Beeldenstorm

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Voor het televisieprogramma Beeldenstorm: zie Beeldenstorm (programma)
Tijdens de beeldenstorm weggehakte gezichten op reliëf in de kapel van Van Arkel in de Utrechtse Domkerk

De beeldenstorm is de verzamelnaam voor een serie vernielingen van rooms-katholieke heiligdommen, die plaatsvond tussen 10 augustus en oktober 1566 in de Nederlanden. De beeldenstorm begon in Steenvoorde, in het huidige Frans-Vlaanderen. Indirect leidde de beeldenstorm tot het uitbreken van de Tachtigjarige Oorlog en het ontstaan van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Tijdens de beeldenstorm werd de inventaris van honderden rooms-katholieke kerken, kapellen, abdijen en kloosters geroofd of vernield. Altaren, beelden, doopvonten, reliekschrijnen, koorgestoelten, preekstoelen, orgels, kelken, schilderijen, kerkelijke boeken en gewaden moesten het ontgelden. Zelfs het stucwerk aan de binnenkant werd soms vernield door woedende menigten.

Inhoud

[bewerken] Aanleidingen

De beeldenstorm had een duidelijke religieuze oorzaak: in die tijd kwam het calvinisme op in de Nederlanden. De calvinisten waren erg gekant tegen het vereren van heiligen, zoals dat in de Rooms-katholieke Kerk gebruikelijk is. Zij baseerden zich daarbij op de Bijbelse Tien geboden. Ook ergerden de calvinisten zich aan de uitbundige rijkdom binnen de kerken. Zelf waren de calvinisten van mening dat een kerk zo sober mogelijk moest zijn ingericht. Vanwege de religieuze tegenstellingen werden de protestantse Nederlanders ook wel ketters genoemd, een term afgeleid is van het Arabische kaffir, dat zoveel betekent als ongelovige. Door de kerk van Rome werd het gebruikt om iedereen die van de heersende leer afweek mee aan te duiden.

Behalve religieuze oorzaken speelden er echter ook politieke en sociale redenen mee. Zo ergerden de edelen zich aan de landvoogdes Margaretha van Parma. Margaretha had de gewoonte belangrijke zaken buiten de edelen om te regelen, maar hen vervolgens wel verantwoordelijk te maken voor de uitvoering. Toen de edelen zich hierover beklaagden, bleek dat hun protest niet serieus genomen werd.

Als derde oorzaak voor de beeldenstorm worden de sociale spanningen van die dagen gezien. De calvinisten werden in steeds meer landen (streng) vervolgd en ook in de Nederlanden heerste de angst dat er een zware vervolging zou gaan plaatsvinden. Ook vonden veel edelen en landbouwers dat zij ten onrechte veel belasting moesten betalen, terwijl anderen vrijwel geen belasting afdroegen. Wat de zaak nog verergerde was dat er in 1566 een hongersnood heerste in de Nederlanden, nadat door een strenge winter de oogsten waren mislukt en er geen graan kon worden geïmporteerd. De hongerige bevolking keek hierdoor met steeds meer afschuw en ergernis naar de rijkdom van de kerk.

[bewerken] Gebeurtenis

Verspreiding van de beeldenstorm in de Nederlanden.

De beeldenstorm in de Nederlanden was zeker niet de eerste binnen Europa. Eerder waren er al beeldenstormen geweest in steden als Wittenberg (1522), Zürich (1523), Kopenhagen (1530), Münster (1534), Genève (1535), Augsburg (1537) en in Schotland (1559).

De beeldenstorm in de Nederlanden verliep in drie fases.

Het epicentrum was Steenvoorde.

  • De tweede fase (van 20 augustus tot 27 augustus 1566) vond plaats in de streek rond de Schelde
  • In de derde en laatste fase (september en begin oktober 1566) werden er voornamelijk kerken boven de Nederlandse grote rivieren aangevallen. De derde fase onderscheidde zich van de andere twee fases doordat deze meer georganiseerd was. In deze fase was er geen sprake van rondtrekkende groepen, maar gebeurde het bestormen van kerken vooral door de lokale bevolking, versterkt met edelen.

[bewerken] Gevolgen

De beeldenstorm, schilderij van Dirck van Delen uit 1630
Stevenskerk in Nijmegen: Memoriesteen ter nagedachtenis van oom en tante van Petrus Canisius, aanbidding der koningen met stichterfiguren aan de zijkanten. De hoofden werden tijdens de beeldenstorm weggehakt

Koning Filips II wilde wraak nemen op de calvinisten, en zond daarom Fernando Álvarez de Toledo, Hertog van Alva naar de Nederlanden. Deze loste Margaretha van Parma af, en voerde meteen de drie opdrachten van Filips uit, namelijk de opstandelingen straffen, ervoor zorgen dat alleen het katholieke geloof in de Nederlanden beleden zou worden en centralisatie van het bestuur invoeren. In de praktijk kwam dit neer op een bestraffing van de beeldenstormers, het instellen van nieuwe bisschoppen in bepaalde bisdommen en het doorvoeren van de besluiten van het Concilie van Trente. Zijn tegenstander Willem van Oranje, die veel bezittingen had in de Nederlanden, was volledig tegen Filips' politiek. Zijn idealen waren: meer zelfstandigheid voor de Nederlanden en verdraagzaamheid tussen katholieken en protestanten. Willem van Oranje vluchtte naar Nassau in het Duitse Rijk, en organiseerde van daaruit een opstand tegen het Spaanse bestuur van Filips II. Deze opstand werd het begin van de Tachtigjarige Oorlog. Niet alleen de edelen en protestanten moesten niets van Alva hebben, ook onder de katholieken was de sympathie voor de IJzeren Hertog niet groot.

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe links

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken