Beademingsapparaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dräger Oxylog 3000, een Emergency Care beademingsapparaat
Bird Intensive Care beademingsapparaat

Een beademingsapparaat of ventilator is een medisch apparaat dat een patiënt die niet of slecht zelfstandig kan ademen, kunstmatig van zuurstof of een mengsel van lucht en zuurstof voorziet en de door het lichaam geproduceerde koolstofdioxide afvoert.

Categorieën[bewerken]

Er bestaan verschillende categorieën ventilatoren.

  • De eerste categorie zijn emergency care ventilatoren, meestal eenvoudige pneumatische apparaten die aangedreven worden door een zuurstoffles, zoals de Dräger Oxylog 1000 of de Pneupac paraPAC. Er bestaan ook iets meer geavanceerde apparaten die ook voor transport in een helikopter gebruikt worden, zoals de Dräger Oxylog 3000plus, de Weinmann Medumat Transport of de Hamilton-T1.
  • De tweede categorie bestaat uit subacute (of high care) apparaten. Deze worden vaak gebruikt na operaties en hebben een aantal monitoring functies om de patiënt te bewaken en beschikken over de meest gangbare beademingsmodi. Voorbeelden zijn de Dräger Carina of de Hamilton C2.
  • De derde categorie bestaat uit intensive care apparaten, meestal high-end apparaten die microprocessor gestuurd zijn en allerlei additieve monitoring verzorgen en beschikken over de meest geavanceerde therapievormen en beademingsmodi. Voorbeelden zijn de Dräger Evita of de Hamilton G5 en S1.
  • De vierde categorie zijn home care apparaten. Deze machines worden gebruikt door mensen die langdurig niet zelfstandig kunnen ademen, zoals bijvoorbeeld mensen met een verlamming of een spierziekte. Voorbeelden zijn de Pulmonetics LTV-100 en de Dräger Carina Home. Bij deze apparaten ligt de nadruk op gebruikersgemak, autonomie, laag gewicht en geruisloosheid.
  • De vijfde categorie zijn de slaapapneu apparaten. Een therapie die vaak toegepast wordt bij mensen die last hebben van slaapapneu is Continuous Positive Airway Pressure (CPAP). Bij deze aandoening stoppen patiënten in hun slaap met ademen. De duur van de adempauzes kan variëren. Deze apparaten bieden geen echte beademing, maar een vorm van ademondersteuning door een constante positieve druk aan te bieden die de luchtwegen openhoudt. Een voorbeeld is de Philips Respironics RemStar.

Beademingsmodi[bewerken]

In de literatuur zijn tientallen beademingsvormen beschreven. Vaak hebben firma's aan deze modi hun eigen naam gegeven, terwijl ze vaak bijna hetzelfde doen. In principe zijn er 3 beademingsvormen te onderscheiden, namelijk zelf ademenen met ondersteuning (middels triggering, ASB/PS), volumegecontroleerd of drukgecontroleerd. Firma's op de Nederlandse markt zijn o.a. Dräger, Maquet, Mindray, Hamilton, en Datex-Ohmeda/GE,Kik Medic/SLE.

Er zijn veel beademingsmodi, waarvan de belangrijkste zijn:

  • PCV (Positive pressure ventilation), een drukgestuurde vorm van beademing, die ook wel BIPAP (Biphasic Positive Airway Pressure) wordt genoemd.
  • CMV (Controlled Mandatory ventilation), een volume gestuurde vorm van beademing. Vroeger noemde men dit ook wel IPPV (Intermittent Positive Pressure Ventilation);
  • SIMV (Synchonous Intermittent Mandatory Ventilation), een gesynchoniseerde vorm van beademing. Deze kan zowel druk- als volumegestuurd zijn.

Er zijn een aantal toevoegingen zoals pressure support (PS) om de patiënt te ondersteunen bij pogingen zelf adem te halen. Andere toevoegingen zijn AutoFlow of Pressure Controlled Volume Regulation (PCVR), een methode om een bepaald volume met een zo laag mogelijke druk aan de patiënt te leveren.

Het is onmogelijk een beste beademingsvorm te noemen, dit is zeer afhankelijk van de situatie van de patiënt, maar recente studies laten zien dat druk gecontroleerde beademingsmodi beter zijn voor de patiënt, omdat piekdrukken worden vermeden. Daarbij bestaat echter het probleem dat het gewenste teugvolume (VT) de patiënt niet bereikt. Daarom zijn modi als CMV met volume garantie populair, omdat daarbij het ingestelde VT gegarandeerd wordt, en toch met een druk gecontroleerde ventilatie mode wordt beademd.

Closed-loop systemen[bewerken]

Nieuwere ventilatoren hebben vaak een vorm van closed-loop ventilatie, waarbij de ventilator actief reageert op de ademhaling en ademhalingpogingen van de patiënt, door de opgelegde druk, flow en ademhalingsfrequentie aan te passen. Een voorbeeld daarvan is Adaptive Support Ventilation (ASV) van Hamilton Medical. Omdat deze closed-loop systemen beslissingen nemen buiten de verpleegkundige of arts om, zijn ze enigszins omstreden. Toch zal dit de richting zijn waarin de ontwikkeling van de ventilatoren gaat, omdat de voordelen voor de patiënt aanzienlijk zijn. De interactie tussen patiënt en ventilator is vaak beter. De patiënt wordt beter ondersteund en de ventilator past zich aan aan de behoefte van de patiënt.

Nomenclatuur van mechanische beademing[bewerken]

Er is geen echte standaard voor de bepaalde begrippen op het gebied van beademing. Elke fabrikant heeft zijn eigen nomenclatuur. Vandaar dat sommige beademingsmodi verschillende namen hebben.

Standaard beademingsmodi[bewerken]

Intelligente ventilatiemodi[bewerken]

Deze ventilatiemodi zijn een vorm van closed-loop systemen, die zelf de verschillende parameters van de beademing aanpassen.

Speciale beademingsmodi[bewerken]

Hoogfrequent beademingsmodi[bewerken]

Opties bij beademingsmodi[bewerken]

Andere termen[bewerken]

  • Inspiratory Positive Airway Pressure (IPAP) -- De druk aan het einde van de inspiratie. In volume gestuurde ventilatie modi wordt dit ook plateau druk genoemd.
  • Positive Endexpiratory Pressure (PEEP) -- De druk aan het einde van de expiratie

Zie ook[bewerken]