Beipiaosaurus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Beipiaosaurus
Status: Uitgestorven, als fossiel bekend
Beipiaosaurus
Beipiaosaurus
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Superorde: Dinosauria (Dinosauriërs)
Orde: Saurischia
Superfamilie: Therizinosauroidea
Geslacht
Beipiaosaurus
Xu, Tang & Wang, 1999
Typesoort
Beipiaosaurus inexpectus
Afbeeldingen Beipiaosaurus op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Beipiaosaurus op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

Beipiaosaurus is een geslacht van theropode dinosauriërs uit de groep van de Therizinosauroidea, dat tijdens het vroege Krijt leefde in het gebied van het huidige China.

Naamgeving[bewerken]

De typesoort Beipiaosaurus inexpectus is in 1999 beschreven en benoemd door Xu Xing, Tang Zhilu en Wang Xiaolin. De geslachtsnaam verwijst naar de stad Beipiao, de soortaanduiding betekent "onverwacht" in het Latijn, een verwijzing naar de verrassende bouw.

Vondsten[bewerken]

Het fossiel, holotype IVPP V11559, bestaat uit een fragmentarisch skelet dat in 1996 door boer Li Yinxian bij Sihetun is gevonden en opgegraven in de Jianshangouafzetting van de Yixianformatie, die dateert uit het Barremien-Aptien, 125 miljoen jaar oud. Het bestaat uit een gedeeltelijk skelet dat niet in verband ligt en verspreid over verschillende steenplaten is geborgen. Delen van de schedel, een onderkaak, een vorkbeen, drie nekwervels, vier achterste ruggenwervels, twee sacrale wervels, vijfentwintig staartwervels, een pygostyle, chevrons, een schouderblad, twee ravenbeksbeenderen, twee voorpoten, het bekken, een achterpoot en een scheenbeen zijn geborgen. Het fossiel toonde ook op romp, staart en armen de resten van een huidbedekking, bestaande uit "dinodons" in de vorm van parallelle lange haarachtige structuren.

De eerste beschrijving werd in 2003 aangevuld met een van de pygostyle, het uiteinde van de staart.

In 2009 werd een tweede vondst bekendgemaakt van een tweede specimen, STM31-1, een gedeeltelijk skelet met schedel, dat een hogere laag toonde boven het "dindons", bestaande uit lange hoornschachten, zogenaamde EBFFs, (elongated broad filamentous feathers). Deze waren vermoedelijk hol, stijf, ovaal en drie millimeter breed in doorsnee en tot vijftien centimeter lang. Onduidelijk is of het hier een voorloper of juist een modificatie betreft van een echt verenkleed.

Alle beschrijvingen tot nu toe zijn erg summier, een gedetailleerde behandeling van het skelet ontbreekt nog. Daarbij is het niet zeker of het voorste deel van het holotype bij het achterste hoort.

Beschrijving[bewerken]

Beipiaosaurus; de schedel is hier te stomp en recht afgebeeld

Beipiaosaurus is een kleine plantenetende therizinosauriër. In 2010 schatte Gregory S. Paul de lichaamslengte op 1,8 meter en het gewicht op veertig kilogram.

Beipiaosaurus heeft enkele basale kenmerken voor therizinosauriërs, die weerspiegelen dat hij onderin de stamboom van die groep staat. Hij heeft nog drie dragende tenen dat een vergroting en verplaatsing van de eerste teen het aantal op vier gebracht heeft, relatief lange vingerkootjes in de hand en een scheenbeen dat langer is dan het dijbeen. Daarentegen is het darmbeen hoog en steekt het schaambeen naar achteren wat weer afgeleide eigenschappen zijn. Zeer gespecialiseerd is de schedel. Deze is groot en langgerekt met een zeer spitse snuit die in een bol bovenprofiel afloopt en spitse voorste onderkaken. Het geheel kromt vooraan sterk naar beneden en levert zo een kop op die uniek is onder de hele Dinosauria. De nek is slechts matig lang, zodat het enorme hoofd, ongeveer 265 millimeter lang, te groot lijkt voor de hals. De tanden zijn klein met een bolle onderste hals en een bladvormige gekartelde kroon; de tandwortels zijn relatief lang. Het gevonden stuk van vier achterste ruggenwervels bleek volledig vergroeid. De staart is vermoedelijk kort en eindigt in een vergroeiing, pygostyle, van de uiterste zeven staartwervels. De hand is als geheel zeer groot en vooral de eerste en tweede klauw is lang, waarbij de duimklauw ook sterk gekromd is.

Door de beschrijvers en latere onderzoekers zijn verschillende kenmerken vastgesteld die Beipiaosaurus van zijn verwanten onderscheiden. De schedel is groot, ongeveer even lang als het dijbeen. Aan de onderzijde van het eerste kootje van de eerste vinger is de buitenzijde van de gewrichtsknobbel die van het lichaam af gericht is, van boven naar beneden gemeten langwerpig. Minstens vier achterste ruggenwervels zijn vergroeid. Er is een pygostyle aanwezig. De verheffing op de zijkant van het eerste middenhandsbeen aan de zijde van het tweede middenhandsbeen is driehoekig van doorsnede. Deze verheffing bevindt zich op 40 % van de schachtlengte van de bovenkant. Een uitsteeksel op de voorrand van het zitbeen, de processus obturatorius, is golvend met een naar beneden gedraaid onderste stuk. Het zitbeen loopt uit in een "voet" die twee maal de breedte heeft van de schacht. Het dijbeen heeft een vooraan een richel op de onderste binnenkant.

De pygostyle is bekend doordat bij het holotype de laatste elf staarwervels als een reeks bewaard zijn gebleven. Die reeks neemt naar achteren langzaam in grootte af. Bij wervels nummer zes en zeven zijn de wervelbogen en wervellichamen al hecht vergroeid. De laatste vijf wervels, veel kleiner dan de voorgaande, zijn volledig samengesmolten tot een enkel element waarin hun afscheidingen nog vaag zichtbaar zijn. Dit stuk bot, niet langer dan twee centimeter, is bovenop licht bol en van onderen iets hol. Het heeft een stomp uiteinde. Er zijn geen veren gevonden die een waaier zouden kunnen vormen aan het eind van de staart, het dragen waarvan de functie van de pygostyle is bij de huidige vogels. De staart is voor zover kan worden nagegaan bedekt met vier tot zeven centimeter lange haarachtige structuren die een doorsnede hebben van anderhalve millimeter en onder een hoek van 35° schuin naar achteren staan. Xu concludeerde hier in 2003 uit dat zo'n waaier geheel afwezig was en dat de ontwikkeling van een pygostyle oorspronkelijk een volledig andere functie gehad moet hebben.

Fylogenie[bewerken]

Beipiaosaurus is door de beschrijvers basaal in de Therizinosauroidea geplaatst, iets wat door latere kladistische analyses bevestigd is. Volgens de definitie van Paul Sereno is Beipiaosaurus zelfs per definitie de meest basale therizinosauroïde.

Een mogelijke stamboom toont dit kladogram:

Therizinosauria

Falcarius


unnamed

Beipiaosaurus


unnamed

Alxasaurus


unnamed

Nanshiungosaurus


Therizinosauridae

Erliansaurus



Nothronychus


unnamed

Neimongosaurus


unnamed

Segnosaurus


unnamed

Erlikosaurus



Therizinosaurus










Literatuur

  • Xu, X., Tang, Z-L., Wang, X-L. (1999). A therizinosauroid dinosaur with integumentary structures from China. Nature 399 (6734): 350-354 . DOI:10.1038/20670.
  • Xu, X., Cheng, Y., Wang, X-L., Chang C. (2003). Pygostyle-like structure from Beipiaosaurus (Theropoda, Therizinosauroidea) from the Lower Cretaceous Yixian Formation of Liaoning, China. Acta Geologica Sinica 77 (3): 294-298 .
  • Xu, X., Zheng, X.-t., You, H.-l. (2009). A new feather type in a nonavian theropod and the early evolution of feathers. Proceedings of the National Academy of Sciences (Philadelphia) 106 (3): 832-834 . DOI:10.1073/pnas.0810055106.