Basiliek Sainte-Marie-Madeleine van Vézelay
| Basiliek Sainte-Marie-Madeleine van Vézelay | ||
| Werelderfgoed cultuur | ||
| Land | ||
| UNESCO-regio | Europa en Noord-Amerika | |
| Criteria | i, vi | |
| Inschrijvingshistorie | ||
| UNESCO-volgnr. | 84 | |
| Inschrijving | 1979 (3e sessie) | |
| Uitbreiding | 2007 | |
| UNESCO-werelderfgoedlijst | ||
De basiliek Sainte-Marie-Madeleine de Vézelay [1]is een oude abdijkerk in Vézelay, stadje in Bourgondië, Frankrijk (departement Yonne).
Inhoud |
[bewerken] De buitenkant van de basiliek
Dit meesterwerk van de romaanse architectuur van de 12e eeuw staat al vanaf 1840 op de lijst van historische monumenten. Daarna werd de basiliek gerenoveerd door Eugène Viollet-le-DucViollet-le-Duc.
-
Gevel van de basiliek Sainte-Marie-Madeleine: beeld van Johannes de Evangelist.
-
Beeld van Johannes de Doper.
[bewerken] De westelijke gevel
Deze gevel kreeg in de 19e eeuw na een grondige verbouwing zijn huidige gedaante. In de 13e eeuw was het oorspronkelijke gebouw al gewijzigd door de toevoeging van een fronton met puntdak en smalle vensteropeningen. Er zijn drie portalen, waarvan alleen de middelste een timpaan heeft.
Het fronton heeft een zeer merkwaardige functie. Want niet alleen dient het ter maskering van de onregelmatigheden in de gevel - wat alle frontons doen - maar het dient ook als timpaan voor de gewelven van de nartex en de vensteropeningen in het laagste gedeelte van de fronton laten licht toe aan de nartex. Ook loopt een fronton zelden uit op een spitsboog, zoals hier. De beelden in het bovenste deel stellen in de top een tronende Christus voor in zegenende houding met het Evangelie in de hand; twee engelen houden een grote kroon boven zijn hoofd, rechts van hem staat Maria, links Maria Magdalena. Op de flanken staan twee engelen.
Tussen de slanke vensteropeningen van het laagste gedeelte van het fronton staan vijf heiligenbeelden: Johannes de Evangelist, Andreas, Johannes de Doper, Petrus, Paulus et Benedictus.
De basiliek zou twee torens krijgen, maar de linkertoren is nooit gebouwd. De gotische rechtertoren uit de 14e eeuw, de Saint-Micheltoren, heeft een plat dak dat toegankelijk is vanuit de nartex.
[bewerken] Het timpaan van het Laatste Oordeel
Het timpaan boven het centrale portaal van de gevel stelt het Laatste Oordeel voor. Het werd in 1856 vervaardigd door de beeldhouwer Pascal, onder toezicht van de architect Viollet-le-Duc. Het in neo-romaanse stijl uitgevoerde werk ondervond aanvankelijk sterke kritiek maar werd later wel als geslaagd beschouwd. Het oorspronkelijke timpaan, dat tijdens de Franse Revolutie kapotgeslagen werd, heeft een plaats gekregen tegen de buitenmuur van het achtste travee van het schip, aan de zuidzijde.
De compositie is klassiek en geïnspireerd door "Laatste Oordeel"s uit andere Romaanse kerken', met name die van het timpaan in de kathedraal Saint-Lazare in Autun. In het midden beheerst Christus in mandorla het beeld, met wijd gespreide armen. Aan zijn linkerhand weegt aartsengel Michael de zielen, een afschuwelijke duivel aan zijn zijde. De veroordeelden, veelal naakt, gaan naar de hel en verdwijnen in de muil van een monstrueuze Léviathan. Aan de rechterhand van Christus staan Maria en Petrus met sleutel en gaan de uitverkorenen naar het Hemelse Jeruzalem. Rond Christus zijn de evangelisten in de gedaante van hun symbooldieren afgebeeld: bovenaan Lucas en Matheus, onderaan Marcus en Johannes. De latei, onder het timpaan, toont episodes uit het leven van Christus.
[bewerken] Het koor en de apsis
Het koor met kooromloop en zijkapellen stamt uit de gotische periode, waaarvan de spitsbogen getuigen. Het werd tussen 1185 en 1190 gelijk met de dwarsbeuk gebouwd nadat het oorspronkelijke romaanse koor was ingestort.
[bewerken] Het interieur van de basiliek
[bewerken] De nartex
De narthex heeft zijn eigen symboliek; hij is in principe voor de gelovigen een plek van bezinning en boetedoening alvorens de kerk binnen te gaan. Nog niet gedoopten en degene die het licht nog niet ontvangen hebben (de pinkstergedachte) mogen de kerk niet betreden. In de narthex van Vezelay wordt dit gegeven op bijzondere wijze geïllustreerd in het timpaan in deze ruimte. Hierin worden de apostelen bevangen door de heilige geest de wereld in gestuurd om de volkeren te bekeren. Na de bekering mogen de gelovigen binnentreden en opgaan naar het licht.
De tussen 1145 en 1150 gebouwde nartex is romaans ; hij werd in navolging van Cluny gebouwd om de opstelling van processies te vergemakkelijken. Hij heeft een diepte van drie traveeën en is, net als de kerk, ingedeeld in drie schepen. Vanuit de nartex verschaffen drie portalen, elk met een gebeeldhouwd timpaan erboven, toegang tot de kerk. De brede tribunes of galerijen van de nartex zijn een bijzonderheid want ze bestaan niet in de kerk zelf. Ze beslaan de twee zijbeuken en het derde travee van het middenschip. Deze laatste galerij (boven de grote toegangsdeur naar de kerk zelf) kijkt uit op het middenschip van de kerk. De balustrade van de centrale galerij is versierd met een fries met mijterbogen. Een zeer belangrijk detail: het gewelf boven deze galerij is gotisch en heeft spitsbogen. Het is één van de eerste voorbeelden in Frankrijk van zijn soort; de andere gewelven zijn romaans met sterk verhoogde ribben. De galerijen boven de zijbeuken kijken uit op de centrale galerij via kleine rondbogen op zuiltjes.
Eugène Viollet-le-Duc, die nartexen "porches fermés" (gesloten voorportalen) noemde, beschouwde die van Vézelay als één van de meest opmerkelijke van de Middeleeuwen en maakte er een aantal zeer fraaie schetsen van.[2].
Het hang- en sluitwerk van de deuren in de nartex en de buitendeur van de noordelijke zijbeuk werd vervaardigd door Pierre François Marie Boulanger [3].
[bewerken] Het middenportaal van de nartex en zijn timpaan
Het timpaan van het middenportaal in de nartex is één van de grootste meesterwerken van de romaanse beeldhouwkunst in Frankrijk. Het stelt de wording van de Kerk voor, met Christus die de apostelen zegent en hen opdraagt de volkeren te bekeren. Deze thematiek is uniek in de romaanse kunst. De scene is geheel en al georganiseerd rond een in glorie tronende Christus. Hij domineert de andere personages door zijn omvang. Het onbewogen gezicht van Christus contrasteert met zijn houding, die iets weg heeft van een bliksemschicht, en de werveling in zijn kleding. Sommigen zien in zijn houding een kruis. Van zijn handen gaan stralen uit in de richting van de apostelen. Zij symboliseren de missie die hij hen opdraagt: "Ga dan heen, onderwijs al de volken"
De twaalf apostelen houden het Boek in hun hand en zijn bereid naar alle hoeken van de wereld te vertrekken. En die wereld wordt in al zijn diversiteit getoond: in acht cassettes in een halve cirkel rond de scene worden van links naar rechts getoond: twee schrijvende apostelen, de Joden, de Cappadociërs, de Arabieren naar het schijnt, de Cynocefalen die geacht worden in Indië te leven, de Phrygiërs, de Byzantijnen en de Armeniërs.
In de onderste boogronding rond het timpaan worden de tekens van de Dierenriem getoond alternerend met de agrarische werkzaamheden van de verschillende maanden.
In de latei onder het timpaan worden links de bekende volkeren afgebeeld en rechts de onbekende; zij bewegen zich naar het midden d.w.z. naar de Kerk van Christus, symbool van hun bekering. De bekeerde volkeren wenden zich aldus tot de twee grote personages aan de voeten van Christus die hen tot Christus zullen voeren; het zijn respectievelijk Petrus, herkenbaar aan zijn sleutel en Paulus, de twee steunpilaren van de kerk.
De middenpijler tussen de deuren wordt gesierd door het beeld van Johannes de Doper, de Voorloper van Christus. Hij houdt in zijn rechterhand het plateau met het Lam Gods met het kruis erop.
-
De centrale timpaan van de narthex werd vervaardigd in de jaren 1125-1130. In de latei links zijn de bekende volkeren afgebeeld en in de rechter latei de onbekende volkeren. De archivolt toont afwisselend de tekens van de dierenriem en de werkzaamheden in de verschillende maanden.
-
In de bovenste cassette, de Byzantijnen. In de onderste cassette, de Armeniërs. In de medaillons van de boog : de Schorpioen, een boer die een varken doodt, de Boogschutter. Op de latei onbekende volkeren: van rechts naar links, de Panoteanen (met grote oren), de Pygmeeën waarvan er één een trap gebruikt om een paard te bestijgen, de Macrobiërs uit Ethiopië (volk van reuzen).
[bewerken] Het rechter portaal en het linker portaal
Het timpaan van het rechterportaal (aan de zuidkant) is gewijd aan Maria en de Geboorte. Men ziet de Verkondiging, de Annunciatie, de Visitatie, de geboorte van Christus en de Adoratie van de Drie Koningen.
Het timpaan links (aan de noordkant) toont twee scenes gebonden aan het leven van Christus na de Opstanding. Het bovenste deel stelt of de Hemelvaart voor of een verschijning van de opgestane Christus aan de apostelen.
Het onderste deel beschrijft de ontmoeting in Emmaüs, waar de discipelen Christus herkennen door het breken van het brood.
[bewerken] Het schip
Met zijn lengte van 62 m is de kerk langer dan andere Franse kathedralen, zoals de Notre-Dame van Parijs (60m} of de Notre-Dame van Amiens (54 m), is het brede schip zeer indrukwekkend. Lichter dan de nartex lijkt het een lange straat naar het koor.
Het romaanse schip was in 1140 klaar. Net als in de nartex, bevinden zich boven de grote arcades die toegang geven naar de zijbeuken, de hoge vensters van de bovenste zijmuren. Er zijn tien traveeën waarvan er negen een kruisgewelf hebben gescheiden door ronde gordelbogen, met afwisselend lichte en donkere secties, die steunen op pijlers in drie verdiepingen. De twee zijbeuken zijn ook voorzien van kruisgewelven die rusten op zuilen met versierde kapitelen.
Het laatste travee van het schip, dat grenst aan de dwarssbeuk heeft spitsbogen, om de overgang tot stand te brengen naar viering , dwarsbeuk en koor, die allemaal gotisch zijn. Het is ook hoger dan de overige traveeën van het schip.
Het schip is opvallend licht, vergeleken met andere romaanse heiligdommen. Dat is te danken aan verschillende factoren: de ligging van het gebouw op de top van een heuvel waardoor zonlicht overvloedig invalt, de aanwezigheid van hoge vensters (en zo breed als de romaanse bouwkunde maar toeliet) die direct het middenschip belichten, de afwezigheid van glas-in-loodramen en tenslotte de aanwezigheid van brede vensteropeningen in de zijbeuken.
Door het ontbreken van meubilair en glas-in-loodramen is de enige opsmuk van het gebouw de aan de architectuur gebonden versierselen, wat de horizontaliteit accentueert : friezen met eivormige versieringen, schitterend uitgevoerde kapitelen op de pijlers. Ook de grondplaten zijn bewerkt. Op halve hoogte van het gebouw loopt boven de arcades over de hele lengte van het gebouw een fraai geplooide smalle kroonlijst die de dekplaten van de kapitelen van de machtige pijlers met elkaar verbindt.
De kruisgewelven van het brede schip zijn elders zelden gebruikt in romaanse bouwwerken van zo'n grote omvang. Deze vorm wordt in het algemeen alleen in zijbeuken toegepast. Dit procedé biedt het voordeel dat de druk op de dragende muren verlicht wordt, waardoor het mogelijk wordt grotere, zij het niet te brede, vensteropeningen aan te brengen. Maar het probleem van de zijwaartse druk en het gewicht blijft. Hier, in Vézelay, is vanuit het koor te zien dat muren uit het lood staan. Dit is onvermijdelijk als men zich realiseert dat de muren per travee een gewicht van 45 ton moeten dragen. Het probleem werd al snel na de bouw zichtbaar. Aanvankelijk zocht men de oplossing in het aanbrengen van muurankers en stangen die door het schip liepen. Maar in de 13e eeuw ging men over tot het aanbrengen van stevige luchtbogen tegen de buitenmuur. In de nartex deed het probleem zich niet voor. De zijbeuken daar, met hun twee etages met een tongewelf, boden voldoende tegenwicht. Luchtbogen ontbreken daar dan ook.
Voor een heiligdom als Vézelay, waar vooral het licht werd gezocht, was de overgang naar de gotiek voor de hand liggend. Al aan het einde van de 12e eeuw, slechts 65 jaar na het begin van de bouw in de romaanse stijl, begon men met het bouwen van een dwarsschip en koor in gotische stijl.
[bewerken] De kapitelen van het schip
De pilaren van de pijlers in het schip en de nartex zijn bekroond met superbe kapitelen uit de 12e eeuw; ze zijn vervaardigd in de jaren 1125 tot 1140, tijdens de regeringen van de koningen Louis VI de Grote en Louis VII de Jonge. Ze getuigen van de uitzonderlijke vakkennis van de Bourgondische beeldhouwers in de Middeleeuwen. De voor het merendeel iconische kapitelen verwijzen met grote verbeeldingskracht naar bijbelse, mythologische of fantastische onderwerpen; de Mystieke Molen is één van de beroemdste voorbeelden. Sommige zijn moraliserend waarbij de kastijding van zondaars voorop staat. Een aantal kapitelen beschrijft episodes uit het leven van heiligen. Slechts af en toe tonen de kapitelen lofwerk.
De 118 kapitelen in de basiliek (94 in het schip en 24 in de nartex), waarschijnlijk vervaardigd door een atelier met vijf meester-beeldhouwers, vormt - met die van de Kathedraal Saint-Lazare van Autun de belangrijkste verzameling van Bourgondië. Acht ervan zijn opnieuw gemaakt in de 19e eeuw; ze zijn gemakkelijk te herkennen door hun lichte kleur. De resten van de originelen bevinden zich in het lapidarium van de kerk.
Bepaalde onderwerpen zijn nogal bevreemdend. Een aantal kapitelen voeren fabeldieren ten tonele zoals cynocefalen en panotti. Het kapiteel Ontvoering van Ganymedes door Zeus gaat terug op homosexuele trekken van Zeus, door sommigen onverenigbaar met de ideeën van de Middeleeuwse christelijke kerk geacht.
-
De ontvoering van Ganymedes : Zeus, die zich veranderd heeft in een arend, ontvoert Ganymedes om hem tot zijn geliefde en opperschenker van de goden te maken.
-
Dood van de arme Lazarus (het personage van de parabool in de evangelie van Lucas, niet de door Christus opgewekte); zijn ziel stijgt op naar de hemel in een mandorla, opgevangen door twee engelen.
[bewerken] De kapitelen van de narthex
Al even schitterend zijn de kapitelen van de nartex die uit dezelfde tijd stammen en soortgelijke thema's uitbeelden. Ze zijn eveneens in zeer goede staat.
[bewerken] Het gotische koor
.
.
Het koor ia vroeggotisch (eind 12e eeuw). De opbouw heeft drie geledingen: grote arcades, blind triforium en hoge vensters. Het is iets smaller en daardoor ook lichter dan het schip, de hoogte valt daardoor des te meer op. De gewelven rusten hier alleen op samengestelde zuilen. Dikke draagmuren zijn daardoor niet meer nodig; de vensters kunnen dientengevolge groter.
Het koor wordt omringd door een kooromgang waarop negen ondiepe kapellen uitkomen: vijf daarvan liggen rond de apsis. Deze zijn eveneens gotisch en voorzien van grote vensters, die veel licht doorlaten. De witte steen die gebruikt is voor de bouw versterkt het effect. De kooromgang vormt aan de andere zijde van de dwarsbeuk een verlenging van de zijbeuken, die alleen wat smaller is.
Het koor is met zijn hoogte van 22 meter bijna 3,5 meter hoger dan het schip. Het triforium bestaat uit steeds twee panden gescheiden door een tweetal zuiltjes met daarboven een rondboog. De hoge vensters hebben spitsbogen.
De gewelven lijken in tegenspraak met de grote arcades van de traveeën eronder. Onder het gewelf van het tweede travee is er niet één grote arcade, maar een tweetal kleinere arcades, aan de zuidkant steunend op een enkele zuil en aan de noordzijde op een dubbele pilaar.
[bewerken] De symboliek van het koor
De structuur van het koor past geheel in de lijn van het symbolisme van het licht, uitgaande van het idee dat Christus "het Licht van de Wereld" is. In die gedachtegang treedt het koor naar voren als de volmaakte voleindiging van de bouw van de basiliek en vervangt het terecht het oude romaanse koor.
Extreme soberheid, bijna totale strengheid, geen glas-in-loodramen, geen bewerkte kapitelen, nauwelijks luxueus meubilair. Door de grote vensteropeningen komt overvloedig licht binnen dat alles omhult.
Een verborgen symbolisme heerst hier, sterk contrasterend met het expliciet verhalende van het romaanse beeldhouwwerk vaan het schip. Elf zuilen omkaderen het koor; zij stellen de elf rond Christus geschaarde apostelen voor tijdens het Laatste Avondmaal, na het vertrek van Judas. In het triforium, in het tweede travee rechts, vervangt een pilaster de tweelingzuiltjes. Het is het symbool van Judas, het vierkante deel van het pilaster symboliseert het Kwaad.[4].
[bewerken] De dwarsbeuk
De vroeggotische dwarsbeuk, die uit de zelfde tijd stamt als het koor (eind 12e eeuw), is niet zeer breed. Hij is even hoog als het koor en heeft de zelfde geleding van grote arcades, triforium en hoge vensters. Elke zijarm heeft twee traveeën, die aan de zuidkant niet symmetrisch zijn. De eerste travee heeft op het niveau van het triforium twee spaarvelden, het tweede slechts één. Bovendien heeft het eerste travee een grote arcade. Alle traveeën van de dwarsbeuk hebben een in vieren gedeeld gewelf.
De achterwanden van de zijarmen hebben geen grote portalen. In het noorden is er slechts een kleine deur met een trap erachter. Aan de zuidkant is een toegang naast het gebouw van de kapittelzaal. Op de tweede etage van de beide uiteinden van de dwarsbeuk zijn twee mooie balustrades versierd met een serie kleine blinde arcades, waarop de zuiltjes van het triforium rusten. Het triforium is op de zelfde wijze opgebouwd als het schip. De derde etage bestaat uit een drietal hoge vensteropeningen die het licht tot de dwarsbeuk toelaten.
[bewerken] De crypte
De tamelijk grote crypte (20 x 9 m) onder het koor stamt uit de Karolingische tijd. In de 12e eeuw vond een herinrichting plaats, in de 13e eeuw werd een plafondschildering aangebracht. De crypte wordt afgedekt door ribgewelven die steunen op pilaren van ongelijke grootte.
De ooit aanwezige relieken van Maria van Magdala zijn verdwenen.
[bewerken] Enkele maten en karakteristieken
- Lengte van het gebouw : 120 m
- De nartex
- Breedte binnenkant van de nartex : 23.5 m [5]
- Lengte van de nartex : 22 m
- Hoogte van de nartex : 19.5 m
- De nartex heeft twee niveaus : grote arcades en galerijen
- Het schip
- Lengte van het schip : 62.50 m
- Hoogte vaan de gewelven van het middenschip : 18.55 m
- Breedte van het schip, met inbegrip van de zijbeuken : 23.25 m
- Breedte van het middenschip tussen de assen van de pilaren : 11 m
- Breedte van elke zijbeuk : 6.2 m
- Hoogte van elke zijbeuk : 7.5 m
- Het gewelf van elk travee van het middenschip weegt 45 ton
- De pijlers van het schip hebben de vorm van een kruis waartegen 4 halve pilaren geplaatst zijn. Elke pijler is 2.5 m breed
- Het schip heeft twee niveaus : grote arcades en hoge vensters.
- Het koor
- Hoogte van het gewelf van het koor : 22 m
- Lengte van het koor : 26.6 m
- Breedte van het koor : 10.65 m
- Het koor heeft drie niveaus ; grote arcades, triforium en hoge vensters
- De torens
- Hoogte van de toren Saint-Michel : 38 m
- Hoogte van de toren Saint-Antoine : 35 m
[bewerken] Externe link
- Site van UNESCO over de Basiliek van Vézelay
- De kerk van Maria Magdalena als symbolisch universum. (Met 3d-mogelijkheid)
| Zie de categorie Basilique Sainte-Marie-Madeleine de Vézelay van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
Bronnen, noten en/of referenties:
- ↑ Dit artikel is grotendeels een vrije vertaling en bewerking van het artikel Basilique Sainte-Marie Madeleine de Vézelay in de Franse Wikipedia, dat een uitgebreide historische paragraaf en een lijst van abten bevat.
- ↑ Eugène Viollet-le-Duc - Dictionnaire raisonné de l'architecture française du XIe au VIe siècle (rubrique Porche)
- ↑ Annales archéologiques, Adolphe N. Didron, Édouard Didron, Volume 15, Librairie Archéologique de Didron, 1855 Lire en ligne
- ↑ Photo du pilastre symbolisant Judas, au triforium du chœur
- ↑ Eugène Viollet-le-Duc : Dictionnaire raisonné de l'architecture française du XIe au XVIe siècle