Beheer met grote grazers in Nederland
Grote grazers worden in veel natuurgebieden in Nederland ingezet, waarbij hun aanwezigheid er voor zorgt dat verruiging wordt tegengegaan en dat natuurterreinen niet tot een groot ondoordringbaar bos verworden. Veel grote grazers worden ingezet om het mechanische beheer te vervangen dat nodig was om een milieu te behouden.
De dieren die rondlopen in een natuurgebied kunnen worden verdeeld in twee groepen: dieren die als vee gelden, en 'wilde' dieren. Dieren die tot 'vee' worden gerekend, waarbij het meestal om runderen gaat, moeten voldoen aan alle eisen die aan vee gesteld worden: ze hebben oormerken en over hun welzijn wordt gewaakt. Ze worden eventueel bijgevoerd en bij overtalligheid en lijden, worden ze met de veewagen afgevoerd. Kadavers blijven niet liggen.
Anders is het in grote gebieden als de Oostvaardersplassen. Hier zijn de dieren als half-wilde dieren uitgezet en in principe moeten ze het verder zelf uitzoeken. Toch is er geregeld de vraag of de Heckrunderen en koniks wel of niet als vee moeten worden gezien, met de bijbehorende zorgplicht.
Het beleid in dit gebied was dat wanneer het duidelijk was dat een dier zou gaan sterven, een beheerder het dier uit zijn lijden zou verlossen. Hierop kwam veel kritiek, met name uit jagerskringen die stelden dat er zo veel onnodig leed was onder de dieren. Het probleem is onder andere dat het wettelijk niet toegestaan is om dieren die niet gemerkt zijn van het terrein waar ze zich bevinden te verplaatsen. De dieren mogen uitsluitend dood naar een destructor verplaatst worden.
Voor terreinen als de Oostvaardersplassen is er eind 2004 een nieuw regime bepaald. Voortaan zal de beheerder, in dit geval Staatsbosbeheer meer de rol van de wolf spelen en zieke en zwakke dieren, met name die dieren die zich afzonderen van de kudde, afschieten. Het gevolg hiervan is dat wanneer de voedselvoorraad in een gebied uitgeput is, er een relatief grote sterfte kan ontstaan wat weer als gevolg heeft dat de flora in de daaropvolgende periode zich kan herstellen.
[bewerken] Amerikaanse vogelkers
Tegen de plaag van de Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina) is begrazing door schapen het meest effectieve middel gebleken. In de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD) zijn zeer goede ervaring opgedaan met Drentse Heideschapen. Een dichte grasmat van voornamelijk Duinriet heeft plaatsgemaakt voor veel korte vegetaties. Dit levert aan verdwenen kruiden, mossoorten en fungi betere leefomstandigheden op. De Amerikaanse vogelkers wordt door de schapen volledig kaalgeknabbeld, waardoor de struiken op den duur doodgaan. Alleen in sommige erg gesloten, dichte duindoornstruwelen kan het schaap niet doordringen. De exemplaren van de Amerikaanse vogelkers die zich hiertussen verscholen houden, zou de beheerder voor het schaap bereikbaar kunnen maken door paden uit te houwen.
In het voorjaar van 2004 is in de Westhoek, in de AWD, een nieuw begrazingsgebied ingesteld, 115 hectare groot. Er lopen nu 30 koeien en 100 schapen rond. Op een deel van het duinterrein heeft de beheerder in de winter dichte bossen van Amerikaanse vogelkers omgezaagd, alle takken en stammen werden versnipperd afgevoerd. De stronken lopen weliswaar in het voorjaar sterk uit, maar de schapen knabbelen meteen aan de uitlopers; na een paar jaar sterven de stobbes af. Als gevolg van de plotse lichttoetreding ontstaat er massaal opslag van zaailingen van de Amerikaanse vogelkers, ook deze worden zowel door koeien als schapen kortbegraasd. In het (grote) deel van de Westhoek, waar de vogelkersen nog niet zijn omgezaagd, is een duidelijke vraatlijn aan deze dikwijls dichte prunusstruwelen zichtbaar.
Grote struiken zouden overigens ook geringd kunnen worden. Dan gaat de struik door uitputting van de wortels dood omdat de wortels geen assimilatieproducten meer krijgen. Die worden in de bladeren geproduceerd, zoals de suikers, waarvan het transport plaatsvindt aan de buitenkant van de bast. Door het aanbrengen van een ring, met zaag of bijl, wordt deze neergaande sapstroom onderbroken. De opgaande sapstroom, van water en zouten, die vanuit de wortels naar de bladeren via de houtvaten plaatsvindt, gaat wel gewoon door. Onder de ring schieten vervolgens loten op, een noodgreep van de plant om de wortels alsnog van suikers te voorzien. Dit lot wordt aangevreten door het vee, en in lichte mate door ree en damhert.
De koeien banjeren soms dwars door het ongerepte dichte Duindoorn-struweel. Op de paden die zo ontstaan begeven zich de schapen. Zo komen zelfs hoge prunusstruiken aan hun eind: eerst trekken en breken de koeien de tot wel vier meter hoge takken naar beneden, die vervolgens door de schapen worden kaalgevreten.
[bewerken] Kritiek
Op de begrazing door vee is de laatste jaren in toenemende mate kritiek gekomen. Met name floristen zien terreinen als gevolg van vraat en vertrapping door paarden en runderen verarmen, bijvoorbeeld de kruiden- en orchideerijke duinvalleien. De natuurbeheerders zouden, zo stellen zij, de plaatsen waar zeldzame soorten voorkomen door middel van rasters van begrazing dienen uit te zonderen. Vaak echter hebben terreinbeheerders dergelijke maatregelen al wel getroffen. Een ander punt van zorg is dat de stand van vogels die op de bodem broeden in veel gebieden dramatisch achteruit gaat, deze ontwikkeling kan echter niet uitsluitend aan begrazing worden toegeschreven. In de EU-Habitatrichtlijn (die opgenomen is in de nieuwe natuurbeschermingswet), wordt vrij precies geregeld welke soorten en ecosystemen dienen te worden beschermd, waarbij een nog kritischer toetsing van de beheersplannen zal plaatsvinden.
Een voorbeeld waarbij begrazing door huisvee vooralsnog niet naar wens verloopt, betreft landgoed Duin en Kruidberg. Dit gebied wordt beheerd door Natuurmonumenten en is onderdeel van Nationaal Park Zuid-Kennemerland. Er lopen sedert 2003 Schotse Hooglanders. Het doel is dat de dieren door begrazing en vertrapping de vergrassing en de verstruiking van het duin voor een groot deel tenietdoen. De eerste tijd bezochten de Hooglanders bij voorkeur de stukken duin waarop kardinaalsmuts groeit, een door de runderen geliefde bron voor voedsel.
Nu alle struiken zijn kaalgevreten (waartoe de runderen de takken van hoge struiken naar beneden omknikken) en de meeste al zijn afgestorven, trekken de dieren verder en laten zij zich hier nog slechts sporadisch zien. Het gevolg is een toename van de vergrassing, hoewel het gras aanvankelijk door de koeien werd begraasd. De Amerikaanse vogelkers loopt na het vertrek van de koeien nu weer ongehinderd uit.
Hier is het doel van de begrazing, althans plaatselijk, mislukt. De dieren zwermen makkelijk uit naar de aangrenzende Kennemerduinen. Voor de bestrijding van de vergrassing en de Amerikaanse vogelkers zouden er veel meer runderen per hectare dienen te worden uitgezet. Op het Rolverseiland in de Amsterdamse Waterleidingduinen lopen op 36 hectare acht runderen, het jaar rond, bijna één rund op elke 4,5 hectare. Struiken van Amerikaanse vogelkers houden zich daar nog wel verborgen tussen de stekels van de Duindoorn en Meidoorn.
Aanvullende begrazing door koeien en schapen is tegenwoordig veelal pure noodzaak geworden voor de natuurbeheerder die de biodiversiteit in stand wil houden. Een terugkeer naar een andere vroegere landbouwmethode die de bodem arm hield, namelijk het plaggen, valt vanwege de zeer hoge kosten vaak niet te verkiezen. Dit vindt alleen nog grootschalig plaats op uitgestrekte heidevelden.