Beklag Gods

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Beklag Gods of Improperia (kerkelijk Latijn, meervoud van improperium = verwijt) is een gezang tijdens de kruisverering in de Latijnse liturgie van Goede Vrijdag. Het wordt door het koor gezongen, terwijl de gelovigen het kruis vereren. Na de Improperia wordt het Crux fidelis gezongen.

Inhoud van de Improperia[bewerken]

Het Beklag Gods heeft de vorm van een vraag- en antwoordgezang (responsoriaal gezang). De figuur van Jezus beklaagt zich over het feit dat zijn volk ("popule meus") ondankbaar zou geweest zijn, terwijl hij het onder andere uit Egypte zou hebben geleid en het gevoed zou hebben met manna gedurende de 40-jarige tocht door de woestijn. Het koor antwoordt met een bede tot God.

De Improperia (Reproaches in het Engels) bestaan uit drie delen. Het eerste deel bestaat uit drie verwijten, namelijk, Popule meus, Ego eduxi en Quid ultra, en een deel gebaseerd op het trisagion (fortis Sanctus Deus, Santus, immortalis Sanctus) dat na elk van de verwijten in het Latijn en het Grieks wordt herhaald. Het tweede deel bevat negen verwijten. Het derde deel hoort niet strikt tot de Improperia. Het bestaat uit de antifoon Crucem tuam adoramus, het eerste vers van Psalm 67 (Deus misereatur nostri), het gedicht Crux fidelis van Venantius Fortunatus en de hymne Pange lingua gloriosi lauream.

Vooral het refrein (Trisiagon, driemaal heilig) in het Grieks en het Latijn is opvallend. Het Trisagion is met het Kyrie een van de weinige overgebleven Griekse teksten in de Latijnse liturgie.

Zowel het zich beklagen van God over zijn volk, als de vraag en antwoordvorm ervan, ademen een Judaïsche traditie.

Geschiedenis[bewerken]

Sommigen denken dat Het Beklag Gods waarschijnlijk is ontstaan ten tijde van Ignatius (2e eeuw), Johannes Chrysostomos (4e eeuw) en Augustinus. In die tijd heerste er een klimaat van anti-judaïsme, waarin het joodse volk werd verguisd, vanwege de vermeende moord op Christus. Anderen denken dat de Improperia zijn ontstaan in de 9e eeuw.

In 1560 componeerde Giovanni Palestrina de eerste versie in polyfone muziek. Paus Pius IV gaf vervolgens opdracht om het uit te voeren in de Sixtijnse Kapel, waar men het nog elk jaar op Goede Vrijdag kan horen.

Muziek[bewerken]

De eerste versies van de Improperia waren eenstemmig in het Gregoriaans. Later zijn de Improperia verschillende malen meerstemmig op muziek gezet:

Kritiek[bewerken]

Het Beklag Gods wordt door groeperingen zoals het Overlegorgaan tussen Joden en Christenen (OJEC) in Nederland geïnterpreteerd als een uiting die opgeroepen heeft tot antisemitisme. In het Beklag Gods komt het joodse volk immers uitsluitend in negatieve gedaante voor. Het is volgens deze groeperingen dan ook vaak aanleiding geweest voor pogroms. In 1999 maakte het OJEC bezwaar tegen het opnemen van het Beklag Gods in het Dienstboek van de protestantse Samen-op-Weg-kerken.

Eerder werd rond 1976 de tekst opgenomen in The Draft Proposed Book of Common Prayer, maar dit werd afgewezen door de General Convention van de Episcopal Church, vanwege de mogelijkheid om er een antisemitische interpretatie aan te geven. In 1979 werd een herziene versie van de Improperia opgenomen in From Ashes to Fire van de Methodisten. In deze versie werden de mogelijke verkeerde interpretaties vermeden. Deze versie werd vervolgens in 1985 opgenomen in The Book of Alternative Services van de Anglicaanse kerk van Canada. In deze versie verwijt Christus de mensheid dat zij het gekozen Israël tot zondebok hebben gemaakt voor hun eigen schuld. Volgens de Bijbelse verhalen van de kruisiging maakt Christus vanaf het kruis in geen enkel geval de mensheid of het Joodse volk verwijten.

Ook verschillende andere organisaties hebben alternatieven voor de Improperia voorgesteld.

In 1959 was de voorbede Pro perfideis Judaeis al uit de rooms-katholieke liturgie verwijderd. De Improperia bleven toen echter behouden.

De meeste theologen en christenen, zoals Hans Uytenbogaardt, zien echter in het Beklag Gods een uiting van het feit dat allen geconfronteerd worden met zowel de schuld die zij dragen aan het oprichten van het kruis als het heil dat dit kruis hun brengt. De kruismeditatie is volgens die visie "een akte van schuldbelijdenis, toewijding en van hoop".

Tekst[bewerken]

Latijn

Popule meus, quid feci tibi ?
aut in quo contristavi te ?
responde mihi. Quia eduxi te de terra Ægypti :
parasti Crucem :Salvatori tuo.
Agios o Theos.
Sanctus Deus.
Agios ischyros.
Sanctus fortis.
Agios athanatos, eleïson imas.
Sanctus immortalis, miserere nobis.
Quia eduxi te per desertum quadraginta annis :
et manna cibavi te,
et introduxi te in terram satis bonam :
parasti Crucem :Salvatori tuo.
Agios o Theos.
Sanctus Deus.
Agios ischyros.
Sanctus fortis.
Agios athanatos, eleïson imas.
Sanctus immortalis, miserere nobis.
Quid ultra debui facere tibi, et non feci ?
Ego quidem plantavi te vineam meam speciosissimam :
et tu facta es mihi nimis amara :
aceto namque sitim meam potasti,
et lancea perforasti latus Salvatori tuo.
Agios o Theos.
Sanctus Deus.
Agios ischyros.
Sanctus fortis.
Agios athanatos, eleïson imas.
Sanctus immortalis, miserere nobis.
Ego propter te flagellavi
Ægyptum cum primogenitis suis ;
et tu me flagellatum tradidisti.
Popule meus, quid feci tibi ?
aut in quo contristavi te ?
responde mihi.
Ego eduxi te de Ægypto,
demerso Pharaone in Mare Rubrum,
et tu me tradidisti principibus sacerdotum.
Popule meus, quid feci tibi ?
aut in quo contristavi te ?
responde mihi.
Ego ante te aperui mare ;
et tu aperuisti lancea latus meum.
Popule meus, quid feci tibi ?
aut in quo contristavi te ?
responde mihi.
Ego ante te præivi in columna nubis ;
et tu me duxisti ad prætorium Pilati.
Popule meus, quid feci tibi ?
aut in quo contristavi te ?
responde mihi.
Ego te pavi manna per desertum ;
et tu me cæcidisti alapis et flagellis.
Popule meus, quid feci tibi ?
aut in quo contristavi te ?
responde mihi.
Ego te potavi aqua salutis de petra ;
et tu me potasti felle et aceto.
Popule meus, quid feci tibi ?
aut in quo contristavi te ?
responde mihi.
Ego propter te Chananæorum reges percussi;
et tu percussisti arundine caput meum.
Popule meus, quid feci tibi ?
aut in quo contristavi te ?
responde mihi.
Ego dedi tibi sceptrum regale ;
et tu dedisti capiti meo spineam coronam.
Popule meus, quid feci tibi ?
aut in quo contristavi te ?
responde mihi.
Ego te exaltavi magna virtute ;
et tu me suspendisti in patibulo Crucis.
Popule meus, quid feci tibi ?
aut in quo contristavi te ?
responde mihi.
Crucem tuam adoramus, Domine :
et sanctum resurrectionem tuam laudamus, et glorificamus :
ecce enim propter lignum venit gaudium in universo mundo.
Psalmus. Deus misereatur nostri, et benedicat nobis.
Illuminet vultum suum super nos,
et misereatur nostri.
Crucem tuam adoramus, Domine :
et sanctam resurrectionem tuam laudamus, et glorificamus :
ecce enim propter lignum venit gaudium in universo mundo.
Crux fidelis, inter omnes arbor una nobilis :
nulla silva talem profert, fronde, flore, germine.
Dulce lignum, dulces clavos, dulce pondus sustinet.
Pange lingua gloriosi lauream certaminis,
et super Crucis trophæo, dic triumphum nobilem :
qualiter Redemptor orbis immolatus vicerit.
Crux fidelis, inter omnes arbor una nobilis :
nulla silva talem profert, fronde, flore, germine.
De parentis protoplasti fraude factor condolens,
quando pomi noxialis in necem morsu ruit :
ipse lignum tunc notavit,
damna ligni ut solveret.
Dulce lignum, dulces clavos, dulce pondus sustinet.
Hoc opus nostræ salutis ordo depoposcerat,
multiformis proditoris ars ut artem falleret,
et medelam ferret inde, hostis unde læserat.
Crux fidelis, inter omnes arbor una nobilis :
nulla silva talem profert, fronde, flore, germine.
Quando venit ergo sacri plenitudo temporis,
missus est ab arce Patris, Natus, orbis Conditor :
atque ventre virginali carne amictus prodiit.
Dulce lignum, dulces clavos,
dulce pondus sustinet.
Vagit infans inter arcta conditus præsepia :
membra pannis involuta Virgo Mater alligat :
et Dei manus, pedesque stricta cingit fascia.
Crux fidelis, inter omnes arbor una nobilis :
nulla silva talem profert, fronde, flore, germine.
Lustra sex qui jam peregit, tempus implens corporis,
sponte libera Redemptor passioni deditus,
Agnus in Crucis levatur immolandus stipite.
Dulce lignum, dulces clavos, dulce pondus sustinet.
Felle potus ecce languet :
spina, clavi, lancea mite corpus perforarunt,
unda manat, et cruor :
terra, pontus, astra, mundus, quo lavantur flumine !
Crux fidelis, inter omnes arbor una nobilis :
nulla silva talem profert, fronde, flore, germine.
Flecte ramos arbor alta, tensa laxa viscera,
et rigor languescat ille, quem dedit nativitas :
et superni membra Regis tende miti stipite.
Dulce lignum, dulces clavos,
dulce pondus sustinet.
Sola digna tu fuisti ferre mundi victimam,
atque portum præparare arca mundo naufrago :
quam sacer cruor perunxit, fusus Agni corpore.
Crux fidelis, inter omnes arbor una nobilis :
nulla silva talem profert, fronde, flore, germine.
Sempiterna sit beatæ Trinitati gloria,
æqua Patri, Filioque, par decus Paraclito :
Unius, Trinique nomen laudet universitas. Amen.
Dulce lignum, dulces clavos, dulce pondus sustinet.

Nederlands N.B. deze vertaling is niet geheel in
overeenstemming met de Latijnse versie

Mijn volk, wat heb Ik u gedaan?
of waarmee heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij.
Omdat Ik u uit het land van Egypte heb gevoerd:
hebt gij voor uw Verlosser een Kruis bereid
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan?
of waarmee heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij.
Heilige God
Heilige Sterke
Heilige Onsterfelijke
ontferm U over ons.
Omdat Ik u gedurende veertig jaren
door de woestijn heb geleid, met manna
gespijzigd, en een heerlijk land binnengeleid:
hebt gij voor uw Verlosser een Kruis bereid
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan?
of waarmee heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij.
Heilige God
Heilige Sterke
Heilige Onsterfelijke
ontferm U over ons.
Wat meer had Ik voor u moeten doen dat Ik niet gedaan heb
Ik immers heb u geplant als mijn allerschoonste wijngaard:
en gij zijt Mij zeer bitter geworden:
want met azijn hebt gij mijn dorst gelest en
met een lans hebt gij de zijde van uw Verlosser doorboord.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan?
of waarmee heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij.
Heilige God
Heilige Sterke
Heilige Onsterfelijke
ontferm U over ons.
Ik heb om u Egypte en zijn eerstgeborenen gegeseld:
en gij hebt Mij gegeseld en overgeleverd.
hebt gij voor uw Verlosser een Kruis bereid
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan?
of waarmee heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij.
Ik heb u uit Egypte gevoerd
en Pharao in de Rode Zee verdronken:
en gij hebt Mij overgeleverd aan de hogepriesters.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan?
of waarmee heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij.
Ik heb voor u de zee geopend:
en gij hebt met een lans mijn zijde geopend.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan?
of waarmee heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij.
Ik ben voor u uitgegaan in de wolkkolom:
en gij hebt Mij naar het rechthuis van Pilatus gevoerd.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan?
of waarmee heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij.
Ik heb u in de woestijn met manna gespijzigd:
en gij hebt Mij met vuist en gesel geslagen.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan?
of waarmee heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij.
Ik heb u gelaafd met heilzaam water uit de rots:
en gij hebt Mij gelaafd met gal en azijn.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan?
of waarmee heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij.
Ik heb om u de koningen der Kanaänieten geslagen:
en gij hebt Mij met een rietstok op het hoofd geslagen.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan?
of waarmee heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij.
Ik heb u een koninklijke scepter gegeven:
en gij hebt mijn hoofd met doornen gekroond.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan?
of waarmee heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij.
Ik heb u verheven met grote kracht:
en gij hebt Mij gehangen aan het Kruishout.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan?
of waarmee heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij.

Bronnen[bewerken]

Algemene informatie[bewerken]

Betreft antisemitisme[bewerken]

Externe links[bewerken]