Beatrice van Saksen-Coburg-Gotha

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Beatrice van Saksen-Coburg en Gotha
1884-1966
Prinses Beatrice ca. 1904
Prinses Beatrice ca. 1904
Prinses van het Verenigd Koninkrijk
Periode 1884-1966
Hertogin van Galliera
Periode 1930-1966
Voorganger Maria Eulalia van Bourbon
Opvolger Carla Parodi de Delfino (morganatisch)
Vader Alfred van Saksen-Coburg en Gotha
Moeder Maria Aleksandrovna van Rusland
Partner van Alfons van Orléans-Bourbon
Kinderen Alvaro
Alfonso Maria
Ataulfo
Coat of Arms of Beatrice of Edinburgh as Duchess of Galliera.svg
Wapen als hertogin van Galliera

Beatrice Leopoldine Victoria (Eastwell Park, Kent, Engeland, 20 april 1884Sanlúcar de Barrameda, Spanje, 13 juli 1966) was als kleindochter van koningin Victoria van het Verenigd Koninkrijk een lid van de Britse koninklijke familie.

Jeugd[bewerken]

Prinses Beatrice werd op 20 april 1884 geboren te Eastwell Park, Kent, als de dochter van prins Alfred van Saksen-Coburg en Gotha en diens echtgenote, Maria Aleksandrovna van Rusland. Haar vader was de tweede zoon van koningin Victoria van het Verenigd Koninkrijk, haar moeder was een dochter van tsaar Alexander II van Rusland. Als kleindochter van een Britse vorst in mannelijke lijn kreeg Beatrice de titel “Hare Koninklijke Hoogheid Prinses van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland”.

Beatrice bracht een groot deel van haar jeugd door op Malta, waar haar vader in de Royal Navy diende. Toen haar oudoom, hertog Ernst II van Saksen-Coburg en Gotha, op 2 augustus 1893 kinderloos stierf, kwam het dubbelhertogdom Saksen-Coburg en Gotha aan haar vader toe. De Prins van Wales had namelijk van de troonopvolging afgezien. Beatrice ging met haar ouders, broer en zusjes vervolgens in Coburg wonen.

Huwelijk[bewerken]

Prinses Beatrice had in 1902 een romance met groothertog Michaël Aleksandrovitsj van Rusland, de jongere broer van tsaar Nicolaas II. Hij was op dat moment de erfgenaam van de keizerlijke troon. Het kwam echter nooit van een huwelijk, omdat de Russisch-orthodoxe Kerk huwelijken tussen directe neven en nichten verbood.

Volgens de geruchten zou Beatrice trouwen met koning Alfons XIII van Spanje. Die trouwde in 1906 echter met Beatrice’ nicht, prinses Victoria Eugénie van Battenberg. Op dit huwelijk ontmoette Beatrice Alfons van Orléans-Bourbon, infante van Spanje, de vijfde Hertog van Galliera. Hij was een neef van koning Alfons XIII. De Spaanse koninklijke familie was niet blij met hun verloving en maakte hen duidelijk dat als ze zouden trouwen, ze in ballingschap zouden moeten leven.

In ballingschap[bewerken]

Beatrice en Alfons trouwden toch. Het huwelijk werd voltrokken op 15 juli 1909 op Schloss Rosenau in de buurt van Coburg. Na hun huwelijk ging het paar in Coburg wonen. Op 20 april 1910 werd hun eerste kind geboren: Alvaro. In 1912 mocht het paar terugkeren naar Spanje, waar hun twee zonen Alfons en Ataulfo werden geboren.

Tijdens zijn ongelukkige huwelijk had koning Alfons XIII een groot aantal affaires, waaruit ook een aantal buitenechtelijke kinderen werden geboren. In die tijd ging ook het gerucht dat hij een affaire had met Beatrice. Dit gerucht werd waarschijnlijk veroorzaakt door de hechte band van Alfons en Beatrice, wat niet paste in de stijve etiquette van het Spaanse hof. Er werd gezegd dat Maria Christina van Oostenrijk, de moeder van Alfons XIII, woedend was door de geruchten en Beatrice gevraagd heeft om weg te gaan uit Spanje. Beatrice weigerde, waarop Alfons XIII haar verbande. Ze ging in Engeland wonen, waar haar drie zonen kregen les kregen aan Winchester College, een public school in Winchester. Uiteindelijk werd ze vergeven en keerde het gezin terug naar Spanje, waar ze gingen wonen in Sanlúcar de Barrameda.

Nadat Spanje in 1931 was omgevormd tot de Tweede Spaanse Republiek, werd koning Alfons en zijn familie verbannen en verhuisde de Spaanse koninklijke familie naar Rome. Koning Alfons XIII stierf tien jaar later. In deze tijd verloren Beatrice en Alfons hun vermogen en Alfons ging werken voor Ford. In 1936 werd hun zoon Alfons vermoord door de communisten.

Beatrice stierf op 13 juli 1966 te Sanlúcar de Barrameda op 82-jarige leeftijd. Haar echtgenoot stierf negen jaar later. Hun zoon Ataulfo stierf in 1974 kinderloos. Hun enige kleinkinderen waren van prins Alvaro.