Baskische mythologie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vraagteken
Er wordt getwijfeld aan de juistheid van een of meer onderdelen van dit artikel.
Raadpleeg de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie, en pas na controle desgewenst het artikel aan.
Opgegeven reden: Zie overlegpagina
Dit sjabloon is geplaatst op 15 februari 2010.
Vraagteken
Stamboom van de Baskische mythologie
Lamia

Baskenland, ook wel Euskal Herria genoemd, is de geboorteplaats van de Baskische mythologie. Baskenland is steeds relatief geïsoleerd geweest, wat een van de redenen is dat er nog vrij veel van de mythologie bewaard is gebleven.

Oorsprongsmythe[bewerken]

De wereld was koud en plat, er waren geen bergen, geen valleien en geen zeeën; er was geen warmte, alleen een koude wind die over de grasvlakte waaide.

Onder de aarde leefde Benzozia de moederdraak. Ze was een grote slang met zeven grote kaken en veertien grote slagtanden. Haar slaap was rusteloos, ze draaide in haar slaap. Haar huid schraapte tegen de aarde aan, haar wormachtige lichaam, versierd in tientallen fantastische kleuren, drukte tegen de aarde aan en de aarde kraakte.

Telkens opnieuw draaide Benzozia in haar slaap, haar lichaam drukte tegen de aarde aan, en de aarde kraakte en spleet open: waar eens laagland lag, lag nu een enorme bergketen, dit waren de Pyreneeën, de eerste bergen in de wereld.

In haar slaap rolde en draaide Benzozia verder, ze spuwde vuur uit haar zeven grote kaken en het drukte zich een weg naar buiten en kwam uit de kieren en gaten in de aarde. Het vuur spoot uit bergen en valleien, het gleed over de aarde als lichtgevend gas en brandend vocht; het verbrandde de aarde en de lucht. Het was heet en wolken van stof en mist rezen ten hemel. Het water viel uit de wolken gemaakt door Benzozia's vuur. Het vuur en water vochten; het vuur verloor en overal waar het water kwam siste het vuur en werden er nieuwe wolken geboren. Het vuur trok zich terug diep in de aarde, water vulde de laaggelegen gebieden en water en as werden één. Bomen en struiken begonnen te groeien, hoger en hoger, ze hoefden zich niet meer voor de kou te verstoppen.

Het vuur trok zich terug in de aarde maar uit haar warme sintels kwamen hete gassen en vloeistoffen en de eerste mensen, de Basken, geboren uit Benzozia's vuur.

Zo leefde er nog steeds de grote moederslang diep onder de aarde, haar slaap is rusteloos en de aarde kraakt wanneer ze met haar grote lichaam tegen de aarde aandrukt. Af en toe opent ze haar mond en spuwt vuur. Het vuur vecht zich een weg naar buiten maar vuur is wijs en spuit alleen uit de grote bergen ver weg van het water.

Goden[bewerken]

Er waren twee hoofdgoden die over de natuur heersten:

En verschillende anderen

Wezens en demonen[bewerken]

Jentila
Lamia

Externe links[bewerken]