Begrafenis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Arrangement voor een Japanse begrafenis

Een begrafenis is een plechtigheid waarbij iemand die overleden is begraven wordt.

Andere woorden voor begrafenis zijn teraardebestelling, uitvaart, graflegging en inhumatie. Een alternatief voor de begrafenis is crematie. Men kan ook zijn lichaam ter beschikking stellen van de wetenschap.

Per land of geloof zijn er verschillende tradities en rituelen rond een begrafenis.

Tradities rond begraven en cremeren[bewerken]

Nederland en België[bewerken]

Begrafenis Leopold II

Het is aan de nabestaanden om te bepalen wat na het overlijden gebeurt met een stoffelijk overschot. Zij zijn daarbij moreel gebonden aan de wensen die de overledene mondeling of schriftelijk heeft geuit met betrekking tot de uitvaart. Verder stelt de wet de nodige beperkingen. In Nederland is dat de Wet op de lijkbezorging, herzien in 1991 en in Caribisch Nederland de Begrafeniswet BES en Crematiewet BES. Zo mag de uitvaart niet eerder plaatsvinden dan 36 uur na het sterven en niet later dan 6 werkdagen. De burgemeester of gezaghebber kan ontheffing verlenen. In het geval van een Europees-Nederlandse uitvaart binnen 36 uur dient de burgemeester overeenstemming te hebben met de Officier van Justitie. Bij een ontheffing in Caribisch Nederland dient eerst een door het bestuurscollege aangewezen geneeskundige gehoord te worden. Begrafenis kan alleen plaatsvinden op door de overheid aangewezen plaatsen.

In bepaalde culturen of religies binnen Nederland en België kunnen extra, of geheel andere tradities bestaan, zie bijvoorbeeld lager op deze pagina de islamitische tradities; hier volgt de gang van zaken bij het grootste deel van de Protestantse, Rooms-katholieke en niet-religieuze uitvaarten.

Voorafgaand aan een uitvaart, dus een begrafenis of een crematie, vindt er vaak in besloten kring een afscheid plaats voor familieleden en vrienden, thuis of in een rouwcentrum. Vaak gebeurt dit op een avond voordat de uitvaart plaatsvindt. Rooms-katholieken kennen hiervoor de avondwake in de kerk.

Bij een uitvaart kan er een religieuze dienst plaatsvinden zoals een kerkdienst, of een niet-religieuze samenkomst in een uitvaartcentrum of crematorium, waarin de overledene herdacht wordt.

De overledene wordt herdacht in een of meer toespraken. Ook kan er muziek ten gehore worden gebracht. Bij een kerkdienst wordt er voorgelezen uit de Bijbel, gezongen en afscheid genomen van de overledene met een preek. Tot dit punt is de plechtigheid bij een begrafenis en een crematie grotendeels gelijk.

Bij een begrafenis wordt vervolgens de doodskist vaak door een stoet mensen, of in de voorste van een rij auto's, naar de begraafplaats vervoerd. Deze stoet heet de begrafenisstoet of rouwstoet.

Daarna volgt de teraardebestelling. De kist kan in het graf dalen door middel van touwen of kettingen. Ook tijdens deze teraardebestelling wordt vaak nog een korte toespraak gehouden, en vervolgens krijgen mensen de gelegenheid op hun eigen manier afscheid te nemen van de overledene. Dit kan bijvoorbeeld zijn in de vorm van het werpen van wat aarde op het graf, het geven van een laatste groet of het zeggen van een gebed. Men verlaat dan het graf. Vaak is er vervolgens nog de gelegenheid om in een zaaltje op of vlakbij de begraafplaats de nabestaanden te condoleren, of ook zelf gecondoleerd te worden. Daar worden dan ook koffie, thee met cake (in Limburg veelal vlaai) en eventueel broodjes geserveerd. In Oost- en West-Vlaanderen is dit niet het geval, want daar wordt een rouwmaaltijd voor de familie en eventueel vrienden gehouden na de plechtigheid. Die loopt vaak uit tot diep in de namiddag.

Daarna wordt het graf gesloten of bedolven door de grafdelver, vaak een medewerker van de gemeente waartoe de begraafplaats behoort. Gemiddeld 100 dagen na de begrafenis kan er voor gekozen worden een grafmonument te plaatsen.

Bij een crematie is na bovengenoemde, al of niet religieuze, uitvaartdienst of samenkomst de plechtigheid afgelopen: de nabestaanden en belangstellenden worden door het crematoriumpersoneel bedankt voor hun aanwezigheid, en verzocht, na een laatste groet aan de overledene, zich te begeven naar een naastgelegen ruimte, waar men elkaar kan condoleren, onder het genot van koffie, thee, en dergelijke. Buiten aanwezigheid van nabestaanden wordt later die dag het lijk dan werkelijk verbrand. Naderhand kunnen nabestaanden de as bewaren in een urn, maar asverstrooiing (zie onder crematie) is ook mogelijk.

Suriname[bewerken]

Bij het overlijden in Surinaamse kringen worden bijna altijd dezelfde handelingen verricht. Er zijn islamitische, boeddhistische, protestantse, rooms-katholieke, joodse en creoolse Surinamers, en iedere groep heeft weer andere rouwrituelen. De meeste Surinamers zijn christelijk en lid van de Evangelische Broedergemeente, hoewel bij begrafenissen ook niet-christelijke rituelen worden uitgevoerd. Creoolse begrafenissen zijn in Suriname beroemd en uitbundig, waarbij de overledene vooraf wordt bewassen. Wanneer er iemand overlijdt zijn het de naaste familieleden die de begrafenis verzorgen, zoals de nichten, neven, ooms en tantes. Zij zorgen ervoor dat iedereen die de persoon heeft gekend, aanwezig is.[1]

In Suriname gaan de directe familieleden voordat de bewassing plaatsvindt naar het uitvaartcentrum om te praten met de overledene over hoe hij zijn dood ervaart, wat voor persoon hij was en hoe ze samen in het leven hebben gestaan. Men is ervan overtuigd dat hij/zij hen nog steeds kan horen. Men heeft vervolgens een kommetje met een bodempje water, waarin men eerst de handen moeten nat maken en vervolgens , staande achter zijn/haar hoofd beide handen tegen de wangen van de overledene aan moet zetten. Hierna moet men weer de handen in hetzelfde bodempje water wassen. Dit aanraken kan, omdat de overledene nog niet bewassen is. Bij het bewassen van de overledene gebruikt men een mix van formaline, alcohol, glycerine en tabaksbladeren. Het ritueel duurt anderhalf tot vijf uur.

Net zoals begrafenissen in Nederland, kunnen Afro-Surinaamse begrafenissen erg van elkaar verschillen. Maar over het algemeen is een Afro-Surinaamse begrafenis in Paramaribo wel uitbundiger dan in Nederland. Een Afro-Surinaamse begrafenis is niet alleen een moment om te rouwen, maar ook om het leven (van de overledene) te vieren. De ziel of geest van de dode verdient respect en moet geëerd én vermaakt worden. ‘Waar de dood is, moet ook gelachen worden’ is een bekend Surinaams gezegde.

In de creoolse cultuur zingt men voorafgaand aan de begrafenis rouwliederen tijdens een kerkdienst. Bij de begrafenis is iedereen in het wit gekleed en de naaste familie heeft een hoofddoek, een 'anjisa' op. Bij de begrafenis gaat vaak een bazuinkoor of een trompettist voor. Veel Surinamers geven tijdens het leven aan dat zij dansend naar het graf gebracht te willen worden. Het is een oude gewoonte die keer op keer weer wordt gebruikt. Het wordt gezien als een troostgevende vorm van rouwverwerking, de nabestaanden worden zo ingenomen door het dansen zelf, dat ze het verdriet even vergeten.

Oost-Azië[bewerken]

Begrafenis op Bali

In de meeste Oost-Aziatische en Zuidoost-Aziatische culturen is het dragen van wit een symbool voor de dood. Door westerse invloeden is zwart echter ook aanvaard als kleur voor rouwenden. De aanwezigen mogen niet kijken terwijl de kist neergelaten wordt, ze moeten hun hoofd buigen, of zelfs afwenden.

Nuvola single chevron right.svg Hoofdartikel: Chinese begrafenis

In China wordt traditioneel een witte envelop gegeven aan de nabestaanden met een kleine som geld. Ook andere culturen doen dit.

In Japan worden meestal boeddhistische/shintoïstische rituelen uitgevoerd. Dikwijls krijgt de overledene een nieuwe naam bestaande uit oude kanji-tekens, dit om te vermijden dat de naam in gewone gesprekken of schrift zou gebruikt worden. De meeste Japanners worden gecremeerd. In Tibet voeren boeddhisten traditioneel het ritueel via de luchtbegrafenis uit.

Afrika[bewerken]

Aan de Goudkust van Afrika bestond de gewoonte de doden in de vloer van woonhuizen te begraven, als onderdeel van een animistische ceremonie.

Vrouwen mogen luidop rouwen, en soms mogen ze hun gevoelens tonen tot hysterie toe. Soms zijn er trommelaars en fluitspelers bij. Een begrafenisplechtigheid kan soms een week lang duren. Na een periode van enkele maanden tot een jaar wordt de rouw officieel afgelegd en wordt er een feest gehouden.

Latijns-Amerika[bewerken]

Latijns-Amerika kent een grote combinatie van verschillende overzeese tradities. Zo is het in verschillende delen van de Latijnse landen dat men de doden niet in de grond begraven maar in mondgraven. Dit zijn vaak op elkaar gestapelde graven. Er zijn ook delen waar de mensen verbrand worden. Niet in de vorm van de bekende crematie, maar gewoon het lichaam met veel hout erover. Dit om de beperkte grond zo goed mogelijk te kunnen benutten. Jaarlijks wordt er vooral rond Peru en in Midden-Amerika de dag der doden gehouden. Dit houdt vaak in om naar de graven van de doden te gaan of zelfs de lichamen op te halen en de dag door te brengen om aan het einde van de dag de dode terug op zijn rustplaats te brengen.

Islamitisch[bewerken]

Het begraven volgens de islamitische overlevering gebeurt zo snel mogelijk na het overlijden. In landen waar de wetgever dit toestaat kan een overledene nog dezelfde dag begraven worden. Ook wordt een moslim, indien de wetgeving het toelaat, zonder kist begraven. In Nederland is begraven zonder kist wettelijk toegestaan. Overdreven rouwbeklag is niet toegestaan in de islam,[2] hoewel dit soms gebeurt. Crematie is uitgesloten in verband met het geloof in de wederopstanding op de dag des oordeels.


Na het overlijden worden allereerst de ogen gesloten en de overledene wordt afgedekt met een schoon laken. Vervolgens wordt het lijk ritueel gewassen door familieleden of andere moslims van hetzelfde geslacht, waarbij de private delen worden afgedekt. Vervolgens wordt de overledene gewikkeld in witte doeken (de kafan). Zij die deze wassing verrichten bewaren hierover discretie.

Voorafgaande aan de begrafenis wordt voor de overledene een gebed (Al-djanaazah) gedaan. Zij die aanwezig zijn bij dit gebed gaan rond de lijkbaar staan. Een afwijking met het gebed zoals het vijfmaal daags verricht wordt, is dat er niet gebogen (ruku) wordt en ook de nederwerping (sudjud) vindt niet plaats. Ook volgen de aanwezigen niet de voorgeschreven qibla; de overledene ligt wel in de qibla-richting. Het meeste wordt in stilte gebeden. Het gebed vindt niet plaats in de moskee (In niet- Islamitische landen verricht men het Salaat el Djanaazah wel in de moskee).

Bij de teraardebestelling zijn alleen mannen aanwezig. Een moslim wordt liggend op de rechterzijde begraven, met het hoofd richting de qibla. Indien de overledene niet de shahadah meer heeft kunnen zeggen op het moment van overlijden, dan wordt dit alsnog gedaan. Vaak wordt na het sluiten van het graf gestopt na 40 stappen en wordt Soera De Opening gereciteerd als bijzondere bijstand voor de overledene die volgens de overleveringen binnen de islam op dat moment verhoord wordt door de engelen Nakir en Munkar.

Het is de bedoeling dat een graf niet geruimd wordt en de overledene in het graf blijft in verband met het geloof in de wederopstanding op de dag des oordeels.

Belangrijke personen[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Staatsbegrafenis voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Koningen en koninginnen en andere belangrijke personen zoals een staatshoofd of minister-president krijgen vaak een speciale begrafenis of bijzetting. Vaak, maar niet altijd, is dit een staatsbegrafenis.

Normaliter worden bij de begrafenis of bijzetting verschillende tradities en rituelen in ere gehouden. Vaak wordt er nationale rouw afgekondigd, worden vlaggen halfstok gehangen, kan het volk afscheid nemen door langs de baar te lopen en kan het condoleanceregister getekend worden op gemeentehuizen en ambassades van het betreffende land.

Wetgeving[bewerken]

De uitvaart moet in Nederland minimaal 36 uur en maximaal zes werkdagen na het overlijden plaatsvinden. De dag van overlijden telt hierbij niet mee. Deze tijd kan worden verkort dan wel verlengd door de burgemeester of gezaghebber, bijvoorbeeld in het geval dat familie uit het buitenland moet komen.
De wet geeft de ruimte dat een persoon op eigen terrein kan worden begraven, de burgerlijke gemeente kan alleen toestemming verlenen wanneer aan speciale voorwaarden is voldaan. Niet alle gemeenten in Nederland bieden deze mogelijkheid.
De uitvaart wordt altijd verzorgd in opdracht van iemand. Vaak is dit een van de nabestaanden en soms is het de overledene zelf die dit bij testament of scenarium heeft vastgelegd. Maar het kan ook gebeuren dat de overledene geen bekende nabestaanden had en dat hij/zij zelf niets geregeld heeft. In dat geval bepaalt de wet dat de burgemeester van een gemeente of de gezondheidsdienst van het openbaar lichaam zorg draagt voor de begrafenis. De kosten komen ten laste van de gemeente of het openbaar lichaam, voor zover deze niet te verhalen zijn op de nalatenschap of erfgenamen.

Uitvaartrituelen[bewerken]

Uitvaartrituelen kunnen religieus van aard zijn of seculier. In de meeste gevestigde religies bestaan standaarduitvaartrituelen. Een andere mogelijkheid is het samenstellen van een persoonlijk uitvaartritueel. Hierbij kan een ritueelbegeleider helpen. In de katholieke kerk is het gebruikelijk dat de uitvaartmis - voorafgaande aan de begrafenis of crematie - wordt voorafgegaan door een wake, de avond tevoren.

Muziek[bewerken]

Op de lijst van veelgevraagde uitvaartmuziek is een overzicht te vinden van (populaire) muziek zoals die met name in Nederland bij uitvaarten veel te horen is.

Zie ook[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties