Vorstendom Bayreuth
| Furstentum (Markgraftum) bayreuth | |||||
| Staat binnen het Heilige Roomse Rijk | |||||
|
|||||
|
|
|||||
| Kaart | |||||
| Bayreuth in 1791 | |||||
| Algemene gegevens | |||||
| Hoofdstad | Kulmbach, na 1604 Bayreuth | ||||
| Regering | |||||
| Regeringsvorm | Markgraafschap | ||||
| Staatshoofd | Markgraaf | ||||
Het vorstendom Bayreuth of markgraafschap Brandenburg-Bayreuth, tot 1604 (Brandenburg-)Kulmbach, was een markgraafschap en vorstendom in de Frankische Kreits dat bestond van 1398 tot 1792. Het vorstendom had een oppervlakte van 3960 km².[1]
In 1603 werd de residentie van Kulmbach verlegd naar Bayreuth. De laatste vorst verkocht de beide vorstendommen Ansbach en Bayreuth op 2 december 1792 aan het koninkrijk Pruisen. De Pruisische regering voerde een agressieve politiek tegen de buurlanden om het gebied aan moderne grenzen te helpen en zo een efficiënter bestuur te kunnen voeren. In 1796 werd Thurnau, dat in bezit was van het prinsbisdom Bamberg bezet. Verder Ullstadt en een deel van Kalchenreuth (beide in bezit van rijksridders) en Kraftshofen (deels in bezit van de rijksstad Neurenberg).
Op 20 juni 1803 werd met het keurvorstendom Beieren het Hauptlandesvergleich gesloten, waardoor een gebiedsruil mogelijk werd. Van het vorstendom Bayreuth werden aan Beieren afgestaan:
- de ambten Streitberg, Thüsbronn, Hezelsdorf, Aussees, Neustadt am Kulm (alleen de exclaves in het vorstendom Opper-Palts, Osternohe (met de exclave gerecht Hohenstadt) en Lauenstein (uitgezonderd het dorp Kaulsdorf).
Daarvoor kreeg Bayreuth van Beieren
- uit het voormalige prinsbisdom Bamberg:
- ambt Enchenreuth (uitgezonderd Enchenreuth, Bärnau, Bischofsmühle, Brumberg en Bückenreuth)
- ambt Marktschorgast
- ambt Oberscheinfeld
- hoofdambt Kupferberg
- de districten tussen de rivieren de Regnitz en de Aurach van Bingarten over Neuhaus en Grub, Hemhofen, in de voorste Mark naar Reichenbach en Hausen.
- dorpen Oberhöchstädt en Tragel Höchstädt
- dorpen die gemeenschappelijke waren met het vorstendom Opper-Palts, namelijk Forth, Lindenhof, Lindenmühl, Ingensdorf, Mitteldorf, Kemnaten, Almoos, Benzensteiner, Hüll, Weidensees, Schöferitz, Weinberg en Großenohr.
- uit het voormalige prinsbisdom Würzburg:
- ambt Markt Bibart, de onderdanen te Hüttenheim en het district Iphofen
- de voormalige rijksstad Windsheim.
In de Vrede van Tilsit in 1807 werd Pruisen gedwongen het gebied aan Frankrijk af te staan. In de volgende jaren stond het vorstendom onder direct Frans bestuur tot Frankrijk het in 1810 aan het koninkrijk Beieren afstond.
Gebied [bewerken]
Oberland:
- Landeshauptmannschaft Hof
- Amthauptmannschaften Bayreuth (met exclave Streitberg) en Kulmbach
- Amthauptmannschaft Wunsiedel met de ambten Wundsiedel, Hohenberg, Weißenstadt, Selb, Thierstein en Kirchenlamitz
- Oberamten Lichtenberg (tot 1778, dan aan Hof), Schauenstein (1747-1772: los van Kulmbach), Creußen, Pegnitz (1750: los van Bayreuth), Neustadt a.d. Culm (1772: aan Bayreuth), Gefrees en Osternohe (1766: aan Pegnitz)
Unterland:
- Landseshauptmannschaft Neustadt a.d. Aisch
- Amtshauptmannschaft Erlangen (1708)
- Oberamten Baiersdorf, Hoheneck, Neuhof en Eschenau (1752).
Heersers [bewerken]
- 1398-1420: Johan III
- 1420-1440: Frederik VI
- 1440-1457: Johan de Alchemist
- 1457-1486: Albrecht Achilles
- 1486-1495: Sigismund
- 1495-1515: Frederik V
- 1515-1527: Casimir
- 1527-1541: George de Vrome (regent)
- 1527-1554: Albrecht Alcibiades
- 1554-1557: Interregnum
- 1557–1603: George Frederik I
- 1603-1655: Christiaan
- 1655–1712: Christiaan Ernst
- 1712–1726: George Willem
- 1726–1735: George Frederik Karel
- 1735–1763: Frederik
- 1763–1769: Frederik Christiaan
- 1769–1791: Karel Alexander
Bronnen [bewerken]
- ↑ Peter H. Wilson (2004): From Reich to Revolution, Palgrave Macmillan, Basingstoke, blz. 365.