operatie die aanvankelijk resultaat had, had hij echter nog maar een paar maanden te leven. Nadat er een rode tulp naar hem was vernoemd, werd hij op 18 november 1980 benoemd tot Ridder in de orde van Oranje Nassau. Dit was de kroon op zijn werk, hij was hier dan ook zeer trots op. In zijn dankwoord eindigde hij met "Hier sta ik, ik kan niet anders".

Hij overleed drie maanden later na een lijdensweg in het Prinsengrachtziekenhuis in zijn geliefde Amsterdam. In de rouwadvertentie na zijn dood werd door zijn familie de geruite pet, zijn handelsmerk, afgedrukt. Op de druk bezochte begrafenis - behalve familie en vrienden ook mensen uit de wieler-, artiesten- en omroepwereld - zong Johnny Kraaykamp "Er is een Amsterdammer doodgegaan".