Duits bestuur in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Beauftragte)
Ga naar: navigatie, zoeken
Arthur Seyß-Inquart

Met het Duitse bestuur in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt bedoeld het Duitse gezag over het door Duitsland bezette deel van het Koninkrijk der Nederlanden vanaf de Nederlandse capitulatie op 14 mei 1940 tot aan de Duitse capitulatie op 6 mei 1945. Onder de Duitsers stond dit bezettingsregime bekend als het Reichskommissariat Niederlande, oftewel "Rijkscommissariaat Nederland".

Inleiding[bewerken]

De Duitse overheersing van Nederland begon met de Duitse inval. Op de dag van de capitulatie (14 mei 1940) week de voltallige Nederlandse ministerraad uit naar Londen. Een dag eerder was Koningin Wilhelmina hen al voorgegaan. De Nederlandse regering droeg het regeringsgezag in Nederland over aan generaal Winkelman, en verzocht de secretarissen-generaal als hoofd van hun departement op te gaan treden en zich daarbij naar de aanwijzingen van Winkelman te gedragen.

Op 20 mei 1940 trad het militair bestuur voor Nederland in functie, onder de Militärbefehlshaber Alexander Freiherr von Falkenhausen. Op 29 mei 1940 werd dit militaire bestuur vervangen door een civiel bestuur in de persoon van de van oorsprong Oostenrijkse nationaalsocialist Arthur Seyss-Inquart. Hitler benoemde hem tot Reichskommissar für die besetzten niederländische Gebiete. Nederland werd onder civiel bestuur geplaatst omdat Hitler hechtte aan een primaat van de politiek boven het militaire in bezet Nederland. Op de langere termijn (over de lengte van die termijn is slechts van Duitse zijde gezegd: nach Kriegsende) beoogden de Duitse leiders integratie van Nederland in het Derde Rijk. Een nieuwe ministerraad werd niet aangesteld; de secretarissen-generaal behielden de leiding over hun departement. Zij waren nu verantwoording verschuldigd aan Seyss-Inquart. De bestaande lagere overheden bleven volledig intact. De Duitse bezetter vond dat Winkelman niet voldoende meewerkte en nam hem op 2 juli 1940 gevangen. Naarmate de oorlog vorderde werden steeds meer secretarissen-generaal en burgemeesters vervangen door Nederlandse NSB'ers.

Structuur[bewerken]

Het Duitse bestuur in Nederland had Seyss-Inquart als hoogste burgerlijke machthebber. Onder hem ressorteerden vier Generalkommissare. Deze waren:

  • Hans Fischböck, Generalkommissar für Finanz und Wirtschaft (financiën en economie)
  • Hanns Albin Rauter, Generalkommissar für das Sicherheitswesen (veiligheid), die daarnaast de functie van Höhere SS- und Polizeiführer bekleedde
  • Fritz Schmidt, Generalkommissar zur besonderen Verwendung ('speciale taken'); pleegde zelfmoord [1] op 26 juni 1943, en werd opgevolgd door Willi Ritterbusch
  • Friedrich Wimmer, Generalkommissar für Verwaltung und Justiz (bestuur en justitie)

Rauter viel als Höhere SS- und Polizeiführer voor veiligheidszaken en de deportatie van Joden direct onder de verantwoordelijkheid van Heinrich Himmler, als Reichsführer-SS de hoogst-verantwoordelijke inzake de SS. Onder Rauter vielen op hun beurt de Befehlshaber der Sicherheitspolizei und des SD (Wilhelm Harster) en verder de Aussenstelle (gedeputeerde) in Amsterdam (hoofd Willy Lages) en de Zentralstelle für jüdische Auswanderung (leiding: Ferdinand aus der Fünten).

Seyss-Inquart stelde voor elke provincie en voor Amsterdam en Rotterdam, en voor De Nederlandsche Bank een Beauftragte (gevolmachtigde, toezichthouder) aan. Vanaf de herfst van 1941 was de Beauftragte van Zuid-Holland tegelijk Beauftragte van Den Haag.[2]

Strategie en beleid[bewerken]

Seyss-Inquarts beleid was het Nederlandse staatsbestel en de bevolking geleidelijk rijp te maken voor de nationaalsocialistische gedachte en het 'nieuwe (dat wil zeggen door Duitsland geleide) Europa' en uiteindelijk voor inlijving bij Groot-Duitsland, wanneer de oorlog eenmaal zou zijn gewonnen. Hij was zich echter zeer bewust van de beperkte steun die hij voor dit idee van uiteindelijke inlijving zou krijgen. Hij waakte er dus voor, de Nederlanders tegen de haren in te strijken. Hij was zich er eveneens van bewust dat de nationaalsocialistische beweging in Nederland, met name de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) van Anton Mussert, een over het algemeen gehate minderheid vormde. Mussert stond bovendien een 'Dietsch-Nederland' voor, een soort Groot-Nederland, waar Hitler niets voor voelde. Daarom stond Seyss-Inquart de NSB slechts beperkte bevoegdheden toe en was hij over het algemeen terughoudend in het benoemen van NSB'ers op strategische posities.

Uitwerking[bewerken]

In de loop der tijd bleek dat Seyss-Inquarts beleid onvoldoende vruchten afwierp. De Nederlandse bevolking bleek nauwelijks ontvankelijk voor nazificatie: maatregelen tegen de Joden stuitten op brede afkeuring, de Februaristaking verraste de Duitse bezetter onaangenaam en het groeiende actieve en passieve verzet onder de bevolking doorkruiste de Duitse plannen in aanzienlijke mate. In de loop van 1942 liet Seyss-Inquart zijn behoedzame 'massage'-politiek dan ook los en verhardde de repressie. Het verloop van de oorlog droeg daartoe sterk bij. Op 22 juni 1941 had Hitler de aanval op Rusland ingezet. Deze strijd aan het oostfront bewerkstelligde dat de militaire aspecten gingen prevaleren, ook in het Duitse civiele bestuur in Nederland: inwoners en hulpbronnen dienden te worden ingezet ten behoeve van de Duitse oorlogsvoering. Dit geschiedde met harde hand: jonge mannen werden in fasen verplicht in de Nederlandse Arbeidsdienst te gaan werken op straffe van deportatie. De verscherpte maatregelen leidden in 1943 tot de April-meistaking en in 1944 tot de Spoorwegstaking.

Laatste fase[bewerken]

In de laatste oorlogsfase wierpen de Duitsers het masker helemaal af. De militaire rechtbanken werden opgeheven; processen werden niet meer gevoerd. Gevangenen werden naar concentratiekampen afgevoerd of meteen gefusilleerd. Tot de bevrijding was willekeur het parool; zie het artikel hierover. De chaos die ontstond met Dolle Dinsdag redde ook sommigen het leven doordat hun dossiers zoekraakten.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 4: mei '40 - maart '41, eerste helft. Staatsuitgeverij, 's-Gravenhage, 1972, p. 90.
  2. Beauftragten des Reichskommissars