Bartholomeusnacht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Bartholomeüsnacht)
Ga naar: navigatie, zoeken
De Bartholomeusnacht door Giorgio Vasari

De Bartholomeusnacht of (Parijse) bloedbruiloft[1] was een massale moordpartij op hugenoten (Franse protestanten) die te Parijs plaatsvond in de nacht van 23 op 24 augustus 1572. In de loop van de daaropvolgende maanden verspreidde zich een golf van geweld over heel Frankrijk, waarbij uiteindelijk ongeveer 20.000 hugenoten de dood zouden vinden.

Verloop[bewerken]

De groeiende invloed van de protestantenleider admiraal Gaspard de Coligny aan het hof en de daaruit voortvloeiende verzoening tussen koningschap en protestantisme, leidde op 18 augustus tot de sluiting van een huwelijk tussen de protestantse leider Hendrik van Navarra (de latere Hendrik IV) en Margaretha, jongere zuster van koning Karel IX.

De hele protestantse adel was voor deze bruiloft naar het zeer katholieke Parijs gereisd en de voornaamste leden bleven nadien nog in de stad om besprekingen te voeren met de koning. Op 22 augustus werd een aanslag gepleegd op admiraal de Coligny, de leider van de protestanten. De aanslag mislukte maar gaf aanleiding tot erg verhitte gemoederen in beide kampen. Uit angst voor wraak van de hugenoten probeerden Catharina de' Medici (moeder van de bruid en van de koning) en de radicaal-katholieke Hendrik I van Guise koning Karel IX over te halen tot het executeren van de leiders van de protestantse factie. Toen Karel IX uiteindelijk, nadat er uren op hem ingepraat was, onder de druk bezweek, reageerde hij met de fatale uitspraak: “Dood ze allemaal! Dood ze allemaal! Zodat er niet één overblijft om het mij later te verwijten.”[2] Deze uitspraak werd door Henri de Guise dankbaar gebruikt om niet alleen de protestantse kopstukken te doden, maar een compleet bloedbad aan te richten dat in de vroege ochtend van 24 augustus begon. Eerst werden enkele voorname protestanten vermoord, waaronder admiraal de Coligny, maar daarna brak onder het volk een lynchpartij uit waarbij protestanten in de hele stad werden opgejaagd en uitgemoord. De slachting duurde enkele dagen, ondanks de pogingen van Karel IX om ze een halt toe te roepen. In Parijs werden 2000 hugenoten vermoord. Gedurende de daaropvolgende maanden verspreidde het zich over heel Frankrijk en het aantal doden liep uiteindelijk op tot 20.000 (hoewel er ook hogere en lagere schattingen zijn).

Reactie vanuit Rome[bewerken]

De paus had op voorhand geen kennis van deze slachting. Naderhand werd een leugenachtig rapport verzonden naar de paus, bewerend dat het een succesvolle onderdrukking was van een moordcomplot op de koning. Uit dankzegging voor de veiligheid van de koning beval paus Gregorius XIII het Te Deum zingen en een triomfpenning slaan. Maar toen Gregorius XIII het echte verhaal hoorde, drukte hij zijn misnoegen en veroordeling uit, en weigerde hij audiëntie te verlenen aan één van de leiders van de aanval, zeggend: “Ik zal niet een moordenaar ontvangen.”[bron?]

Nasleep[bewerken]

Hendrik van Navarra bekeerde zich noodgedwongen tot het rooms-katholicisme en werd gevangene aan het hof, maar keerde nadat hij in 1576 was ontsnapt tot het calvinisme terug. Opnieuw brak een binnenlandse godsdienstoorlog uit die deel uitmaakte van de tientallen jaren durende reeks Hugenotenoorlogen.

In 1598 vaardigde Hendrik van Navarra, die intussen al bijna negen jaar regeerde als Hendrik IV, waarvoor hij echter wel weer katholiek geworden was, het Edict van Nantes uit. Dit verleende de hugenoten het recht op vrije godsdienstuitoefening en maakte een einde aan ruim dertig jaar burgeroorlog. Aan het einde van deze burgeroorlog was het aantal protestanten van 30% tot 10% gedaald.[bron?] Na het neerslaan van nieuwe Hugenotenopstanden vanaf 1621 ontnam Kardinaal de Richelieu de hugenoten in 1629 weer een deel van hun rechten. Het Edict van Nantes werd in 1685 met het Edict van Fontainebleau helemaal afgeschaft door koning Lodewijk XIV.

Noten
  1. Encarta-encyclopedie Winkler Prins (1993–2002) s.v. "Bartholomeüsnacht". Microsoft Corporation/Het Spectrum.
  2. “Qu’on les tues tous! Qu’on les tues tous! Afin qu’il ne restât pas un pour le me reprocher après.” P. Erlanger, 1975: Henri III, le méconnu, p. 126 / J. Heritier, 1959: Catherine de Médicis, p. 387