Beleg en val van Constantinopel (1204)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Beleg en val van Constantinopel (1204)
Onderdeel van de Vierde Kruistocht
(Prise De Constantinople in 1204, door Palma Le Jeune)
(Prise De Constantinople in 1204, door Palma Le Jeune)
Datum 1204
Locatie Constantinopel, Byzantijnse Rijk
Resultaat Beslissende Kruisvaarder overwinning
oprichting van het Latijnse Keizerrijk
Strijdende partijen
Flag of Palaeologus Emperor.svg Byzantijnse Rijk Kruisvaarders
Commandanten
Flag of Palaeologus Emperor.svg Alexios V Blason Nord-Pas-De-Calais.svg Boudewijn I,
Flag of Most Serene Republic of Venice.svg Enrico Dandolo,
Armoiries Montferrat.png Bonifatius I van Monferrato

Nadat ze tijdens de Vierde Kruistocht eerder al Zara ingenomen hadden, mengden de kruisvaarders zich in de Byzantijnse opvolgingskwestie. Met hulp van de kruisvaarders die al in 1203 een beleg sloegen om de stad werd Alexios III door zijn eigen onderdanen gedwongen om af te treden zodat Alexios IV keizer kon worden. Alexios IV kon echter zijn beloftes aan de kruisvaarders, die verantwoordelijk waren voor het uitbreken van een grote brand, niet waarmaken. In zijn pogingen om eraan te voldoen, joeg hij de bevolking tegen zich in het harnas en uiteindelijk vermoordde een hoveling Alexios IV en besteeg de troon als Alexios V. De kruisvaarders eisten dat Alexios V de beloftes van zijn voorganger inwilligde, maar deze weigerde. De kruisvaarders vielen hierop de stad aan. Er volgden enkele dagen van hevige gevechten, vooral met de Varjagen, Alexios V nam de vlucht en Constantijn XI Laskaris werd tot keizer uitgeroepen maar diezelfde nacht namen de kruisvaarders Constantinopel in.

De inname[bewerken]

Op 12 april 1204 was het weer eindelijk gunstig voor de kruisvaarders. Een sterke noorderwind maakte het de Venetiaanse schepen mogelijk dicht bij de muren te komen. Na korte strijd slaagden ongeveer 70 man van de kruisvaarders in de stad door te dringen. Een aantal van hen slaagde erin gaten in de muur te slaan waardoor meer van hen de stad in konden kruipen en de Venetianen slaagden er ook ondanks verbitterde tegenstand van de Varjagen in over de muren te klimmen. De kruisvaarders namen daarna de Blachernae in in het noordwesten van de stad en van daaruit vielen zij de rest van stad aan. Zij trachtten daarbij zich opnieuw te verdedigen met een vuurwal maar daarbij legden ze een nog groter deel van de stad in de as. Deze tweede brand maakte 15.000 mensen dakloos.

Gedurende drie dagen onderwierpen zij de stad aan verschrikkelijke plunderingen. De verliezen aan overblijfselen uit de Byzantijnse en Romeinse tijd, of nog daarvoor zijn moeilijk te becijferen. De grootse Bibliotheek van Constantinopel werd verwoest. Ook de heiligdommen van de stad moesten het ontgelden ondanks alle gezworen eden en dreigende excommunicatie van de Paus die gepoogd had de inname te voorkomen. Zijn schrijven werd echter onderschept door leden van de clerus die andere plannen hadden. De totale buit wordt geschat op de fabelachtige som van 900.000 silvermarken. 150.000 daarvan werd gebruikt om de schulden aan de Venetianen af te betalen. De kruisvaarders kregen maar 50.000, hoewel nog 100.000 gelijkelijk tussen Venetianen en kruisvaarders verdeeld werd. Waar de overige 500.000 bleef is niet helemaal duidelijk, waarschijnlijk werd het verdonkeremaand door individuele kruisvaarders.

Het vervolg[bewerken]

De kruisvaarders stichtten vervolgens het Latijnse Keizerrijk, maar kregen nooit het gehele Byzantijnse Rijk in hun macht. De gevluchte Byzantijnse adel stichtte een regering in ballingschap in Nicea onder de broer van Constantijn XI. Er waren echter anderen die de Byzantijnse erfenis opeisten. Enige tijd voor de val van de stad had een telg uit het Komnenen-geslacht dat eerder de keizerskroon gedragen had met Georgische hulp Trebizonde ingenomen en ook in Epirus ontstond een opvolgerstaat.