Beeldenstorm

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor het artikel over het gelijknamige televisieprogramma, zie Beeldenstorm (televisieprogramma)
Vernieling van Onze-Lieve-Vrouwekathedraal te Antwerpen op 20 augustus 1566. (gravure gemaakt door Frans Hogenberg)

Een beeldenstorm is de vernieling op grote schaal van heiligenbeelden en andere objecten van religieuze kunst alsmede van liturgische gebruiksvoorwerpen. In de westerse geschiedenis wordt de term gebruikt als verzamelnaam voor een reeks vernielingen van katholieke religieuze plaatsen door protestanten in tal van landen van Europa. Bijvoorbeeld in 1522 te Wittenberg, in 1523 te Zürich, in 1530 te Kopenhagen, in 1534 te Münster, in 1535 te Genève, in 1537 te Augsburg, in 1559 in Schotland en ten slotte in 1566 in Frankrijk en de Nederlanden.

Vooral de vernielingen in de Lage Landen, die plaatsvonden tussen 10 augustus en oktober 1566, raasden als een storm door de bisdommen. In drie weken tijd werden vele kerken geschonden en het interieur ervan werd vernield. De verscherpte tegenstellingen, die mede een gevolg waren van de beeldenstorm, leidden indirect tot het uitbreken van de Tachtigjarige Oorlog en het ontstaan van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Bij de zestiende-eeuwse beeldenstormen vernielden of roofden woedende menigten de inventaris en bibliotheek van honderden katholieke kerken, kapellen, abdijen en kloosters. Altaren, beelden, doopvonten, reliekhouders, koorgestoelten, kansels, orgels, kelken, schilderijen, missalen en gewaden moesten het ontgelden. Het aantal boeken dat verloren ging, was heel groot. Zo werd bijvoorbeeld op 22 augustus 1566 de complete bibliotheek van het Dominicanenklooster Het Pand te Gent in de rivier de Leie gegooid, waarna men droogvoets de oversteek kon maken. Ook het met religieuze voorstellingen beschilderde stucwerk aan de wanden werd vaak vernield.

Achtergrond[bewerken]

Verspreiding van de beeldenstorm in de Nederlanden

Volgens sommigen had de beeldenstorm een religieuze oorzaak: in de 16e eeuw kwam het calvinisme op in de Nederlanden. De aanhangers van het calvinistisch protestantisme zouden erg gekant zijn tegen het vereren van heiligen. Zij baseerden zich daarbij op de Bijbelse Tien geboden, waarin sprake is van het verbod om beelden te vereren. Ook zouden de beeldenstormers zich aan de uitbundige rijkdom ergeren binnen die (door hen aangevallen) kerkgebouwen. Dit bleek onder andere uit kreten die geverfd werden op verschillende kerkmuren: "(H)ic ben niet voorhnemensch deese kerk oph te geeven!" Deze opvatting wordt tegenwoordig betwist. Historici wijzen op sociale ontevredenheid die mede de aanleiding zou zijn geweest.[bron?] Ook de opkomst van een middenklasse wordt in verband gebracht met de Beeldenstorm. Die zou een symbolische daad zijn geweest van een opkomende groep. Een groot deel van het volk was niet geïnteresseerd in theologische scherpslijperij, maar zag in het calvinisme een mogelijkheid zich te ontworstelen aan het oude gezag.

Zelf waren de calvinisten, die voornamelijk in stedelijke centra actief waren, van mening dat een kerk zo sober mogelijk moest zijn ingericht: cultuurkenmerk van de opkomende stedelijke burgerij toen. Het calvinistisch-protestantisme wordt wel gezien als belangrijkste emancipatorische uitdrukking op religieus gebied van de economisch sterker wordende burgerij. Gelet op de belangrijke rol in de toenmalige samenleving van de Rooms-katholieke religie en kerk had dit onmiddellijke grote maatschappelijke consequenties. In dit opzicht wordt de Beeldenstorm van 1566 wel gezien als een tastbare uiting van de 'doorbraak' van een burgerij die niet langer meer door de Rooms-katholieke Kerk werd beïnvloed.

Vanwege de religieuze tegenstellingen in de 16e eeuw werden protestantse Nederlanders ook wel ketters genoemd. Door de kerk van Rome werd het gebruikt om iedereen die van de heersende leer afweek daarmee aan te duiden.

Beeldenstorm van 1566 in de Nederlanden[bewerken]

De kerk van Baasrode viel al op 19 februari 1566 ten prooi aan beeldenstormers.

1rightarrow blue.svg Zie Beeldenstorm te Baasrode (1566) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De gebeurtenissen op 10 augustus 1566 te Steenvoorde in het huidige Frans-Vlaanderen worden gezien als het begin van de beeldenstorm. Het gebeuren verliep in drie fases.

Eerste fase: de Westhoek - 10 tot 18 augustus[bewerken]

In de eerste fase vernielden rondtrekkende groepen kerken in het Westkwartier, de Westhoek, zuidwestelijke hoek van het graafschap Vlaanderen met als steden:

Het epicentrum was Steenvoorde, waar na een preek van Sebastiaan Matte zijn gehoor naar het Laurentiusklooster net buiten de stad trok en daar onder leiding van predikant Jacob de Buyzere de kerkbeelden stuk sloeg. Dat bleek het sein voor andere groepen in de Westhoek. Soms kregen de groepen hulp van plaatselijke bewoners. Predikanten hielden soms eerst een preek, de plaatselijke autoriteiten durfden bijna nergens in te grijpen. Een enkele keer toonden de groepsleiders vervalste opdrachten, zogenaamd afkomstig van de centrale overheid. Ook werd soms gewag gemaakt van betaling door de organisatoren: daglonen van drie tot zeven stuivers.

Tweede fase: de Schelde - 20 tot 27 augustus[bewerken]

De tweede fase vond plaats in de streek rond de Schelde en breidde zich naar het noorden uit.

  • Antwerpen op 20 augustus: de predikant Herman Moded werd beschuldigd hiertoe te hebben aangemoedigd, wat hij zelf echter ontkende,
  • Oudenaarde,
  • Gent: hier werd de grootste schade aangericht, want de beeldenstormers vernielden en bestalen binnen 24 uur zeven parochiekerken, één collegiale kerk, vijfentwintig kloosters, tien hospitalen en zeven kapellen,
  • Breda,
  • 's-Hertogenbosch,
  • Middelburg,
  • Amsterdam,
  • Delft.

De onlusten begonnen op 20 augustus, maar op zondag 18 augustus dienden zich in Antwerpen al voortekenen aan. Tijdens een processie waarbij het Mariabeeld werd meegedragen, werd vanuit het publiek geroepen: "Maaiken, Maaiken, dit is uw laatste uitgang". Twee dagen later, in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, bezetten circa tweehonderd calvinisten het gebouw, dit ondanks licht verzet van de magistratuur. Het nieuws ging snel rond en werkte als een lont in een kruitvat: te Leiden riepen de bestormers op 26 augustus: "Ook hier moet gebeuren wat elders geschied is". Soms hielpen de autoriteiten een handje mee, zoals in Culemborg.

Derde fase: Noord- en Oost-Nederland - september/oktober[bewerken]

In de derde en laatste fase werden voornamelijk kerken boven de Nederlandse grote rivieren aangevallen. De derde fase onderscheidde zich van de andere twee fases doordat deze meer georganiseerd was. In deze fase was er geen sprake van rondtrekkende groepen, maar gebeurde het bestormen van kerken vooral door de lokale bevolking, versterkt met edelen.

Gevolgen[bewerken]

Stevenskerk in Nijmegen: gedenksteen ter nagedachtenis van een oom en tante van Petrus Canisius, aanbidding der koningen met stichterfiguren aan de zijkanten (de hoofden werden tijdens de beeldenstorm weggehakt)

Koning Filips II wilde de orde in de Nederlanden herstellen en de Beeldenstormers bestraffen, en zond daarom Fernando Álvarez de Toledo, Hertog van Alva naar de Nederlanden. Margaretha van Parma trad tenslotte in 1567 uit protest tegen Alva's methoden af, zodat hij haar opvolger werd. Hij voerde meteen de drie opdrachten van Filips uit, namelijk de opstandelingen straffen, ervoor zorgen dat alleen het katholieke geloof in de Nederlanden beleden zou worden en centralisatie van het bestuur invoeren. In de praktijk kwam dit neer op een bestraffing van de beeldenstormers, het aanstellen van nieuwe bisschoppen in bepaalde bisdommen en het doorvoeren van de besluiten van het Concilie van Trente. Zijn tegenstander Willem van Oranje, die veel bezittingen had in de Nederlanden, was volledig tegen Filips' politiek. Diens idealen waren meer zelfstandigheid voor de Nederlanden, en verdraagzaamheid tussen katholieken en protestanten. Hij vluchtte naar Nassau, net als de Nederlanden deel van het Heilige Roomse Rijk maar buiten de invloedssfeer van Filips II, en organiseerde vandaaruit een opstand tegen het Spaanse bestuur van Filips II. Deze opstand werd het begin van de Tachtigjarige Oorlog. Niet alleen de edelen en protestanten moesten niets van Alva hebben, ook onder de katholieken was de sympathie voor de IJzeren Hertog niet groot.

Latere beeldenstormen in de Nederlanden[bewerken]

Vernieling in de Dom van Utrecht

Hoewel de term "beeldenstorm" meestal slaat op het jaar 1566, zijn in latere tijdperken in de Nederlandse Opstand ook veel kerken geplunderd, meestal nadat protestanten erin slaagden een bepaalde stad of dorp op katholieken te veroveren. Ondanks dat er binnen de Staatse gelederen, die lang niet altijd uitsluitend protestants waren, maatregelen werden genomen tegen beeldenstormerij kon dit vaak niet worden voorkomen.

De Utrechtse kerken waren in 1566 ontsnapt aan de beeldenstorm, maar na het verraad van Rennenberg op 3 maart 1580 sloeg de vlam in de pan. Op 7 maart drongen de calvinisten de Domkerk binnen om er flink huis te houden. De vernielingen die bij deze beeldenstorm werden aangericht hebben tot op de dag van vandaag duidelijke sporen nagelaten. Enkele maanden later in juni, nadat een pro-Spaanse opstand in Zwolle werd gesmoord, woedde ook daar een beeldenstorm in de Grote of Sint-Michaëlskerk. Ook in Arnhem moesten in 1580 de Sint-Eusebiuskerk en de Sint-Walburgisbasiliek het ontgelden, en in 1599 opnieuw. In de slotfase van de Tachtigjarige Oorlog (1621-1648) kwam het regelmatig voor dat in Brabantse of Limburgse plaatsen periodiek de kerken werden gestormd wanneer zij in Staatse handen vielen, om vervolgens weer met beelden en andere katholieke kunstwerken en symbolen te worden ingericht na een Spaanse herovering. Soms slaagde men erin om vlak vóór een Staatse inname de kunstwerken uit de kerk te ontruimen omdat men wist wat er te verwachten viel; wanneer de krijgskansen keerden kon alles dan weer op zijn plek worden teruggezet.

Galerij[bewerken]

Kunstwerk van overblijfselen[bewerken]

Op 30 maart 2010 onthulde koningin Beatrix in de Grote of St.-Janskerk te Schiedam een kunstwerk van de Schiedamse kunstenaar Sjef Henderickx. Het bestaat uit bijna duizend brokstukken afkomstig van middeleeuwse altaren ten tijde van de beeldenstorm. De gebruikte brokstukken waren onder de vloer van de kerk gevonden tijdens de restauratie in 1947 en lagen sindsdien in het depot van het Stedelijk Museum Schiedam. Het kunstwerk bestaat uit een grote schaal waaruit brokstukken oprijzen die bovenin de vorm van een lam aannemen.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen:

Engelstalige literatuur:

  • Arnade, Peter J., Beggars, Iconoclasts, and Civic Patriots: the Political Culture of the Dutch Revolt, Cornell University Press, 2008, ISBN 0801474965, 9780801474965
  • Charney, Noah, Stealing the Mystic Lamb: The True Story of the World's Most Coveted Masterpiece, PublicAffairs, 2010, ISBN 1586488007, 9781586488000
  • Eire, Carlos M.N., War Against the Idols: The Reformation of Worship from Erasmus to Calvin, Cambridge University Press, 1989, ISBN 0521379849, 9780521379847
  • Elliott, J.H., Europe divided, 1559-1598, many edns, pages refs from Blackwell classic histories of Europe, Wiley-Blackwell, 2nd edn. 2000 (1st edn 1968), ISBN 0631217800, 9780631217800
  • Lesger, Clé, The rise of the Amsterdam market and information exchange: merchants, commercial expansion and change in the spatial economy of the Low Countries, c. 1550-1630, Ashgate Publishing, Ltd., 2006, ISBN 0754652203, 9780754652205
  • Miola, Robert S., Early modern Catholicism: an anthology of primary sources, Oxford University Press, 2007, ISBN 0199259852, 9780199259854
  • Montias, John Michael. Vermeer and His Milieu: A Web of Social History, Princeton University Press, 1991, ISBN 0691002894, 9780691002897
  • Petegree, Andrew. Emden and the Dutch revolt: exile and the development of reformed Protestantism, Oxford University Press, 1992, ISBN 0198227396, 9780198227397
  • Ramsay, George Daniel, The Queen's merchants and the revolt of the Netherlands: the end of the Antwerp mart, Part 2 of The end of the Antwerp mart, Manchester University Press ND, 1986, ISBN 0719018498, 9780719018497
  • Spicer, Calvinist churches in early modern Europe, Manchester University Press, 2007, ISBN 0719054877, 9780719054877
  • Vlieghe, H., Flemish art and architecture, 1585-1700. Yale University Press Pelican history of art, 1998, Yale University Press, ISBN 0300070381
  • Wagner, Roger, "Art and Faith", Ch. 10 in: Harries, Richard and Brierley, Michael W. (eds), Public life and the place of the church: reflections to honour the Bishop of Oxford, Ashgate Publishing, Ltd, 2006, ISBN 0754653013, 9780754653011
  • Wells, Guy, William of Orange and the Princely Virtues, in Mack, Phyllis and Jacob, Margaret C. (eds), Politics and Culture in Early Modern Europe: Essays in Honour of H.G. Koenigsberger, Cambridge University Press, 1987, ISBN 0521527023, 9780521527026