Basisinkomen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een basisinkomen is een inkomen, gegeven of gegarandeerd door de overheid aan de burgers. Bij basisinkomen wordt over het algemeen een onvoorwaardelijk basisinkomen (OBi) bedoeld.[1] Het is hoog genoeg om zonder luxe van te leven. De hoogte van het bedrag wordt door de EU gesteld op 60% van het mediane inkomen[2]. Bij voorwaardelijkheid spreekt men niet meer van een basisinkomen maar van een uitkering.

Motivering[bewerken]

De invoering voor een basisinkomen kan uit verschillende overwegingen worden gemotiveerd.[3][4] Veel gehoorde motieven voor een basisinkomen zijn:

  • fundamentele mensenrechten (recht op leven, aandeel in natuurlijke rijkdommen);
  • idealistische motieven (vrijheid, lossere band tussen werk en inkomen, inkomensnivellering);
  • sociale motieven (armoedebestrijding, vermijding van stigma's, tegengaan van uitbuiting);
  • economische motieven (bevordering kleinschaligheid, evenwichtigere arbeidsverdeling, stimulering lokale economie);
  • emancipatoire motieven (waardering van traditioneel door vrouwen verrichte werkzaamheden);
  • ontwikkelingsmotieven (basisinkomen als ontwikkelingshulp, universeel basisinkomen);
  • praktische overwegingen (eenvoud, vermijding van willekeur en bureaucratie);
  • nog meer praktische overwegingen: minder ziektekosten.

Tegenstand[bewerken]

Het basisinkomen kent ook tegenstanders. Een veel gehoord argument is dat een basisinkomen ertoe zou leiden dat een (te groot) deel van de bevolking zou kiezen om geheel niet te gaan werken of zelfs geen opleiding meer te gaan volgen.

Praktische uitvoering[bewerken]

Een basisinkomen geldt voor iedereen: gehandicapten, werkenden, studenten, werkzoekenden, ambtenaren, zelfstandigen, vrije beroepen. Een volledig basisinkomen zou in principe alle sociale toelagen overbodig maken zoals kindervergoedingen, studiebeurzen, leeflonen, en uitkeringen bij ziekte, werkloosheid en pensionering. Bij een gedeeltelijk basisinkomen kunnen bepaalde toelagen (bv. bij werkloosheid, ziekte, pensioen) worden vervangen door een variabele aanvulling op het basisinkomen, daarmee zou men echter het voordeel van eenvoud en minder bureaucratie grotendeels verliezen. Met een basisinkomen kan men het minimumloon afschaffen en het loon zou een aanvulling worden op het basisinkomen. Als gevolg hiervan zouden de loonkosten voor de werkgever significant kunnen dalen en nemen de productiekosten van binnenlandse goederen en diensten hierdoor af, waardoor een voordeel ontstaat ten opzichte van ingevoerde goederen en diensten. Door het optrekken en geleidelijk gelijkschakelen van de btw-tarieven kunnen de verkoopprijzen naar het actuele peil opgetrokken worden en het zijn die meeropbrengsten die toelaten het basisinkomen (voor een groot deel) te financieren.

Nederland[bewerken]

In Nederland werd het basisinkomen op de politieke agenda gezet door D66 en de PPR, die later samen met de PSP, CPN en EVP opging in GroenLinks. Het onderwerp stond aanvankelijk ook bij deze nieuwe partij in de belangstelling.[5] Het basisinkomen wordt nog steeds gesteund door De Groenen. Bij de Tweede Kamerverkiezingen 2012 hadden de partijen Soeverein Onafhankelijke Pioniers Nederland en Partij van de Toekomst het basisinkomen als belangrijk onderdeel van hun programma.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) bepleitte in 1985 de invoering van een gedeeltelijk basisinkomen.[6]

De AOW kan als een basisinkomen voor ouderen worden beschouwd, alleen niet voor ouderen die voor langere tijd in het buitenland hebben gewoond, omdat zij normaliter slechts AOW opbouwen over de jaren dat zij in Nederland wo(o)n(d)en.

De voormalige WIK komt dicht in de buurt van een basisinkomen voor een specifieke beroepsgroep, evenals een vergelijkbare voorziening voor topsporters. Deze zijn echter niet geheel onvoorwaardelijk.

Een van de grootste propagandisten voor het basisinkomen is politiek activiste Saar Boerlage. Zij was vele jaren voorzitter van de Vereniging Basisinkomen.

België[bewerken]

In België was het basisinkomen door een aantal groene partijen in hun programma opgenomen; zie bijvoorbeeld het programma van de Vlaamse partij Agalev in de jaren '80. In het programma van de Belgische beweging Vivant (Voor Individuele Vrijheid en Arbeid in een Nieuwe Toekomst), opgericht door Roland Duchâtelet, was het basisinkomen voor elke volwassene een hoofdpunt.

Aan de winnaars van het spel Win for Life van de Nationale Loterij wordt een basisinkomen toegekend van 1000 euro per maand.[7]

De hoogleraar Philippe van Parijs (Louvain-la-Neuve) geldt wereldwijd als een autoriteit m.b.t. het basisinkomen.

Het Belgisch Netwerk voor het Basisinkomen is opgericht op 27 juni 2012 tijdens de eerste Algemene Vergadering in Brussel.

Wereld[bewerken]

Nationale organisaties die zich bezighouden met het basisinkomen zijn aangesloten bij het Basic Income Earth Network (BIEN), dat om het jaar een wereldcongres over het basisinkomen organiseert. In 1998 werd het BIEN-congres in Amsterdam gehouden, verzorgd door de Vereniging Basisinkomen en de Universiteit van Amsterdam.

Naar aanleiding van een aantal bijeenkomsten in diverse Europese steden (Wenen 2005, Basel 2007, Berlijn 2008, Herzogenrath 2009, and Wenen 2011), hebben diverse organisaties, zoals de Duitse Rondetafel-voor-basisinkomen en Vereniging Basisinkomen, besloten samen te werken om het basisinkomen te promoten op Europees niveau. In Wenen (2011) kwamen ze overeen via een Europees Burgerinitiatief, meer dan een miljoen ondertekeningen binnen de Europese Unie op te halen.[8]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Vereniging Basisinkomen, "Basisinkomen - goed voor de mèns", 2004
  2. Verslag over de rol van het minimuminkomen bij de bestrijding van armoede en de bevordering van een inclusieve samenleving in Europa (2010/2039(INI)[1]
  3. 1992 Ph. van Parijs (ed.), "Arguing for Basic Income. Ethical Foundations for a Radical Reform", Londen: Verso
  4. E.M. Suplicy, "Citizen's Basic Income: The Answer is Blowing in the Wind", USBIG, februari 2006[2]
  5. GroenLinks, "Tijd voor zelfstandigheid", 1992
  6. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, "Waarborgen voor Zekerheid", 1985
  7. "Winnaars 'Win for Life' geven meer uit" Het Volk, 18 september 2004
  8. Ronald Blaschke (2012), From the Idea of a basic income to the political movement in Europe