Beet She'an

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Beet She'an
בֵּית שְׁאָן
بيسان
Stad in Israël Vlag van Israël
Beet She'an
Beet She'an
Situering
District (mechoz) Noord
Subdistrict Yizre'el
Coördinaten 32° 30′ NB, 35° 30′ OL
Algemeen
Oppervlakte 7,1 km²
Inwoners (2005) 16.200
Foto's
Zicht van Beet She'an op de Jordaan.
Zicht van Beet She'an op de Jordaan.
Portaal  Portaalicoon   Israël
theater in Beet She'an uit de Romeinse tijd

Beet She'an (Hebreeuws: בֵּית שְׁאָן, Bet Šəʼan; ook gespeld als Beit She'an, Beth Shean, Bet-San, Bet Sjean, Beyt Shean; officieel Israeli Arabisch: بيسان Bayt Šān; Arabisch: بيسان Beesān, ook gespeld als Beisan of Bisan)[1] is een historische plaats uit de Vroege Bronstijd (~3500-~2000 v.Chr.). Het is nu gelegen in het Noorddistrict van Israël en heeft een functie als regionaal centrum voor de talrijke dorpen in de regionale raad van de Beet She′an-vallei.

Geschiedenis en geografie[bewerken]

De ligging van Beet She'an was vaak van strategisch belang, daar het gelegen is aan het raakpunt tussen de Jordaan- en Jizreëlvallei, hierdoor in essentie de toegang van het binnenland tot de kust beheersend, alsook die van Jeruzalem naar Galilea. De naam betekent "huis van rust".[2]

In Beet She'an stond een Filistijnse tempel gewijd aan Ashtoreth, waar onder meer een slangenkoker werd opgegraven samen met ' Astarteplaketjes ' die allemaal een priesteres met slang rond de nek afbeelden.[3]

Een ander stuk dat in Beet She'an werd gevonden beeldt de godin of opperpriesteres (Baälat) af uit het raam van een heiligdom leunend, met een slang die vanuit een dieper gelegen ruimte tevoorschijn komt. Nog een interessante ontdekking in deze tempel was een terracottaslang met vrouwenborsten, symbool van de wijze vrouwelijke scheppingskracht uit de oertijd. De Bijbel vertelt dat het in dit Huis van Ashtoreth in Beet She'an was dat de Filistijnen triomfantelijk de wapenrusting van de verslagen Hebreeuwse koning Shaul tentoonstelden (I Sam. 31:10).

Beet She'an wordt voor het eerst vermeld als een van de veroveringen van Thoetmosis III in de 15e eeuw v.Chr., en de overblijfselen van een Egyptisch administratief centrum van dynastie XVIII en XIX zijn opgegraven.[4] De Bijbel noemt het een Kanaänitische stad in Jozua (Joz 17:11, 1681.</ref>

Scythopolis[bewerken]

Kaart van de Decapolis met de ligging van Scythopolis (Griekse naam voor Beet She'an).

Tijdens de hellenistische periode had het een gehelleniseerde bevolking en werd Scythopolis genoemd, waarschijnlijk vernoemd naar de Scythische huurlingen die zich er als veteranen vestigden, en volgens de Griekse mythologie was de stad gesticht door Dionysus en zijn voedster Nysa er begraven; aldus stond het ook wel bekend als Nysa-Scythopolis. Beet She'an wordt vermeld in de 3e en 2e eeuw v.Chr. geschreven bronnen die de oorlogen van de Diadochen beschreven tussen de Ptolemaeïsche en Seleucidische dynastieën, alsook in verband met de Hasmonese Makkabeese opstand, die uiteindelijk leidde tot de verwoesting van de polis in de 2e eeuw v.Chr.[5]

In 64 v.Chr. werd het ingenomen door de Romeinen, heropgebouwd, en tot hoofdstad van de Decapolis, de "tien steden" van Samaria die centra van Grieks-Romeinse cultuur waren, gemaakt, een gebeurtenis die zo belangrijk was dat ze haar kalender naar dit jaar richtte. De Pax Romana was in het voordeel van de stad, die zich het duidelijkst liet merken in de stadsplanning van hoge kwaliteit en extensieve bouwactiviteiten waaronder de bouw van het best bewaard theatrum van het oude Samaria alsook een hippodroom, cardo, en andere typisch Romeinse gebouwen. De berg Gilboa, op 7 km afstand van de stad, voorzag in donkere basaltblokken alsook water via een aquaeductus. Verscheiden gebouwen van Scythopolis werden beschadigd in de aardbeving van 363, en in 409 werd het de hoofdstad van het noordelijk district, Palaestina Secunda.[5]

Tijdens de Byzantijnse periode (4e-7e eeuw), was Beet She'an voornamelijk christelijk, zoals men ook kan afleiden uit het grote aantal kerken, maar overblijfselen van joodse en Samaritaanse synagogen wijzen op gevestigde gemeenschappen van deze minderheden. De "heidense" tempel in het stadscentrum werd verwoest, maar het nymphaeum en de thermae werden hersteld. Verscheidene dedicatieinscripties wijzen op een voorkeur voor donaties aan religieuze gebouwen, en vele kleurrijke mozaïeken, zoals die met de zodiac in het Klooster van Vrouwe Maria, of een die een menora en sjalom afbeeld in het Huis van Leontius' joodse synagogen, werden bewaard. Een Samaritaanse synagoge haar mozaïek was uniek daar het geen menselijke of dierlijke afbeeldingen had, maar gebruik maakte van bloemen- en geometrische motieven. Uitvoerige decoraties werden ook aangetroffen in de vele luxueuze villa's van de stad, en in de 6e eeuw, bereikte de stad haar grootse bevolkingsaantal met 40.000 inwoners.[5]

Noten[bewerken]

  1. M. Shahin, Palestine: A Guide, Northampton Mass., 2005, pp. 159-165.
  2. K. van der Toorn, art. Shahan (III), in K. van der Toorn - B. Becking - P.W. van der Horst (edd.), Dictionary of Deities and Demons in the Bible, Leiden - Grand Rapids - Cambridge, 19992, p. 753.
  3. R.W. Hutchinson, Prehistoric Crete, Londen, 1962, p. 224(Google books: a): Another tube, found in 'The House of Ashtoreth' on the Philistine site of Beth-Shan dated to the reign of Rameses II of Egypt (c. 1292-1225 BC),1 shows two snakes crawling round and into the tube with two little doves perched on the handles.The cult of the Snake Goddess may even date from Neolithic times in Crete, since figurines of birds have been found along with the female figurines of the...
  4. A. Mazar, art. Beth-Shean, in E. Stern (ed.), The New Encyclopedia of Archaeological Excavations in the Holy Land, I, Jeruzalem, pp. 218-219, art. Beth Shean (Tel); Husn (Tell El-), in Archaeological Encyclopedia of the Holy Land, New York, 2001, p. 81. Zie ook: F.W. James - P.E. McGovern, The Late Bronze Egyptian Garrison at Beth Shan: A Study of Levels VII and VIII, 2 dln., Philadelphia, 1993, R.A. Mullins, Beth Shean during the Eighteenth Dynasty: From Canaanite Settlement to Egyptian Garrison, 2 dln., diss. Hebrew University of Jerusalem, 2002.
  5. a b c (en) Geva, Shulamit, 1979. "A Reassessment of the Chronology of Beth Shean Strata V and IV", IEJ 29 (1979), pp. 6–10.