Baruch Spinoza

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Baruch Spinoza
Het Haagse portret van Baruch Spinoza, ca. 1665.
Het Haagse portret van Baruch Spinoza, ca. 1665.
Persoonsgegevens
Naam Baruch Spinoza
Geboren Amsterdam, 24 november 1632
Overleden Den Haag, 21 februari 1677
Land Prinsenvlag.svg Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
Functie Filosoof
Oriënterende gegevens
Stroming Rationalisme
Spinozisme
Pantheïsme
Monisme
Portaal  Portaalicoon   Filosofie
Standbeeld van Baruch Spinoza in Den Haag.
Geromantiseerde visie op de Overval op Spinoza bij de oude Portugese synagoge. Op de afbeelding staat de nieuwe synagoge, die pas in 1675 in gebruik werd genomen. Uit Historie der Joden, vervolg op Flavius Josephus. (1784)
Vlooienburg in 1625 op de kaart van Balthasar Florisz. van Berckenrode.
Een vroege gravure van Spinoza. Het onderschrift, in Latijn, zegt:'Jood en Atheïst'
De tekst van de banvloek. Bron: archief Portugees-Israëlitische Gemeente, Amsterdam.
Spinozahuisje aan de Spinozalaan in Rijnsburg.
Standbeeld in Voorburg van Baruch Spinoza.
'Spinozahuis' aan de Paviljoensgracht in de Haagse Jodenbuurt. In dit huis overleed Baruch Spinoza in 1677.
Close-up standbeeld van Spinoza, Paviljoensgracht, Den Haag. Het standbeeld werd onthuld in 1880 en is vervaardigd door Frédéric Hexamer.
Monument uit 1956 en grafsteen uit 1927 die achter de Nieuwe Kerk in Den Haag een van de plekken markeren waar de beenderen van Spinoza mogelijk herbegraven zijn.
Beeld van Spinoza in Amsterdam, bij de Stopera (aan de Zwanenburgwal), gemaakt door Nicolas Dings. Het citaat op de sokkel luidt: ‘Het doel van de staat is de vrijheid’.[1] De icosaëder staat volgens de kunstenaar symbool voor het denken van Spinoza: het universum als model, geslepen door de menselijke geest.

Baruch Spinoza, ofwel Benedictus de Spinoza in het Latijn en Bento de Espinosa of d'Espinosa in het Portugees (Amsterdam, 24 november 1632Den Haag, 21 februari 1677), was een Nederlands filosoof, wiskundige, politiek denker en lenzenslijper uit de vroege Verlichting.

Onder de natuurfilosofen is hij een radicaal die de wonderen van Christus ontkende en geen andere verklaring accepteerde dan die gebaseerd op de rede. Hij stelde dat de Bijbelse profeten gewone mensen waren met een uitzonderlijke verbeeldingskracht die niet namens God spraken.

Spinoza ontwikkelde een filosofie waarin theologie geen rol speelde en ongeacht welke religie toepasbaar is. Hij stelde dat God en natuur hetzelfde zijn en dat inzicht in de natuur ook de kennis van het goddelijke verhoogt.[2]

Zijn boeken waren tweehonderd jaar lang verboden in Europa, omdat zijn historische Bijbelkritiek zou leiden tot atheïsme en fatalisme. Als politiek denker vond hij dat de macht van de staat nooit aan een enkeling toevertrouwd mocht worden, omdat daar misbruik van gemaakt zou worden.[3] Vanwege zijn grondige kennis van het Hebreeuwse idioom is Spinoza van belang geweest voor de Bijbelwetenschap.

Spinoza was een volgeling en criticus van René Descartes en een tijdgenoot van Nicolas Malebranche en Gottfried Wilhelm Leibniz, eveneens rationalisten van de vroege moderne filosofie.

Spinoza noemde zichzelf met de voornaam Bento, dat gezegende betekent. Ook zijn vrienden spraken hem zo aan. De brieven die bewaard zijn gebleven, alle na 1660, ondertekende hij steevast met Benedictus.[4] Ook het enige werk waar hij zijn naam onder zette, ondertekende hij met Benedictus. Zijn levensmotto was 'Caute' (behoedzaam). Tijdgenoten omschreven Spinoza als een zachtmoedig, rustig en bescheiden mens.[5]

Veel van wat over Spinoza's privéleven geschreven is, lijkt verzonnen te zijn om hiaten op te vullen. Desondanks zijn de verhalen vaak verworden tot legendes. Alleen wat vermeld is in de inleiding van zijn Opera Posthuma, in zijn brieven en in officiële documenten is controleerbaar. Aan de rest mag getwijfeld worden.[6]

Biografie[bewerken]

Familie[bewerken]

De Sefardische familie Spinoza (d'Espinosa in het Portugees) kwam volgens sommige historici uit de plaats Espinosa de los Monteros, bij Burgos in Spanje. Anderen beweren dat zijn familie uit Portugal naar die plaats emigreerde en later naar Portugal terugging.[7] Toen de joden die zich niet tot het christendom hadden bekeerd, uit Spanje werden verdreven, begon een van Spinoza's voorouders een handel over de Spaans-Portugese grens. Omdat Portugal in 1580 werd ingelijfd bij het Spaanse rijk, trokken de geplaagde Joden naar het noorden.

Spinoza's grootvader begon rond 1592 een handelsonderneming in het Franse Nantes.[8] Later vestigde hij zich in Rotterdam. Zijn zonen Michael (de vader van Baruch) en Manuel verhuisden naar Amsterdam.[9] Michael Spinoza werd geboren in het Portugese Vidigere. Hij was een koopman in mediterrane producten.[10] Om het embargo van Spanje te omzeilen, handelde Spinoza via zijn contacten in Nantes.[11] Michael d'Espinosa trouwde met zijn volle nicht Rachel, die in februari 1627 overleed. Niet lang daarna hertrouwde hij met Hanna Deborah uit Lissabon.[12] Zij stierf in november 1638. Het gezin d'Espinosa bestond toen waarschijnlijk uit vijf kinderen.[13] Uit zijn derde huwelijk met de 40-jarige Esther de Solis in april 1641 zijn geen kinderen bekend.

Bento groeide thuis en op straat op met de Portugese taal. Op school sprak hij Spaans, en thuis werd er gebeden in het Hebreeuws.[14][15] In 1650 trouwde een zus van Baruch, Miriam, met een rabbijn-in-opleiding. Zij stierf het jaar daarop. Zijn zus Rebecca sprong in en trouwde met haar zwager om de verzorging van zijn pasgeboren kind op zich te nemen.[16]

Jeugd[bewerken]

Op 24 november 1632 schonk Hanna Deborah het leven aan Baruch. Zijn geboortehuis zou op het eiland Vlooienburg hebben gestaan. In ieder geval woonde het gezin later aan de toenmalige Houtgracht, tegenover het eiland.[17][18]

Baruch kreeg een joodse opvoeding. Al snel zag hij in dat de Talmoed en Thora "zozeer de mensengeest verraadt dat de heilige schrift van de joden onmogelijk het werk van God kan zijn".[19] Hij noemt ze "uitvindingen van de menselijke fantasie". Gaandeweg zette hij zich steeds meer af tegen alle voorschriften, de feestdagen en de spijswet. De rabbijnen zagen deze 'godslasterlijke handelingen' met ontzetting aan.[20] Spinoza stopte met naar school gaan toen hij in 1649, na het overlijden van zijn oudste broer, in het handelsbedrijf van zijn vader ging werken.

In oktober 1652 kwam Michaels derde echtgenote Ester te overlijden. In maart 1654 stierf Spinoza sr.[21] Zijn firma had zwaar te lijden gehad onder de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog en was aan het eind van zijn leven bijna failliet.

Baruch nam samen met zijn broer Gabriël de handel in wijn, olijfolie, vijgen en amandelen over. De schuldeisers lieten hen echter niet met rust. Op 7 mei 1655 had Baruch een handgemeen met de schuldeiser Antonio Alvares, waarbij Spinoza's hoed op de grond viel en werd platgetrapt.[22]

Zoekend[bewerken]

Vanaf het midden van de zeventiende eeuw hield intellectueel Europa zich bezig met de zuivere waarheid en vroeg zich af wat waar is in de Bijbel. In 1655 publiceerde Isaac La Peyrère in Amsterdam zijn ideeën over de geschiedenis en trok daarbij de juistheid van de Bijbel in twijfel.[23] Athanasius Kirchner vroeg zich af of er ook vooraf aan de zondvloed regenbogen waren. Spinoza hield zich meer op natuurkundige wijze bezig met het verschijnsel regenboog, dat eerst na het ontdekken van de brekingswetten van Snellius goed verklaard kon worden. In 1657 correspondeerde Spinoza met Christiaan Huygens over het verschijnsel, evenals over waarschijnlijkheid en kansrekening.

Spinoza had zich ondertussen bekwaamd in het Latijn en hield zich bezig met filosofie, moraal en overpeinzingen over de theorie van de onsterfelijkheid van de ziel.[24] Hij was sterk beïnvloed door het werk van René Descartes, die uitgebreid over lichaam en ziel had geschreven. Spinoza bestudeerde ook het werk van Gersonides over onsterfelijkheid, en Maimonides,[25] een arts en filosoof die in Marokko en Egypte werkte, en een van de belangrijkste joodse geleerden, omdat hij probeerde de Bijbel met de filosofie te verzoenen. Spinoza vond de opvattingen van Maimonides schadelijk, nutteloos, en absurd geëxplodeerd[26].[27] Filosofie verbinden met een openbaringsgodsdienst is een lastige opgave en volgens sommigen onmogelijk. Spinoza loste dit op door de theologie ondergeschikt aan de filosofie te verklaren.[28]

Spinoza verzette zich al in een vroeg stadium tegen het beeld dat God een menselijke gedaante zou zijn, tegen het idee van de uitverkiezing van het joodse volk door God en de goddelijke oorsprong van de Bijbel.[29] Spinoza twijfelde eveneens aan de oorsprong van de tien geboden van Mozes en legde veel nadruk op het belang van een deugdzaam leven. De rabbijnen zouden hem volgens sommige schrijvers een pensioen hebben aangeboden als hij afzag van verspreiding van zijn ideeën, maar het is ook mogelijk dat zijn contacten met andersdenkenden een rol speelden,[30] en dat de rabbijnen een terugkeer naar de synagoge van Spinoza verwachtten.[31]

Verstoting[bewerken]

Op 27 juli 1656 werd Spinoza uit de Sefardische gemeenschap verstoten.[32] De op schrift gestelde banvloek is bewaard gebleven en daarin wordt hem verweten dat hij er 'vreselijke ketterijen' en 'monsterlijke daden' opna hield. Vandaag de dag is niet bekend wat de redenen waren die tot die omschrijving aanleiding gaven. Wel is bekend dat getuigen een en ander bevestigd hebben. De verstoting hield mede in dat zijn familieleden geen contact met hem mochten hebben, noch hem op een of andere wijze mochten ondersteunen.[33][34]

Leerling Van den Enden[bewerken]

Spinoza wilde meer Latijn leren en ging daarvoor studeren bij de Latijnse school in Amsterdam van de voormalige jezuïet Franciscus van den Enden, die door zijn eerste biografen als Spinoza's filosofische en politieke leermeester wordt genoemd. Door de leerlingen van de school werden klassieke toneelstukken opgevoerd, waarin Spinoza volgens sommige historici mogelijk heeft meegespeeld. Die mening baseren zij op passages uit de Eunuchus van Terentius die door Spinoza bijzonder vaak worden aangehaald in zijn Ethica.[35][36] Of Spinoza ook de inhoud van het Philedonius kende, is onduidelijk. Het allegorische toneelstuk werd geschreven door Van den Enden en is op 13 en 27 januari 1657 in de schouwburg van Van Campen opgevoerd.[37]

Nadat hij door iemand met een ponjaard (korte spits toelopende dolk) was aangevallen, leek het hem volgens zijn biograaf Johann Köhler (gelatiniseerd: Colerus) raadzaam om Amsterdam te verlaten. Hij vond onderdak op de weg naar Ouderkerk aan de Amstel.[38]

Lenzenslijper[bewerken]

Met het slijpen van lenzen voor microscopen, vergrootglazen, verrekijkers en telescopen voorzag Spinoza in zijn onderhoud. Het is niet bekend wanneer hij zich het ambacht meester maakte. Met Johannes Hudde correspondeerde Spinoza over de brandpuntsafstand. De wis-, natuur- en sterrenkundige Christiaan Huygens, de anatoom en alchemist Theodor Kerckring en Leibniz roemden de kwaliteit van Spinoza's lenzen.[39]

Rijnsburg en Voorburg[bewerken]

Het is niet duidelijk in welk jaar Spinoza precies afreisde naar Rijnsburg. Hij trok in bij de chirurgijn Herman Hooman. Die woning staat nu bekend als het Spinozahuisje.[40]

De Amsterdamse vriendenkring rondom Spinoza was klein, maar trouw. In besloten gezelschap werden zijn teksten becommentarieerd. De kring bestond uit de koopman/filosoof Pieter Balling, die werk van Spinoza vertaalde naar het Nederlands; Jarig Jelles, een koopman op de Herengracht, die hij al sinds 1654 kende; Adriaen Koerbagh; Johannes Koerbagh; Jan Rieuwertsz, de uitgever van Spinoza's werken, die in zijn winkel in de Dirk van Hasseltsteeg onderdak bood aan vrijdenkers; de koopman Simon Joosten de Vries, die hem toegenegen was en een jaargeld verstrekte; de arts en latinist Johannes Bouwmeester; de arts en schrijver Lodewijk Meyer; de hoogleraar Burchard de Volder en de diplomaat Coenraad van Beuningen.

De jaren dat hij in Rijnsburg verbleef, behoorden tot zijn meest vruchtbare. In 1663 kwam het eerste deel van de Ethica als manuscript in de handen van zijn Amsterdamse vrienden. Datzelfde jaar verhuisde hij naar Voorburg, waar hij introk bij de schilder Daniël Tydeman aan de Kerkstraat. Daar werkte hij verder aan zijn Ethica. Spinoza bestreed ondertussen de opvatting dat hij een atheïst zou zijn, maar slaagde daar niet goed in.[41] Henry Oldenburg, met wie Spinoza correspondeerde over Robert Boyle en Pierre Gassendi, werd in 1667 twee maanden opgesloten in de Tower of London. Verondersteld wordt dat de opsluiting te maken had met zijn contact met Spinoza.[42] Adriaen Koerbagh bracht in 1669 het boek 'Een Ligt schijnende in duystere Plaatsen' uit, dat de geest ademt van Spinoza's filosofie. Koerbagh werd voor godslastering veroordeeld tot tien jaar rasphuis en stierf enkele maanden later.

Den Haag[bewerken]

Tussen 1669 en 1671 verhuisde Spinoza naar Den Haag. Hij kreeg kost en inwoning bij een weduwe op de Stille Veerkade, maar als dat te duur voor hem wordt, verhuist hij naar de Paviljoensgracht. Hier huurde hij een kamer bij een lutherse ouderling.[43] Hij zou in dit "Spinozahuis", dat voorheen eigendom was van Jan van Goyen, tot aan zijn dood blijven wonen.

Spinoza deed een poging om kennis te maken met Cosimo III de' Medici. De behoudende prins weigerde hem te ontmoeten als hij op bezoek is in Den Haag bij prins Willem III. Spinoza had ondertussen het Godgeleerd-staatkundig Vertoog, ofwel de Tractatus theologico-politicus geschreven, dat in 1670 anoniem werd gepubliceerd. Het is het oudste pleidooi [bron?] voor de vrijheid van meningsuiting dat we kennen.[44]

In het rampjaar 1672 greep de lynchpartij op Johan de Witt en zijn broer Cornelis hem zeer aan. Spinoza was dermate geschokt dat hij 's nachts een pamflet schreef met de titel Ultimi Barbarorum (jullie zijn de ergste barbaren) om het bij de Gevangenpoort op te hangen.[45] Zijn huisbaas, Hendrik van der Spyck, wist hem tegen te houden door de voordeur op slot te draaien.

In het voorjaar van 1673 werd hem een professoraat wijsbegeerte aangeboden aan de Universiteit van Heidelberg, waar zijn medestander Samuel von Pufendorf had gedoceerd. Specifiek werd gevraagd zich bij de aanstelling te onthouden van het uiten van vooroordelen tegen religies.[46][47][48][49] Spinoza bedankte voor de eer en schreef: "... aangezien ik nooit lust heb gevoeld in het openbaar te doceren, kan ik er niet toe komen deze prachtige gelegenheid aan te grijpen, hoewel ik de zaak lange tijd bij mijzelf overwogen heb."[50]

In datzelfde jaar werd hij door de inwoners van Den Haag verdacht van spionage. Reden was dat hij op uitnodiging van de predikant en luitenant-kolonel Stoupa naar de stad Utrecht was gereisd, die door de invallende Fransen al een jaar bezet werd. Bij zijn terugkeer vreesde zijn huiseigenaar dat de bevolking bij Spinoza verhaal wilde komen halen. Volgens deze had Spinoza hem gezegd dat hij in dat geval de Hagenezen te woord zou staan, al zouden ze hem hetzelfde aandoen als wat de gebroeders De Witt was overkomen.[51]

Bezoek[bewerken]

De Utrechtse arts Lambert van Velthuysen had kritiek op het godsbeeld van Spinoza. Hij beschuldigde Spinoza van blinde overgave aan het noodlot.[52] De God die Spinoza schetste had geen goddelijke wil. Daardoor was volgens Van Velthuysen niet langer aan God af te meten wat 'goed' en 'kwaad' was. Moraal en deugdzaamheid werden zo in de waagschaal gesteld en dat had onzekerheden tot gevolg. Ook zo werd volgens Van Velthuysen de waarde van de Bijbel aangetast. Want als God geen moreel oordeel gaf, dan was de Bijbel weinig meer dan retoriek. Spinoza was niet onder de indruk en stuurde Van Velthuysen een gepeperde brief.[53]

Desondanks hielden Spinoza en Van Velthuysen contact. Vanaf 1673 bezochten ze elkaar regelmatig en hielpen elkaar bij het uitbrengen van teksten. Beiden kozen dezelfde kant in het conflict tussen Descartes en de Utrechtse theoloog Voetius.[54]

In 1674 wordt het Tractatus theologico-politicus (Theologisch-politiek traktaat) in Nederland verboden. Spinoza pleit hierin onder andere voor een onafhankelijke rechterlijke macht, bijna een eeuw eerder dan de Franse filosoof Charles Montesquieu dit deed.[55]

Spinoza begon een correspondentie met de Duitse natuurkundige en wiskundige Ehrenfried W. von Tschirnhaus, die voorheen in Leiden studeerde. Jonathan Israel stelt dat de discussies tussen beiden over de vrije wil, de motivatie van de mens, Descartes' wetten van de beweging en andere vraagstukken duidelijk de meest stimulerende waren in de laatste fase van Spinoza's leven.[56]

Albert Burgh (1650-1708) schreef als franciscaan in Rome op 11 september 1675 Spinoza een brief om hem op zijn rationalistische dwalingen en ongeloof in Christus te wijzen. Spinoza's antwoord is beroemd. Onder meer wijst hij erop dat het belachelijk is dat volgens het rooms-katholieke geloof de mensen die door de duivel misleid worden tot in de eeuwigheid verdoemd worden, terwijl de duivel ongestraft blijft.

In 1676 kwam Leibniz op bezoek. De twee filosofen voerden lange gesprekken, onder andere over het begrip zielsverhuizing bij Pythagoras.[57]

Spinoza is ongetrouwd gebleven. De overlevering vermeldt slechts één geval van zijn interesse in het andere geslacht, voor Clara Maria van den Enden, de manke dochter van zijn leermeester. Volgens zijn eerste biograaf Colerus zou hij meerdere keren verhaald hebben dat hij met deze meer dan twintig jaar jongere vrouw had willen trouwen.[58] Tijdgenoot Joachim Oudaen, afkomstig uit Rijnsburg en aldaar bekend met de collegianten, lijkt in een smaadgedicht uit 1683 te impliceren dat Spinoza homoseksueel was.

Spinoza's correspondenten[bewerken]

Spinoza bewaarde de binnengekomen correspondentie en de kladversies van zijn verstuurde brieven. Zeker achtentachtig brieven zijn bewaard gebleven. In een aankondiging van het project Spinozas Web werd bekendgemaakt dat er nog zeker 36 brieven van Spinoza zijn gevonden.[59]

Hij correspondeerde in ieder geval met de volgende personen:

Pieter Balling Willem van Blijenbergh Johannes Bouwmeester Hugo Boxel[60]
Robert Boyle Albert Burgh Johann Ludwig Fabritius Johann Georg Graevius
Jarig Jelles Johannes Hudde Gottfried Leibniz Johan van der Meer
Lodewijk Meyer Henry Oldenburg Jacob Ostens George Hermann Schuller
Nicolaus Steno Ehrenfried Walther von Tschirnhaus Lambert van Velthuysen Simon de Vries

Overlijden[bewerken]

Kast met boeken in het Spinozahuis.

In zijn laatste levensjaren kreeg Spinoza regelmatig bezoek van de arts en alchemist George Hermann Schuller. Deze jonge Amsterdamse geneesheer stelde in februari 1677 dat Spinoza niet lang meer te leven had.[61] Op 21 februari stierf Spinoza volgens zijn vrienden aan tuberculose.[62] Van deze ziekte had hij al twintig jaar last.[63] Hij werd begraven op het kerkhof van de Nieuwe Kerk in Den Haag. Voor zijn laatste reis werden zes koetsen ingehuurd.[64]

Boekenkast[bewerken]

Spinoza bezat bij zijn overlijden honderdzestig boeken: zesennegentig in het Latijn, zeventien meertalig, zestien in het Spaans, dertien in het Nederlands en tien in het Hebreeuws. De belangrijkste onderwerpen waren taalwetenschap, klassieke en eigentijdse gedichten, theologie, politieke theorie, wiskunde, natuurwetenschap en filosofie.

Spinoza bezat naast alle werken van Descartes het meetkundig en rekenkundig verzamelwerk Elementen van Euclides, ook een reisverslag naar Spanje van de hand van Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck, de epigrammen van Marcus Valerius Martialis, astronomische werken van Philippus Lansbergen en een medisch boek van Nicolaes Tulp.

Postume werken[bewerken]

Zijn lessenaar, met daarin zijn voltooide en onvoltooide manuscripten, werd vlak na zijn dood naar de uitgever Jan Riewertsz gebracht. Vervolgens kwamen allereerst de Opera Posthuma (Postume Werken) uit. Er waren twee uitgaven. Een in het Latijn en een naar het Nederlands vertaald door Jan Hendriksz. Glazemaker. De boeken werden in het sterfjaar gedrukt en begin 1678 uitgebracht; de Nederlandstalige uitgave onder de titel De Nagelate Schriften van B.d.S. Het is in feite een weergave van zijn 'Ethica', aangevuld met een uitvoerige inleiding die na zijn dood door een van zijn vrienden geschreven werd. Een verbod op publicatie door de Staten van Holland heeft de verspreiding niet kunnen stoppen.

Werk[bewerken]

Spinoza's denken combineert cartesiaanse metafysische en epistemologische principes met elementen uit het oude stoïcisme en het middeleeuwse, joodse rationalisme tot een zeer origineel systeem. Zijn zeer naturalistische opvattingen over God, de wereld, de mens en de kennis dienen om een ​​morele filosofie te funderen, gericht op de controle van de hartstochten, wat leidt tot deugd en geluk.[65] Hij beschouwde de mens als een extern aangestuurde machine, terwijl de mens zelf zich vrij waant.

Theologisch-politiek traktaat[bewerken]

Het Tractatus theologico-politicus (Theologisch-politiek traktaat) verscheen anoniem tijdens Spinoza's leven in 1670. Het geeft een van de eerste logische analyses van de Bijbel en geeft argumenten voor godsdienstvrijheid en tolerantie. Spinoza sloot dit boek af met een prijzende beschouwing over de vrijheid die Amsterdam zijn burgers biedt.

Ethica[bewerken]

Titelblad van de Ethica.

Zijn levenswerk is de Ethica ordine geometrico demonstrata. Het werd na zijn dood uitgegeven in zijn sterfjaar 1677. Hoewel ethiek het hoofdonderwerp is, begint het werk met een uitgebreide uiteenzetting van Spinoza's metafysica. In navolging van Descartes ging Spinoza uit van het idee dat de wiskunde een voorbeeld voor de filosofie is. Het gehele werk volgt de 'geometrische' methode, in navolging van Euclides' Elementen: definities, axioma's, stellingen, bewijzen en gevolgtrekkingen.

De Ethica bestaat uit vijf delen:

  1. God
  2. Over aard en oorsprong van de geest
  3. Over oorsprong en aard der aandoeningen
  4. Over de menselijke knechtschap of de macht der aandoeningen
  5. Over de macht van het verstand of de menselijke vrijheid

Spinoza ging ervan uit dat er slechts één substantie bestaat, door hem begrepen als datgene wat op zichzelf bestaat en uit zichzelf moet worden begrepen.[66] Het is zijn eigen oorzaak en wordt gelijkgesteld aan de hele natuur, ofwel God. De attributen van deze substantie zijn oneindig in aantal en vormen tezamen haar wezen; de mens echter kent er slechts twee, namelijk denking [bron?] en uitgebreidheid. De afzonderlijke dingen zijn modi (wijzigingen, veranderingen) van deze substantie.

Om verwarring met 'natuur' in het dagelijks taalgebruik te vermijden, onderscheidde Spinoza natura naturans - de scheppende natuur - en natura naturata - de geschapen natuur.

Voor details en uitleg zie ook Causa sui en Spinoza.

Politieke filosofie[bewerken]

Spinoza heeft grote invloed gehad op de politieke filosofie en het denken over de tolerantie. In het Theologisch-Politiek Traktaat pleitte Spinoza voor volledige vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid, dit in tegenstelling tot veel van zijn tijdgenoten. Spinoza was, tezamen met John Locke, de eerste die op principiële gronden de tolerantie verdedigde.

Spinozisme versus atheïsme en theïsme[bewerken]

Er bestaan meerdere interpretaties over de religieuze opvattingen van Spinoza. Voor sommigen is Spinoza een boegbeeld van het atheïsme, volgens anderen eerder van het pantheïsme. De basis van zijn stelsel is zijn neutraal monistische godsopvatting. Spinoza had een heel ander godsbegrip dan de drie monotheïstische religies.

Volgens Spinoza was God niet de schepper van de wereld, maar de wereld een onderdeel van het goddelijke.[67] Wonderen zijn volgens Spinoza niet het bewijs van goddelijke macht, maar van menselijke onwetendheid. Spinoza vond dat de aanwezigheid van God niet bewezen wordt door wonderen, maar door de orde in de natuur. Als we de oorzaken van ons handelen niet kennen, spreken we over de vrije wil, maar voor Spinoza was dit een gevolg van onwetendheid. Volgens Spinoza is onwetendheid het voornaamste obstakel bij het nastreven van een deugdzaam leven, niet egoïsme.[68] Goed en kwaad moeten volgens hem beschouwd worden als gelijkwaardig aan gezond en ongezond. Overgaan van passiviteit naar activiteit is volgens Spinoza altijd overweldigend, bevrijdend en vreugdevol.

Invloed spinozisme[bewerken]

Het genootschap Nil Volentibus Arduum (Latijn voor 'niets is moeilijk voor hen die willen') was een roemrucht gezelschap van intellectuelen, opgericht in Amsterdam in 1669, naar het voorbeeld van de Académie Française. Het was mede opgericht om onder de dekmantel van een cultureel gezelschap vrijelijk te kunnen discussiëren over de spinozistische filosofie, die zij wilde verspreiden.

Door wat bekend is geworden als de pantheïsmestrijd, kwam Spinoza's filosofie eind achttiende eeuw binnen Europa opnieuw in de belangstelling. De Duitse filosoof Jacobi schreef in 1785 dat bij leven de in Duitsland zeer bekende schrijver en dichter Lessing tegenover hem bekend had dat hij een volgeling was van Spinoza's gedachtegoed. Het riep heftige discussies op, met als gevolg dat Spinoza's geschriften invloed hadden op het Duits idealisme en de Duitse romantiek. Rond 1800 was de belangstelling voor Spinoza's werk dusdanig groot dat er in 1802 voor het eerst een uitgave van zijn verzameld werk gepubliceerd werd.[5]

Veel grote filosofen na Spinoza, zoals Hegel, Nietzsche[69] en Goethe, hebben hem op een voetstuk geplaatst. De Nederlandse schrijver Multatuli uitte zijn waardering in de volgende dichtregels: "Zeker ben ik van Spinoza's familie /en heb ik vaders neus niet recht,/ ik heb toch een hart als hij." Ook Albert Einstein bewonderde hem en vond aansluiting bij zijn abstracte godsbeeld. "Ik geloof in de God van Spinoza, die zichzelf openbaart in de wetmatige harmonie van het heelal, en niet in een God die zich bemoeit met het lot en de handelingen van mensen", liet Einstein weten, nadat hij in Rijnsburg het Spinozahuis had bezocht. In 1920 schreef hij een gedicht getiteld "Zu Spinozas Ethik".

In de 20e eeuw zijn er twee bloeiperioden van het spinozisme aan te wijzen. De eerste was een Spinozacultus in de Weimarrepubliek, in de jaren twintig. Deze dient gezien te worden in de context van het toenemende antisemitisme. Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog werd het eerste bloeimoment de kop ingedrukt. In Frankrijk was het werk van Spinoza ook invloedrijk onder een reeks Franse filosofen zoals Léon Brunschvicg en Jean Cavaillès.[70] De tweede periode trad op na die oorlog, toen Spinoza een populair studieobject werd voor de Franse marxisten, onder wie Louis Althusser, Étienne Balibar, Pierre Macherey en de Italiaan Antonio Negri. Ook in het denken van Gilles Deleuze en Alain Badiou is de invloed van Spinoza voelbaar.

Canon van Nederland[bewerken]

Standbeeld van Baruch Spinoza in Rijnsburg.
Standbeeld van Spinoza in Oegstgeest

Spinoza is in 2007 opgenomen in de Canon van Nederland. Het is een van de vijftig thema's die niet mogen ontbreken in de geschiedenisles op een Nederlandse school. Sommige christelijke scholen wilden Spinoza vervangen door een christelijk denker.

Trivia[bewerken]

  • Naar Spinoza is de Spinozapremie vernoemd, de hoogste Nederlandse wetenschapsprijs.
  • De Spinozalens is de naam van een internationale onderscheiding die vernoemd is naar Baruch Spinoza. De prijs is voor een persoon die zich verdienstelijk heeft gemaakt op het vlak van het denken over de grondslagen van de ethiek.
  • Het portret van Spinoza stond vanaf 30 maart 1972 tot 3 april 1996 op het geldbiljet van duizend Nederlandse gulden.
  • De Franse filosoof Pierre Bayle (1647-1706) beschouwde de Chinese filosofie als een vorm van spinozistisch atheïsme.[71][72]
  • Spinoza is ook de naam van de reguliere vrijmetselaarsloge in Oostende, gesticht in 2010 (zie lijst van loges in Oostende).
  • Johannes van Vloten is bekend als de degene die Spinoza's werk vanaf het midden van de negentiende eeuw voor het eerst onder de aandacht van een breder publiek bracht; onder meer door de uitgave (samen met Jan Pieter Nicolaas Land) van diens Verzamelde Werken (Opera Omnia in twee delen, 1882-1883). In totaal schreef Van Vloten tussen 1853 en 1883 bijna zestig beschouwingen over Spinoza. Hij had een belangrijk aandeel in het in Den Haag in 1880 oprichten van een standbeeld van Spinoza.
  • De Nederlandse dichter Herman Gorter maakte een vertaling van de Ethica.
  • Hoewel er veel gravures, schilderijen, bustes en standbeelden zijn die Spinoza verbeelden, is de gelijkenis van de meeste zeer twijfelachtig. Wie ze vergelijkt hoeft geen kunstkenner te zijn om te zien dat ze onmogelijk dezelfde persoon verbeelden. De verschillen in gelaatstrekken zijn te groot om te wijten aan leeftijd, lichaamsgewicht, kapsel en gezondheid van Spinoza en/of talent en artistieke vrijheid van de verschillende portrettisten. Van vrijwel alle portretten staat dan ook vast dat ze na de dood van Spinoza tot stand zijn gekomen, van geen enkel portret staat vast dat het bij zijn leven gemaakt is. Kennelijk is de behoefte om zich een beeld te vormen van hoe Spinoza eruit zag zo groot dat het een vrijbrief is voor artiesten om er op los te fantaseren. (bron Rudi Ekkart, "Spinoza in beeld: het onbekende gezicht", in: De steen vliegt/A stone in flight, Arti & Amicitiae, Amsterdam, 1997, pp 130–160).

Bibliografie[bewerken]

  • 1660 - De Verhandeling over de verbetering van het verstand
Tractatus de intellectus emendatione
Spinoza onderzoekt hoe men ware kennis kan verwerven. Gepubliceerd in 1677 in de Opera Posthuma
  • 1667 - De Korte Verhandeling
Tractatus de Deo et homine ejusque felicitate
De tekst werd ontdekt na 1852 en voor het eerst vijftien jaar later gepubliceerd.
Renati Des Cartes Principia Philosophiae
Deze tekst ontstaat uit de lessen die Spinoza gaf aan zijn leerling Casearius.
  • 1663 - Cogitata metaphysica
Over de theorie van het zijn en zijn verschijningswijzen, God, diens attributen en de menselijke ziel.
  • 1670 - Theologisch-politiek traktaat
Tractatus theologico-politicus
Met deze tekst toont Spinoza aan dat de vrijheid van filosoferen een onmisbaar onderdeel is voor de vrede in de staat. Hij gaat in op profetie en wonderen; God spreekt door de profeet en profetie ontleent haar gezag aan het gegeven dat zij door God is geïnspireerd. De profeet bewijst dus niet, maar beweert: hij eist de waarheid voor zich op, zonder deze te ondersteunen met een bewijs. Hij gaat in op de onmogelijkheid van een adequate bijbelinterpretatie en de scheiding van filosofie en theologie en sluit het traktaat af met een betoog voor de geleidelijke invoering van de democratie.
  • 1677 - Politiek traktaat
Aan dit werk heeft Spinoza de laatste twee jaren van zijn leven besteed. Sprak hij in het Theologisch-politiek traktaat nog over het maatschappelijk contract, nu vervangt hij dat door passies, belangen en instellingen.
Het werk waar Spinoza rond 1665 al een groot deel van voltooid had. Die jonge Ethica, door Spinoza eerder aangeduid als Mijn Filosofie, bestond toen nog uit drie delen. Op het moment van publicatie waren dat er vijf geworden. Spinoza geeft vanuit enkele axioma's een monistische metafysica aan, verklaart de werking van de geest en de aandoeningen en toont de weg naar de ultieme gelukzaligheid.
Veel van Spinoza's briefwisselingen over zijn filosofie, werk en leven zijn bewaard gebleven. In veel van deze brieven legt hij moeilijke onderwerpen in zijn filosofie uit.
  • 1677 - Compendium Grammaticae Linguae Hebraeae
Behandelt de grammatica van het Hebreeuws en vergelijkt deze met het Latijn.
  • 1677 - Reeckening van kanssen. Vraeg-Stucken

Tot 1983 werd het werk "Stelkonstige reeckening van den regenboog" aan Spinoza toegeschreven. J. de Vet toonde in dat jaar aan dat de auteur Salomon Dierquens was, een Haagse regent.[73]

Literatuur[bewerken]

Vertalingen[bewerken]

  • Akkerman, F. & F.G. Hubbeling, A.G. Westerbrink (1977) Briefwisseling (vertaald uit het Latijn en uitgegeven naar de bronnen), Wereldbibliotheek, Amsterdam
  • Akkerman, F. & F.G. Hubbeling, et al (1982) Korte geschriften, Wereldbibliotheek, Amsterdam
  • Akkerman, F. (1997) Spinoza: Theologisch-Politiek Traktaat (uit het Latijn vertaald, ingeleid en van verklarende aantekeningen voorzien), Wereldbibliotheek, Amsterdam
  • Bouwman, Haije (2010) (eigentijdse Nederlandse hertaling)
  • Burger, Dionijs Zedekunde van Benedictus de Spinoza
  • D'huyvetters (2014) "Staatkundige verhandeling", Wereldbibliotheek, Amsterdam
  • Klever, Wim (1996) Ethicom, ofwel Spinoza's Ethica vertolkt in tekst en commentaar, Eburon, Delft
  • Knol, Jan (2011) Spinoza's Korte Verhandeling over God, de mens en zijn geluk (hertaling met uitleg + verwijzingen naar Ethica), Wereldbibliotheek, Amsterdam
  • Koops, Rikus Spinoza's Korte Verhandeling over God, de mens en zijn welstand (Nederlandse hertaling met originele tekst en vergelijking Ethica), Uitgeverij Parthenon, 2012. website auteur over Korte Verhandeling
  • Krop, Henri (2002) Spinoza Ethica (Nederlandse vertaling met inleiding), Bert Bakker, Amsterdam
  • Suchtelen, Nico van (1979) Ethica (uit het Latijn vertaald in het Nederlands, ingeleid en van verklarende aantekeningen voorzien), Wereldbibliotheek, Amsterdam

Populaire inleidingen[bewerken]

  • Goldstein, Rebecca (2007) De onbekende Spinoza, Atlas
  • Knol, Jan (2012) En je zult spinazie eten. Aan tafel bij Spinoza, filosoof van de blijdschap, achtste druk, Wereldbibliotheek, Amsterdam
  • Knol, Jan (2011) Spinoza uit zijn gelijkenissen en voorbeelden voor iedereen derde druk, Wereldbibliotheek, Amsterdam
  • Knol, Jan (2009) Spinoza's intuitie, tweede druk, Wereldbibliotheek, Amsterdam
  • Knol, Jan (2014) Spinoza's 259 stellingen, eigen beheer, Smilde
  • Moreau, Pierre-François (2004) Spinoza en het spinozisme. Een inleiding
  • Reijen, Miriam van (2008) Spinoza. De geest is gewillig, maar het vlees is sterk, Klement, Kampen
  • Smilevski, Goce (2014) Het web van Spinoza, Anthos, Amsterdam

Overzichten[bewerken]

Tweede druk van Bayle's Encyclopedie, waarin opvallend veel aandacht werd besteed aan Spinoza. Gedrukt in Rotterdam. (1702)
  • Bennett, Jonathan (1984), A Study of Spinoza's "Ethics". Indianapolis: Hackett Publishing Company
  • Bunge, Wiep; Krop, Henri; Steenbakkers, Piet en Jeroen van de Ven (2011) The Continuum Companion to Spinoza (2011). (naslagwerk)
  • Hubbeling, Hubertus G. (1989) Spinoza, Ambo
  • Graaff, F. de (1977) "Spinoza en de crisis van de Westerse cultuur, Voorhoeve
  • Israel, Jonathan (2001) Radicale Verlichting, Hoe radicale Nederlandse denkers het gezicht van onze cultuur voorgoed veranderden, Uitgeverij Van Wijnen - Franeker - vertaling 2005 van Radical Enlightenment
  • Nadler, Steven (1999) Spinoza. A life, Nederlandse vertaling als Spinoza (2007) Olympus, Amsterdam
  • Romein, Jan en Annie Romein-Verschoor (1977) Erflaters van onze beschaving Querido, Amsterdam, pp. 423–448.
  • Scruton, Roger (2000) Spinoza, Lemniscaat (Nederlandse vertaling oorspronkelijk bij Oxford University Press, 1986)
  • Smilevski, Goce (2006) Conversation with Spinoza. Northwestern University Press, Chicago
  • Steenbakkers, Piet (2000) Benedictus de Spinoza (1632-1677) Een overzicht
  • Tak, W.G. van der (1928) Bento de Spinoza - Zijn leven en gedachten over de wereld, den mensch en den staat. Martinus Nijhoff, 's-Gravenhage
  • Vloemans, Anton (1931) Spinoza, de mensch het leven en werk, Leopold's Uitgevers-Maatschappij
  • Vries, Theun de (1972) Spinoza - Beeldenstormer en wereldbouwer, H.J.W. Becht
  • Zweerman, Theo met medewerking van P. Juffermans (2006) Spinoza’s Inleiding tot de filosofie - Ethiek als verhuiskunde, Boom

Speciale onderwerpen[bewerken]

  • Damasio, Antonio (2010) "Het gelijk van Spinoza. Vreugde, verdriet en het voelende brein". Wereldbibliotheek, Amsterdam
  • De Dijn, Herman (1996) Spinoza, The Way to Wisdom. Purdue University Press, West Lafayette (Ind.)
  • De Dijn, Herman (1999) De uitgelezen Spinoza. (Ingeleid en toegelicht door Herman De Dijn) Boom, Amsterdam / Lannoo, Tielt
  • De Dijn, Herman (2009) Spinoza. De doornen en de roos. Pelckmans
  • Gleichmann, Gabi (2013) Het geheim van onsterfelijkheid. Uitgeverij De Geus, Breda.
  • Jongeneleen, Gerrit H. (2008) 'Language and traductology in Spinoza's Short Treatise', in: Lo van Driel & Theo Janssen (eds.), Ontheven aan de tijd. Linguïstisch-historische studies voor Jan Noordegraaf bij zijn zestigste verjaardag. Stichting Neerlandistiek VU & Nodus Publikationen, Amsterdam & Münster, p. 55-64.
  • Klever, Wim (1990) Proto-Spinoza Franciscus van den Enden, Studia Spinozana, nr. 6, pp. 281– 289.
  • Klever, Wim (1997) Mannen rondom Spinoza, Uitgeverij Verloren, Hilversum
  • Klever, Wim (2005) Spinoza classicus, Damon Budel
  • Klijnsmit, Anthony J. (1985) 'Spinoza over taal', Studia Rosenthaliana 19:1, p 10-38.
  • Klijnsmit, Anthony J. (1986) Spinoza and Grammatical Tradition (mededelingen vanwege het Spinozahuis, nr. 49) Brill, Leiden
  • Klijnsmit, Anthony J. (1990) 'Spinoza on the 'Imperfection of Words', in: Peter Schmitter ed., Essays towards a History of Semantics. Nodus Publikationen, Münster, p. 55-82.
  • Klijnsmit, Anthony J. 'Spinoza and the Grammarians of the Bible' In: Jan Noordegraaf, Kees Versteegh & Konrad Koerner (eds), The History of Linguistics in the Low Countries (1992) John Benjamins, Amsterdam & Philadelphia, p. 155-200.
  • Klijnsmit, Anthony J. 'Vossius, Spinoza (2000) Schultens: The Application of Analogia in Hebrew Grammar'. Helmantica: Revista de filología clásica y hebrea 51, no 154, p. 139-166.
  • Klijnsmit, Anthony J. 'Spinoza’s schooljaren en zijn kennis van het Hebreeuws' In: Lo van Driel & Theo Janssen (eds.), Ontheven aan de tijd. Linguïstisch-historische studies voor Jan Noordegraaf bij zijn zestigste verjaardag (2008) Stichting Neerlandistiek VU en Nodus Publikationen. Amsterdam & Münster, p. 45-54.
  • Knol, J. (2009) Waarom hield Spinoza zijn Korte Verhandeling voor gezien? (mededelingen van het Spinozahuis, nr. 96)
  • Prud’homme van Reine, Ronald, Moordenaars van Jan de Witt, de zwartste bladzijde van de Gouden Eeuw. Arbeiderspers, Utrecht (2013)
  • Wolfson, Harry Austryn (1934), The Philosophy of Spinoza, Unfolding the Latent Processes of His Reasoning. Harvard University Press

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Toespraken bij onthulling beeld van Nicolas Dings en analyse symboliek monument (2008) Stichting Spinoza Monument
  2. Nadler, S. (2008) De ketterij van Spinoza, p. 178.
  3. Klever, W. (1995) Een nieuwe Spinoza in veertig facetten, p. 110.
  4. Steenbakkers, Piet (1999/2000) Benedictus de Spinoza, een overzicht (1632-1677) In: Filosofie: tweemaandelijks tijdschrift van de Stichting Informatie Filosofie, jaargang 9 nr. 6, p. 4–14
  5. a b Steenbakkers, Piet (1999/2000)
  6. Akkerman, F. et al. (1977) Spinoza. Briefwisseling, p. 31.
  7. Brackman, Eli (2009) Why was Spinoza excommunicated?
  8. Bruyn-Kops, Henriette de (2007) A Spirited Exchange: The Wine and Brandy Trade Between France and the Dutch p. 282
  9. Isaac overleed in april 1627 in Rotterdam en werd evenals de twee schoondochters en twee kleinkinderen op begraafplaats Beth Haim in Ouderkerk aan de Amstel begraven.
  10. Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek
  11. Frederiks, J.G. (1890) Kohier van den 200-sten penning voor Amsterdam en onderhoorige plaatsen over 1631
  12. Zij was de dochter van koopman Henrique Garces, alias Baruch senior en naar wie Baruch Spinoza vernoemd werd. In: Nadler, Steven (1999), p. 36
  13. Deze kinderen waren: Miriam (1629-1651), Isaac (1630/1632-1649), Baruch, Rebecca en Gabriel.
  14. Nadler, Steven (1999) Spinoza, a life Cambridge University Press, Cambridge, p. 63
  15. Spinoza's vader sprak geen of nauwelijks Nederlands.
  16. Nadler, Steven (1999), p. 86.
  17. De vader van Baruch betaalde jaarlijks 130 gulden aan huur voor een huis achter de Jodenbreestraat, eigendom van de goudleermaker Willem Kick. In: Stadsarchief Amsterdam transportakten
  18. Hij woonde niet op wat nu Waterlooplein 41 is, het zogenaamde Tapythuis, zoals soms wordt aangegeven.
  19. Eskens, Erno (2011) Baruch Spinoza: God is een oneindige verzameling filosofiemagazine.nl
  20. Vloemans, A. (1931) Spinoza, de mensch het leven en werk, Leopold's Uitgevers-Maatschappij
  21. Akevoth website dutchjewry.net; Michael Espinosa (25212), Ester de Soliz (25142), Mirjan (4583), Isaac (25170), Hana (25157), Rachel (25222), Isaak (25168), kind (25055)
  22. Klever, W.N.A. (1994) Zicht op Spinoza: twintig tijdschetsen, p. 30-31.
  23. De zonen van Adam kenden de landbouw en de veeteelt; er moesten dus volgens hem voorgangers zijn geweest. Het Chinese rijk moest al hebben bestaan voor de zondvloed.
  24. Spinoza stond misschien in contact met Adam Boreel en met een aantal van zijn medestanders of collegianten, een vrijzinnige stroming, die sinds 1648 op regelmatige basis bijeenkwam. Boreel had een diepgaande studie van het jodendom gemaakt, met als ultiem doel het bekeren van joden tot het protestantisme. Daarbij werkte hij samen met Menasseh ben Israel en Juda Leon Templo in de Korte Houtstraat. In: J. T. Young (1998), Faith, Alchemy and Natural Philosophy: Johann Moriaen, Reformed Intelligencer, and the Hartlib Circle, p.47.
  25. Nadler, Steven (1999) p. 138.
  26. Spinoza, Baruch; TTP, hoofdstuk 7)
  27. Klever, W. (1995) Een nieuwe Spinoza in veertig facetten, p. 65-68.
  28. Er was in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden een relatief grote vrijheid van meningsuiting. Dat leidde tot kritiek in orthodox-gereformeerde kringen. Daarop verordonneerden in 1656 de Staten van Holland dat de Leidse professoren filosofie en theologie de 'filosofische vrijheid' niet mochten misbruiken en theologie niet mochten vermengen met filosofie. Enkele stellingen van het gedachtegoed van Descartes werden verboden, maar niet alle. In: amsterdamsespinozakring.nl
  29. Volgens Spinoza zou de profeet Ezra een belangrijke rol hebben gespeeld bij de samenstelling van het boek Genesis.
  30. Brackman, Eli (2009)
  31. Seeligmann, S. (1933) Spinoza Amstelodamensis. In: Maandblad Amstelodamum, p. 20
  32. Dat overkwam onder anderen ook Uriel da Costa in 1618 in Hamburg en Spinoza's vriend Juan de Prado in 1657 in Amsterdam.
  33. Geopperd is door historici dat niet Spinoza's 'duivelse opvattingen' de aanleiding waren voor zijn verbanning, maar dat hij zich beroepen had op de Hollandse wetgeving om onder de erfenis van zijn vader uit te komen, die vooral uit schulden bestond. Volgens het Hollandse recht was hij als 23-jarige minderjarig en hoefde hij om die reden de erfenis niet te accepteren. Volgens het joodse recht was hij al vanaf zijn dertiende levensjaar volwassen. In: Nadler, Steven (2008) De ketterij van Spinoza, p. 50-51. Anderen menen dat zijn verstoting te maken kan hebben gehad met het onder meer niet navolgen van de spijswet.
  34. Gabriël zou in 1664 de firma van de hand doen en via Barbados terechtkomen in Jamaica. Rebecca vertrok naar Curaçao.
  35. Akkerman, F. (1977) Spinoza's tekort aan woorden. Humanistische aspecten van zijn schrijverschap, p. 9. Mededelingen van het Spinozahuis, Leiden.
  36. Miert, D. van (2005) Illuster onderwijs. Het Amsterdamse Athenaeum in de Gouden Eeuw, 1632-1704, p. 166.
  37. Enden, Franciscus van den (1992) Vrije Politieke Stellingen (inleiding Wim Klever), Wereldbibliotheek, Amsterdam, blz. 21
  38. Nadler, Steven (1999), p. 158
  39. Huygens, Christiaan (1895) Oeuvres complètes VI, M. Nijhoff, 's-Gravenhage, p. 155
  40. Spinozahuis
  41. Hij bracht een bezoek aan Johan Frederik Schweitzer, die beweerde goud te hebben gemaakt met behulp van lood.
  42. Akkerman, F. et al. (1977) Spinoza. Briefwisseling, p. 41.
  43. Bayle, Pierre (2006) Over Spinoza, p. 89. Bezorgd onder redactie van Henri Krop en Jacob van Sluis.
  44. In 1670 kwamen vijf bezwaren binnen bij de Synode tegen zijn Godgeleerd-staatkundig Vertoog. In: Romein, Jan en Annie Romein-Verschoor (1977) p. 440
  45. Die Lebensgeschickte Spinoza, Band 1, Dok. 107,
  46. Bayle, Pierre (2006) Over Spinoza, (redactie Henri Krop en Jacob van Sluis), p. 88
  47. Die Lebensgeschichte Spinoza, Band 1, Dok. 109,
  48. Israel, J. (2001) Radicale Verlichting, p. 612 en 694
  49. Een zekere Chevreaux had Spinoza bij de keurvorst Karel I Lodewijk van de Palts aanbevolen als opvolger van Von Pufendorf.
  50. Spinoza, Baruch (1977) Briefwisseling (onder redactie van F. Akkerman, H.G. Hubbeling en A.G. Westerbrink) Wereldbibliotheek, Amsterdam, p. 301.
  51. Colerus. J. (uitgave 1880) Leven van Spinoza
  52. Kuypers, Etienne L.G.E. (1993) Sporen Van Spinoza, p. 138 Google Boeken
  53. Coppens, Gunther; Theo Verbeek, Han van Ruler e.a. (2004) books.google.nl Spinoza en het Nederlands cartesianisme] (redactie Gunther Coppens), Acco, Leuven, p. 61
  54. Krop, Henri; Spinoza en het calvinistisch cartesianisme van Lambertus Van Velthuysen (1622-1685) In: Coppens, Gunther; Theo Verbeek, Han van Ruler e.a. (2004), p. 61-78
  55. Scruton, Roger (1986) p. 124
  56. Von Tschirnhaus kwam bij Spinoza op bezoek en kreeg via Spinoza contact met Henry Oldenburg, de secretaris van de Kon. Academie van wetenschappen in Londen.
  57. Leibniz hield zijn bezoek geheim. Hij publiceerde in 1714 een gematigde visie waarin geloof en wetenschap niet met elkaar strijdig zijn.
  58. Zij zou uiteindelijk in het huwelijk treden met Theodor Kerckring.
  59. "As compared with other philosophers of the period, Spinoza wrote relatively few letters. In the 1677 Opera posthuma, 75 letters were included, both from and to Spinoza, with the explicit intention to clarify his philosophy. Subsequently, several other letters have been discovered, bringing the total number to 88. Preliminary research has now established that at least 36 more letters can be postulated, and many of them dated exactly. This investigation will also correct the chronology. All this is essential for a future critical edition of Spinoza’s correspondence, as planned by the ‘Groupe de recherches spinozistes’." Spinoza’s Web An Outline of the Research Project at its Launch, as from February 2017
  60. Coppens, Gunther (2004) Spinoza et Boxel: Revue de métaphysique et de morale (n° 41), p. 59-72.
  61. Reimer, G. (1890) Leibniz und Spinoza: Ein Beitrag zur Entwicklungsgeschichte der Leibnizischen Philosophie, Berlin
  62. Spinoza, Benedictus de (1678) Opera Posthuma
  63. Köhler, Johannes (1705) De waarachtige verrijzenis Jesu Christi uit den dooden, tegen B. de Spinoza en zijne aanhangeren verdeedigt .... op Paaschdag 1704. Beneffens een naaukeurige levensbeschrijving van deezen beruchten wijsgeer, Amsterdam.
  64. Köhler, Johannes (1705)
  65. Stanford encyclopedia of Philosophy
  66. Despinoza, Benedictus (1677) Ethica ordine geometrico demonstrata. Wereldbibliotheek, Amsterdam (Vertaling uit 1915 door Nico van Suchtelen).
  67. Carlisle, Clare Spinoza, part 1: Philosophy as a way of life The Guardian, 7 februari 2011
  68. Carlisle, Clare Spinoza, part 7: On the ethics of the self The Guardian, 21 maart 2011
  69. Zie Sommer, A. U., 'Nietzsche's Readings on Spinoza: A Contextualist Study, Particularly on the Reception of Kuno Fischer', Journal of Nietzsche Studies, 43 (2), 2012, pp. 156-184.
  70. Bloch, O., Spinoza au XXe siècle, Presses Universitaires de France, Parijs, 1993.
  71. Israel, Jonathan (juli 2007)Admiration of China and Classical Chinese Thought in the Radical Enlightenment (1685-1740) Taiwan Journal of East Asian Studies, Volume 4, nr. 1 (uitgave 7), p. 7.
  72. Israel, Jonathan I. (2011) Democratic Enlightenment: Philosophy, Revolution, and Human Rights 1750-1790 p. 558-574
  73. Vet, J. de (1983) 'Was Spinoza de auteur van Stelkonstige reeckening van den regenboog en van Reeckening van kanssen?' In: Tijdschrift voor filosofie, jaargang 45, p. 602-39).
Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Baruch Spinoza.
Wikisource NL Meer bronnen die bij deze auteur horen, kan men vinden op de pagina Baruch Spinoza op de Nederlandstalige Wikisource.