Vorstendom Bayreuth

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Bayreuth (land))
Ga naar: navigatie, zoeken
Fürstentum Kulmbach (1385-1603) (de)
Fürstentum Bayreuth (1603-1791) (de)
Land in het Heilige Roomse Rijk Wapen Heilige Roomse Rijk
 Burggraafschap Neurenberg 1397 – 1791 Koninkrijk Pruisen 
Algemene gegevens
Hoofdstad Kulmbach
Bayreuth (vanaf 1603)
Oppervlakte 3960 km² (1790)[1]
Talen Duitse dialecten
Religie Rooms-katholicisme
Lutheranisme (vanaf 1528)
Politieke gegevens
Regeringsvorm Wereldlijk Rijksvorstendom
Staatshoofd Vorst, Markgraaf
Dynastie Huis Hohenzollern
Kreits Frankische Kreits

Het vorstendom Bayreuth of markgraafschap Brandenburg-Bayreuth, tot 1604 (Brandenburg-)Kulmbach, was een markgraafschap en vorstendom in de Frankische Kreits dat bestond van 1397 tot 1792.

Geschiedenis[bewerken]

Ontstaan[bewerken]

Het vorstendom Kulmbach ontstond door de verdeling van het Burggraafschap Neurenberg onder de twee zonen van burggraaf Frederik V van Hohenzollern. In 1372 had Frederik besloten om de burggrafelijke gebieden nooit in meer dan twee delen te verdelen en in zijn beschikking van 1385, de Dispositio Fridericiana, besliste hij over de precieze verdeling. Met uitzondering van de bezittingen en rechten die direct verbonden waren met het ambt van burggraaf werden de burggrafelijke gebieden verdeeld in een Nieder- en een Oberland. Het Oberland bestond uit de noordoostelijke delen van het burggraafschap, die grotendeels in de Frankische Jura lagen. In 1397 trad Frederik V af en droeg de regering over aan zijn twee zoons, Johan III en Frederik VI. Aanvankelijk regeerden de twee broers gezamenlijk, maar in 1403 verdeelden ze hun vorstendom volgens de bepalingen van hun vader. Als oudste broer koos Johan III voor het Oberland, dat hij bestuurde vanuit de Plassenburg, het kasteel van Kulmbach.

Personele unies met Brandenburg en Ansbach[bewerken]

In 1603 werd de residentie van Kulmbach verlegd naar Bayreuth.

De laatste vorst verkocht de beide vorstendommen Ansbach en Bayreuth op 2 december 1792 aan het koninkrijk Pruisen. De Pruisische regering voerde een agressieve politiek tegen de buurlanden om het gebied aan moderne grenzen te helpen en zo een efficiënter bestuur te kunnen voeren. In 1796 werd Thurnau, dat in bezit was van het prinsbisdom Bamberg bezet. Verder Ullstadt en een deel van Kalchenreuth (beide in bezit van rijksridders) en Kraftshofen (deels in bezit van de rijksstad Neurenberg).

Gebied[bewerken]

Oberland:

  • Landeshauptmannschaft Hof
  • Amthauptmannschaften Bayreuth (met exclave Streitberg) en Kulmbach
  • Amthauptmannschaft Wunsiedel met de ambten Wundsiedel, Hohenberg, Weißenstadt, Selb, Thierstein en Kirchenlamitz
  • Oberamten Lichtenberg (tot 1778, dan aan Hof), Schauenstein (1747-1772: los van Kulmbach), Creußen, Pegnitz (1750: los van Bayreuth), Neustadt a.d. Culm (1772: aan Bayreuth), Gefrees en Osternohe (1766: aan Pegnitz)

Unterland:

  • Landseshauptmannschaft Neustadt a.d. Aisch
  • Amtshauptmannschaft Erlangen (1708)
  • Oberamten Baiersdorf, Hoheneck, Neuhof en Eschenau (1752).

Heersers[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  1. Peter H. Wilson (2004): From Reich to Revolution, Palgrave Macmillan, Basingstoke, blz. 365.