Beleg van Antwerpen (1584-1585)
| Beleg van Antwerpen | ||||
| Onderdeel van de Tachtigjarige Oorlog | ||||
| Datum | 3 juli 1584[1] - 17 augustus[2] 1585 | |||
| Locatie | Antwerpen, Nederlanden (het huidige België) | |||
| Resultaat | Spaanse overwinning | |||
| Strijdende partijen | ||||
|
|
||||
| Commandanten | ||||
|
||||
| Troepensterkte | ||||
|
||||
| Verliezen | ||||
|
||||
Het beleg van Antwerpen tijdens de Tachtigjarige Oorlog begon op 3 juli 1584[1], duurde veertien maanden en eindigde met de val van Antwerpen op 17 augustus[2] 1585. De stad Antwerpen werd tijdens het beleg geleid door Filips van Marnix van Sint-Aldegonde in haar strijd tegen het Spaanse leger onder leiding van Alexander Farnese.
[bewerken] Aanloop
In 1576 sloot Antwerpen zich aan bij de Pacificatie van Gent. Het jaar daarop kwam er een sterk calvinistisch bewind in de stad aan de macht die zich zelf de Antwerpse Republiek noemde, deze stond onder leiding van buitenburgemeester Marnix van Sint-Aldegonde. In die periode van radicalisering was het katholicisme zelfs officieel verboden. Op 29 juli 1579[3] ging de stad ook deel uitmaken van de Unie van Utrecht. De grootste Nederlandse stad, met in die tijd meer dan 100.000 inwoners, werd daardoor de hoofdstad van de Nederlandse opstand. In 1583 verbleef Willem van Oranje tijdelijk in Antwerpen met zijn hofhouding.
In 1582 was Alexander Farnese zijn moeder Margaretha van Parma opgevolgd als landvoogd van de Nederlanden. Farnese was een uitstekend strateeg en had een plan bedacht om de Vlaamse en Brabantse steden af te sluiten van hun exportgebied. Dit wilde hij bereiken door de kustgebieden en de Scheldemonding te veroveren. Hij had in de jaren 1583-1584 al de meeste Vlaamse steden opnieuw in handen gekregen en ook de Brabantse steden Brussel en Mechelen waren opnieuw in Spaanse handen. Op 3 juli 1584[1] begon de omsingeling van Antwerpen.
[bewerken] Beleg
De Spanjaarden legden een 730 meter lange brug van schepen over de Schelde. Na de voltooiing van die barricade in februari 1585 kon de uithongering van de stad beginnen. De pogingen vanuit de stad zelf (met buskruit geladen zogenaamde mijnen) en vanuit Zeeland om de schipbrug op de rivier te doorbreken mislukten. Op 28 mei voer het monsterschip Finis Bellis of Fin de la guerre (Latijn en Frans voor 'einde van de oorlog'; de Spanjaarden gaven het de naam "Carantamaula") tegen de dijk te pletter in plaats van de schipbrug te vermorzelen.[4]
Nu eisten vooral de katholieken onderhandelingen met Parma. Die werden door Marnix gevoerd in het Spaanse hoofdkwartier in Beveren en op 17 augustus[2] tekende hij de overgave van de stad. De Peis (vrede) werd uitgeroepen op de Grote Markt. De burgemeester had bekomen dat tegenstanders van de Koning de kans kregen de stad te verlaten. Veel protestantse kooplieden en intellectuelen maakten daar gebruik van en vertrokken naar het Noorden. Na 10 dagen wachten, op 27 augustus, trok Farnese de stad binnen. Dat gebeurde heel wat ordelijker dan bij de Spaanse Furie van negen jaar tevoren.
De val van Antwerpen zou zijn bespoedigd of in de hand gewerkt door een beslissing van de gemeenteraad op een maximumprijs voor het graan. Tot voor deze beslissing werd graan gemakkelijk binnen de stad gesmokkeld. Er diende een risicopremie te worden betaald. Door het verbieden van deze risicopremie werden onvoldoende smokkelaars bereid gevonden graan te smokkelen in de stad. Zodoende brak er hongersnood uit, waardoor de weerstand van de bevolking toenam.
[bewerken] Nasleep
Sommigen[bron?] beweren dat de Noordelijken te lang gewacht hebben om versterking te sturen, onder andere de Engelse steun die pas in december 1585 in Vlissingen arriveerde. De vloot die op de Schelde klaar lag om Antwerpen te bevrijden, bleef liggen om de nu in Spaans bezit zijnde stad af te sluiten van de overzeese handel. De protestantse inwoners kregen vier jaar de tijd om terug te keren tot de katholieke kerk of anders te vertrekken met medeneming van have en goed. Uiteindelijk bleven slechts 40.000 inwoners in de stad achter en daarmee was de gouden eeuw van Antwerpen als haven- en handelsstad ten einde. Na de val van Antwerpen werden nog verscheidene pogingen ondernomen om de stad te heroveren en het Zuiden opnieuw bij de opstand te betrekken : in 1605, 1620, 1624, 1638 (Slag bij Kallo) en 1646 (zie Beleg van Antwerpen (1646)). Echter waren deze alle onsuccesvol en bleef Antwerpen tot de (katholieke) Zuidelijke Nederlanden behoren. Onder Spaans bestuur kende de stad een zekere herleving met bijvoorbeeld de schilderkunst van Rubens, Jordaens en Teniers.
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Gevechten om Antwerpen |
|---|
|
1567: Slag bij Oosterweel · 1576: Spaanse Furie · 1583: Franse Furie · 1584-5: Beleg door Farnese (Parma) · 1605: Maurits I · 1620: Maurits II · 1623: Maurits III · 1624: Maurits IV · 1638: Slag bij Kallo · 1646: Beleg door Frederik Hendrik · 1832: Beleg door Gérard |