Bathymetrie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De verschillende kleuren die gebruikt worden in zeekaarten voor land (geel), droogvallingen (groen) en waterdieptes (blauw en wit).

Bathymetrie (Grieks: βαθύς - "diepte" en μέτρον - "maat") is het opmeten van de topografische hoogte van de zeebodem. Het is een specialisme binnen de geodesie met de vervaardiging van zeekaarten als doel. In de praktijk is bathymetrie het onderwater-equivalent van hoogtemeting.

Dieptes worden aangegeven met dieptelijnen en numerieke aanduidingen. Vroeger werden lodingen — de metingen van de waterdieptes — genomen met een handlood. Van veel oudere en ook wel nieuwere kaarten is dit nog steeds de basis. Bij deze manier van werken werden rotspunten en andere ondieptes gemakkelijk over het hoofd gezien. Voor minder drukke vaarwateren en afgelegen gebieden bestaat de kans dan ook dat niet alle voor de navigatie relevante ondieptes in de kaart staan. Zo stootte de Mighty Servant II in 1999 bij Berhala op een niet in de kaart staande rotspunt. In de kaart was wel aangegeven dat het een onveilig gebied betrof waarbij niet alle ondieptes waren aangegeven. Ook in minder afgelegen gebied kan dit echter voorkomen, zoals bleek toen de Rocknes in 2004 kapseisde bij Bergen na op een niet in de kaart staande rots gestoten te zijn. Daarnaast speelt ook dat schepen en daarmee ook de diepgang door de jaren heen groter zijn geworden.

Latere hydrografische opnamen werden gemaakt met een echolood, maar ook hierbij konden ondieptes over het hoofd worden gezien. Tegenwoordig wordt veel gebruikgemaakt van side scan sonar, waarmee de kans dat een ondiepte over het hoofd wordt gezien minimaal is. Het grootste deel van de oceanen wordt echter niet op deze manier in de kaart gebracht. Hier zijn de dieptes nog steeds gebaseerd op sporadische en onnauwkeurige metingen. De kans is dan ook niet onaanzienlijk dat er zich gevaarlijke ondieptes bevinden in deze wateren, zoals bleek toen de Muirfield in 1973 op een onderzeese berg — later Muirfield Seamount genaamd — liep in de Indische Oceaan waar de kaartdiepte meer dan 5000 meter was.

De gemeten dieptes worden herleid naar het reductievlak. In de kaart staan dieptelijnen en ondiep water wordt lichtblauw gekleurd. Wat wordt gezien als ondiep water hangt af van de schaal. Droogvallingen worden aangegeven in groen.

Bathymetrie behoort tot het veel bredere vakgebied hydrografie.