Bef (kledij)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Historische cravatte met kant
Voorzitter de la Kethulle de Ryhove
Franz Christoph von Hutten, Fürst-Aartsbisschop
Franse kanunnik in koorkledij met rabat

Een bef (van het Frans bavette = morsslab) is een ornament van de beroepskledij, dat tegenwoordig gedragen wordt door de magistratuur en de clerus. Het gaat hier om een platte kraag, reeds in de 17e eeuw bekend. Deze werd vanaf ca. 1660 en gedurende de gehele 18e eeuw gedragen. Een wit gesteven, plat linnen stuk (soms met plooien) onder de kin gedragen en om de hals met bandjes vastgeknoopt. In latere tijden werd de bef gebruikt door predikanten, rechters, advocaten, professoren etc.

Magistratuur [bewerken]

Dit witte doekje wordt met een wit strikje of knoopje vastgemaakt aan de toga. Dit gebruik is overgebleven van de herenmode uit het Ancien Régime. Heren droegen een das die rondom de hals werd geknoopt en afgezet met kloskant. Hoge edelen droegen een das (cravatte) met naaldkant, bij voorkeur Venetiaanse naaldkant. Na de Franse Revolutie verdween deze das uit de herenmode evenals de fijne kant.

Tegenwoordig is deze dasvorm enkel nog te vinden bij leden van een zittend gerechtshof. Hoge magistraten dragen een bef versierd met imitatiekant. Voor advocaten wordt dit stuk stof eenvoudig geplisseerd. Het befje kan ook met klittenband aan de toga worden vastgemaakt.

Priesters en dominees [bewerken]

De bef voor clerici ontstond rond 1620 en werd algemeen tot in het midden van de 20e eeuw gedragen. Daarna werd hij vervangen door een Romeinse boord. seminaristen kregen een rabat ceremonieel samen met de toog. De Broeders van de Christelijke Scholen dragen nog steeds een witte bef. In Vlaanderen werd deze kraag een rabat genoemd.[1] Gentse seminaristen droegen tot in de jaren 30 van de 20e eeuw een rabat.[bron?] Bij de geestelijkheid bestond de bef uit 2 stroken zwarte stof, afgezet met een witte boord.

Bron [bewerken]

  1. (o.): het rabat. Volgens Van Dale enkel gewestelijk voor bef. Rabat is in feite de brede halskraag bij edellieden in de gouden zeventiende eeuw.