Beit Jala (Arabisch: بيت جال ) is een Palestijnse plaats op de Westelijke Jordaanoever. Het valt onder de administratieve controle van het Bethlehem gouvernement. De meerderheid van de bevolking is christen, daarnaast is er een moslimminderheid.
Beit Jala is bekend door het klooster van Cremisan van de orde van de salesianen. Het klooster is een belangrijke, moderne wijnproducent met grote eigen kelders. De wijnproductie is hier al begonnen in de 19e eeuw. Verder is Beit Jala bekend vanwege varkenshouderijen, de productie van olijfolie, abrikozen en bouwsteen. Er wordt tabak verbouwd, er is textielnijverheid en een farmaceutische onderneming die werkt voor de locale markt. De Westoeverbarriere die hier door de 'bezette' Palestijnse gebieden heen loopt splitst de bezittingen van het klooster in twee delen. In 2007 werd al eens 2000 dunum land (= 20 hectare) van het klooster geconfisqueerd voor de bouw van de barriere. In 2011 verloor het klooster nog eens 3,7 hectare. Er zijn volgens een BBC verslaggever 57 christelijke families die door het bouwen van de Muur hier ook hun bezittingen zijn kwijt geraakt. [2] Voor de bouwen van de muur was het gebied rond Beit Jala voor de bewoners van Bethlehem een plek om te recreëren.
| Bronnen, noten en/of referenties
|