Begijnhof (Breda)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Begijnhof Breda
Standbeeld twee begijnen in gesprek
Huizen op Begijnhof Breda

Het Bredase Begijnhof is een door muren omringd complex bestaande uit huisjes en een kleine kerk in het centrum van Breda. De 29 huisjes verdeeld over twee hofjes zijn gegroepeerd rondom een kruidentuin. Hier staat ook een beeldje van twee begijnen in gesprek. Het is gelegen dichtbij het Park Valkenberg.

De begijnen waren sinds het eind van de 12e eeuw een beweging van vrome katholieke vrouwen, die in kuisheid een leven van bezinning en gebed wilden leiden. Zij legden niet zoals kloosterlingen een gelofte van eeuwige trouw en armoede af.

Het begijnhof werd in 1267 gesticht op grond die door Hendrik, heer van Schoten en Breda was geschonken. De begijnen waren veelal van adellijke afkomst. Dit eerste Begijnhof bevond zich op het huidige Kasteelplein bij het Kasteel van Breda de huidige Koninklijke Militaire Academie (KMA). De fundamenten hiervan werden in de jaren 90 van de 20e eeuw blootgelegd en onderzocht.

In 1525 besloot graaf Hendrik III van Nassau-Breda, Heer van Breda, het Kasteel van Breda uit te breiden tot een renaissancepaleis. Het Begijnhof moest daarom hier weg. In 1535 verhuisden de begijnen naar de huidige locatie aan de Catharinastraat. Hier kregen ze de beschikking over de St. Wendelinuskapel. De meeste huizen werden in de 17e eeuw vervangen.

Vanwege banden met het huis Oranje-Nassau genoot het Begijnhof na de Reformatie bescherming van de Oranjes waardoor het als enige katholieke instelling in de stad mocht blijven voortbestaan. Wel werd in 1590 de kapel geconfisqueerd en ingericht als Waalse kerk. Deze functie heeft dit gebouw tot op heden behouden. De begijnen richtten hierna twee huizen aan de noordzijde van het Begijnhof in als kerk. Pas in 1837 konden de begijnen weer over een echte kerk beschikken, een klein gebouw in neoclassicistische stijl.

Opbouw[bewerken]

Het Begijnhof Breda bestaat uit:

  • de Prinsenpoort, de oorspronkelijke hoofdpoort. In 1544 is de hoofdpoort verplaatst naar de Catharinastraat. Er kwam hier nu een wachthuisje met een smalle poort, de Valkenbergse Poort. In 1896 werd deze dicht gemaakt door een aanbouw.
  • de Begijnhuisjes; de nummers 31 tot en met 43 zijn de eerste huisjes die in 1535 zijn gebouwd. Daarna kwamen de nummers 63 tot en met 73. Een begijnhuisje bestond uit twee vertrekken; een voorkamer en een onderkelderde opkamer op de begane grond. Halverwege de 18e eeuw is er een verdieping bovenop gebouwd.
  • de Kosterij. De kosteres was verantwoordelijk voor de kerk en de sacristie. Ze droeg zorg voor de voorbereiding van de mis en het onderhoud van de gewaden en het kerkelijke linnen. Er werden naast de dagelijkse Mis, ook huwelijks- en begrafenisplechtigheden gehouden.
  • het Kakhuis uit 1856. Er waren vier kakdozen. Het spoelwater haalden de begijnen bij de pomp. Tot de jaren zeventig zijn ze in gebruik gebleven, daarna kregen de huisjes waterleiding en toiletten. Nu worden de zaden van de kruidentuin er bewaard.
  • de Begijnenkerk, gebouwd in 1836-1838. Het gebouw is een eenbeukige kapel van baksteen in neoclassicistische stijl. In 1888-1891 kwamen er twee glas-in-loodramen van de twee patroonheiligen: Sint-Catharina en Sint-Begga. Ook zijn er drie ramen gewijd aan het leven van Sint-Begga.
  • de Heksenbol. Deze verspiegelde glazen bol op een ijzeren standaard staat er van de IJsheiligen (11, 12 en 13 mei) tot Allerzielen (2 november). Het was een effectief middel om demonen, ziekten en tegenspoed te weren, en tegelijk een afschrikmiddel voor de duivel die zijn spiegelbeeld in de bol kon zien.
  • het Tweede hof. In 1825-1859 traden 43 nieuwe begijnen toe. Er kwam een tweede hof van negen huisjes. Op de uitbouw van de huidige pastorie staat een Madonnabeeld van Lou Manche ter herdenking van het 700-jarig bestaan van het Begijnhof in 1967.
  • de Kruidentuin. Er was vroeger een verplichting om geneeskrachtige kruiden te planten. Later kwamen hier rozen. In 1970 is de kruidentuin in ere hersteld en bestaat uit 20 vakken met ruim 300 kruiden.
  • het Bleekveld en washuis. In 1970 is het grasveld waar de begijnen het linnengoed droogden in ere hersteld. Ze deden de was voor de parochiekerken. In 1842 werd een spoel- en washuis met hardstenen pomp ingericht.
  • de Infirmerie (verpleeghuis) en schuilkerk.
  • het huis van de hofmeesteres. Iedere drie jaar kozen de begijnen een hofmeesteres. Zij zag toe op de naleving van de regels, beheerde het vermogen en onderhield de contacten met de overheden. Zij woonde altijd alleen. In 1972 overleed de laatste hofmeesteres Anna Maria Albertine Holtzer.
  • het Novicenhuis. Novicen waren begijnen in opleiding die, onder permanent toezicht van de Novicenmeesteres, hier woonden. Zij werden een jaar lang door haar ingewijd in het leven op het hof. Ze droegen een zwarte kap. De pastoor en de hofmeesteres besloten over hun toetreding.
  • de Waalse kerk. In 1440 werd de gotische St. Wendelinuskapel gesticht door Johanna van Polanen, de vrouw van graaf Engelbrecht I van Nassau, Heer van Breda. Wendelinus was haar persoonlijke beschermheilige. Hun zoon graaf Jan IV van Nassau heeft de bouw voltooid. In 1648 kwam de kerk in handen van de Waalse Gemeente.
  • het Poortgebouw. In een nis in de voorgevel staat het bronzen Catharinabeeld van de Oosterhoutse beeldhouwer Niel Steenbergen. De poortierster, die in het huisje bij de poort woonde, opende en sloot de poort, iedere begijn moest zich bij haar melden. Hier wordt ook de Minitiatuurcollectie Tine Merkx tentoongesteld.
  • het Valkenberg. Dit is het (nu nog huidige) Valkenberg Park. Het toen genoemde 'als zijnde geene genoegzaam stille plaats voor Geestelijke Kinderen' werd halverwege de 19e eeuw voor de begijnen verboden terrein.

Museum[bewerken]

Het kleine Breda's Begijnhof Museum is gevestigd op de Catharinastraat 29, één van de Begijnhuisjes aan het begin van het Begijnhof.

Hier is een woonkamer en keuken zoals een begijntje vroeger had. Boven wordt nog in kleine opstellingen de aspecten uit het begijnenleven belicht. Ook draait er het audiovisueel programma 'Bruiden van Christus, over de twee begijnen De Leeuw en Cornelia Frijters.

Het museum is geopend van dinsdag tot en met zondag van 12.00 tot 17.00 uur; van november tot april alleen op zon- en feestdagen. Het is een onderdeel van het Breda's Museum.

Literatuur[bewerken]

  • J.M.F. IJsseling, Het begijnhof te Breda. Breda: Kokx, 1980.
  • Florence Koorn, Michel van der Eycken en Onno Meeter, Begijnen in Brabant. De begijnhoven van Breda en Diest. Breda / Antwerpen, 1987.

Externe links[bewerken]

Galerij[bewerken]