Baronie van Ronse

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De vrije heerlijkheid van Bonse, vanaf 1549 de baronie van Ronse, was een onafhankelijke enclave in het Land van Aalst.

De heerlijkheid van Ronse ontstond in 1280 toen de abdij Kornelimünster bij Aken zijn nog resterende bezittingen en rechten, het tenement, verkocht aan Gwijde van Dampierre. Hij gaf het gebied nog datzelfde jaar in leen aan zijn zoon Gwijde van Namen. In 1293 kocht Gwijde van Namen de stad Ronse af van de heer van Wattripont. De Stad en de Heerlijkheid Ronse was geboren. Ronse behield haar stedelijke vrijheid en autonomie en was tevens een uitgestrekte heerlijkheid met 7 lenen.

In 1402 verkocht Jan III van Namen de stad en de heerlijkheid Ronse echter aan Jean de la Hamaide voor 6.000 gouden écus. Jacques overleed kinderloos en de baronie verhuisde naar zijn oom Michel de la Hamaide. Vanwege een majesteitsschennis ontnam keizer Karel V het domein in 1548 aan Isabelle de la Hamaide en haar kleinzoon Christoph van Roggendorf en stelde het te koop. In 1549 verwierf Nicolas Perrenot de Granvelle, vader van kardinaal Antoine Perrenot, de baronie. Frederic Perrenot, vijfde zoon van Nicolas de Granvelle, erfde Ronse. Emmanuel-Philibert De la Baume, graaf van Saint-Amour, trouwde met de enige dochter van Perrenot van wie hij de titel erfde tot zijn dood in 1622. Hij gaf het op zijn beurt door aan zijn zoon Jacques-Nicolas.

In 1630 werd de baronie verkocht aan graaf Jan van Nassau-Dillenbourg-Siegen. In 1638 volgde Johan Frans Desideratus zijn vader terwijl Ernestine Yolande de Ligne D'amblise tot 1668 op het kasteel bleef wonen. Het was zij die na de pestepidemie in 1635-1636 de kapel van Onze-Lieve-Vrouw Wittentak liet bouwen. Op 17 december 1699 stierf Johan Frans Desideratius en werden Frans Hugo van Nassau-Siegen, Alexis en Emanuel Ignaz baron van Ronse. Maar 11 oktober 1715 kreeg Frans Hugo de volledige controle over de baronie. Wanneer hij stierf ging de titel over naar Willem Hyacinth van Nassau-Siegen.

De laatste heren in het ancien regime waren de graven van Merode-Westerloo (1745-1795) die door huwelijk met het huis van Nassau-Siegen verwant waren. Jan Filips Eugeen van Merode was namelijk getrouwd met Charlotte-Eléonore-Wilhelmine-Alexandrine de Nassau-Hadamar, dochter van Willem Hyacinth zijn oudste zus Marie Leopoldine van Nassau-Siegen (1652-1675). Jan Willem van Merode Westerloo, kocht de baronie in 1745 en liet de titel over aan Filips Maximiliaan van Merode. Hij stierf op 25 januari 1773 en liet de titel op zijn beurt over aan de Willem Charles Ghislain van Merode (1762-1830), die als laatste de titel baron van Ronse droeg. Na de Slag bij Fleurus in 1794 werd de baronie opgeheven door de Fransen. Zijn tweede zoon, Felix Frederic de Merode heeft bijgedragen tot de grondwet van het onafhankelijk België. Graaf Charles, kleinzoon van de laatste baron was hoofd van het huis van Merode en was voorzitter van de Senaat.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren