Baruch
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Het boek Baruch is een van de deuterocanonieke boeken in de Septuagint en in de Vulgaat, maar niet in de Tenach hoewel het wel in de versie van Theodotion voorkomt. Het boek telt zes hoofdstukken.
Men neemt aan dat het kort na de periode van de Makkabeeën is geschreven. Het wordt toegeschreven aan Baruch, de secretaris van de profeet Jeremia, die echter enkele eeuwen eerder leefde. Waarschijnlijk werd met het gebruik van de namen Baruch en Jeremia gepoogd, het boek in de oudtestamentische traditie te plaatsen.[1]
De Hebreeuwse naam Baruch betekent de gezegende.
Gebruik in het Nieuwe Testament [bewerken]
- Lucas 13:29 - Baruch 4:37
- Johannes 3:13 - Baruch 3:29
- 1 Kor 10:20 - Baruch 4:7
- Johannes 1:14 - Baruch 3:38
Samenvatting inhoud [bewerken]
- 1:1-14 Inleiding
- 1:15-2:10 belijdenis van zonden.
- 2:11-3:8 Gebed om genade
- 3:9-4:14 Klaagzang over wijsheid
- 4:5-5:9 Boodschap voor ballingen
Volgens de Vulgaat:
- 6:1-6:72 Brief van Jeremia
De Septuagint beschouwt de Brief van Jeremia als een separaat boek.
Externe link [bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina De profeet Baruch op Wikisource |