Beleg van Antwerpen (1584-1585)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Beleg van Antwerpen
Onderdeel van de Tachtigjarige Oorlog
Parma's brug(collectie: Rijksmuseum Amsterdam)
Parma's brug
(collectie: Rijksmuseum Amsterdam)
Datum 3 juli 1584[1] - 17 augustus[2] 1585
Locatie Antwerpen, Nederlanden (het huidige België)
Resultaat Spaanse overwinning
Strijdende partijen
Flag of Antwerp (City).svg Antwerpse Republiek
Prinsenvlag.svg Staatse vloot
Flag of Cross of Burgundy.svg Spaanse leger
Commandanten
Filips van Marnix Alexander Farnese
Troepensterkte
80.000 inwoners 7.500 man voetvolk, 12 vendels ruiters[3]
Verliezen
~ 8000 ~ 1800

Het beleg van Antwerpen tijdens de Tachtigjarige Oorlog begon op 3 juli 1584[1], duurde veertien maanden en eindigde met wat in het noorden de val van Antwerpen wordt genoemd op 17 augustus[2] 1585. De stad Antwerpen werd tijdens het beleg geleid door Filips van Marnix van Sint-Aldegonde in de strijd tegen het reguliere leger onder leiding van Alexander Farnese, hertog van Parma.

Aanloop[bewerken]

In 1576 sloot Antwerpen zich aan bij de Pacificatie van Gent. Het jaar daarop kwam er een sterk calvinistisch bewind in de stad aan de macht dat zich zelf de Antwerpse Republiek noemde, deze stond onder leiding van buitenburgemeester Filips van Marnix van Sint-Aldegonde. In die periode van radicalisering was het katholicisme zelfs officieel verboden. Op 29 juli 1579[4] ging de stad ook deel uitmaken van de Unie van Utrecht. De grootste Nederlandse stad, met in die tijd meer dan 100.000 inwoners, werd daardoor de hoofdstad van de Nederlandse opstand. In 1583 verbleef Willem van Oranje tijdelijk in Antwerpen met zijn hofhouding.

In 1582 was de hertog van Parma, Alexander Farnese, landvoogd van de Nederlanden geworden als opvolger van Juan van Oostenrijk. De moeder van Farnese, Margaretha van Parma, was ook al landvoogdes geweest, van 1559-1567. Farnese was een uitstekend strateeg en had een plan bedacht om de Vlaamse en Brabantse steden af te sluiten van hun exportgebied. Dit wilde hij bereiken door de kustgebieden en de Scheldemonding te veroveren. Hij had in de jaren 1583-1584 al de meeste Vlaamse steden opnieuw in handen gekregen. Op 3 juli 1584[1] begon de omsingeling van Antwerpen.

Begin zomer had Willem van Oranje van zijn spionnen voorkennis gekregen van een ophanden zijnde beleg van Antwerpen. Het was belangrijk voor hem dat Antwerpen voor de staatsen behouden zou blijven. Hij nodigde Aldegonde en griffier Martine uit om zogenaamd de doop van zijn jongste zoon bij te wonen. Tijdens de ontmoeting verzekerde hij de Antwerpenaren dat hij binnen twee maanden de stad zou komen ontzetten mocht zij belegerd worden. Willem van Oranje gaf tevens opdracht om de Blauwgaren- en Kouwensteinsedijk door te steken, zodat de staatse vloot via de overstroomde gebieden Antwerpen kon bereiken, Parma daardoor verhinderd zou zijn schansen aan te leggen, het leger van Vlaanderen buitendijks te houden. In Antwerpen bestond grote weerstand tegen de plannen, met name het Vleeshouwersgilde, die weiden verloren zag gaan waarop jaarlijks twaalfduizend ossen vetgemest worden. Daarbij werd zelfs gedreigd met geweld. Intussen waren werkzaamheden aangevangen aan de verdedigingswerken. Er werden verscheidene schansen opgeworpen langs de Schelde. Zoals de St. Antheunisschans, op het Vlaamse Hoofd, Van Burcht, Melkhuis, Tolhuis, twee onder de stad, de Austruweelse- en de Boerenschans. Hendrik T'Serraets stelde voor aan de samenloop van de Kouwensteinse- en Scheldedijk, waar hij zijn kasteel had, het beste punt was om de polders onder water te zetten. De vleeshouwers waren daar fel op tegen dat T'Serraets de stad moest verlaten en zijn heil bij Parma moest zoeken. Parma stelde hem voor zijn bewezen diensten na de overgave van de stad het Markgraafsambt in het vooruitzicht. Op 22 juni kondigde de Prins van Oranje een edict af, waarin op vooruitzicht van zware straffen werd gesteld om diegenen die met de koning of koningsgezinden gemeenschap hebben.[5]

Beleg[bewerken]

Parma zet de eerste schop in de grond, op de achtergrond de nog niet voltooide schipbrug, Filips van Marnix pleegt met schepen een aanval op de werkzaamheden

Als eerst werd de route tussen Antwerpen en Dendermonde afgesloten, opdracht hiertoe kreeg Antonio Olivera die ter hoogte van een brug een nieuw fort moest bouwen, zodat de handel tussen Gent, Dendermonde en Antwerpen afgesneden zou zijn. Een afdeling werd naar Willebroeck gezonden, om daar een schans aan de Schelde in te nemen zodat Parma de Brusselse vaart kon beheersen. Beveren werd versterkt, het dorp Kallo werd ontruimd en bezet.[3]

Insluiting[bewerken]

Parma had intussen bedacht wat de beste manier zou zijn om op Antwerpen te bemachtigen: de toevoer afsnijden en haar uithongeren. Op 3 juli werd begonnen met het afsluiten van Antwerpen. Vijfduizend man onder de markies van Rijsburg tegen Liefkenshoek, zevenduizend man onder leiding van Mansfeld en Mondragon tegen de vesting. (Volgens Strada waren het vierduizend en vijfhonderd man voetvolk en acht vendels ruiters, die werden toegevoegd aan Mondragon, bij Rubaes drieduizend man voetvolk en vier vendels ruiters.)[3] Mansfeld en Mondragon trokken bij Cruibeke de Schelde over, hoewel het Zeeuwse admiraalsschip dit tevergeefs probeerde te verhinderen. De doelstelling van de spitsing van het leger was om de schansen Lillo en Liefkenshoek te bemachtigen. Liefkenshoek was nog niet veroverd, de eerste bestorming werd door de verdedigers afgeslagen, bij de tweede poging moest een krijgslist worden ingezet. Op 10 juli werden enkele hooiwagens onder de wallen gebracht en in brand gestoken. Door de rook waren de verdedigers niet in staat om zich op de wallen te bevinden, zodat de schans kon worden ingenomen, iedereen binnen de wallen werd doodgeslagen. Op dezelfde dag werd Willem van Oranje doodgeschoten. Omdat zijn oudste zoon in Spaanse handen was werd prins Maurits benoemd als zijn opvolger. De volgende dag was ook Doel bezet, 15 juli Zwijndrecht, op 17 juli Herenthals. Mondragon was intussen naar Lillo opgerukt. Binnen deze schans lag een Frans vendel met een honderdtal Antwerpse gildebroeders. Later versterkt met vier Schotse vendels onder Henry Balfour. De koningsgezinden hadden een bres geschoten en stonden op punt om de schans te bestormen toen binnen de schans voortijdig een mijn tot ontploffing werd gebracht met veel doden tot gevolg. De koningsgezinden haalden uit deze omstandigheid niet veel voordeel, desondanks werd de schans zo fel verdedigd dat het Mondragon nog drie weken tijd kostte voordat de schans ingenomen was.[5]

Doorsteken van dijken, komst Frederico Gianibelli[bewerken]

Fin de la guerre, het ramschip

De vleeshouwers gingen overstag en gaven hun toestemming om eindelijk de polders blank te zetten, echter Mondragon had de wegen rondom de dijken al bezet. Op 26 juli vertrokken veel burgers naar Zeeland. Op 10 augustus werd Oorderen, kort daarna werd de Boerenschans ingenomen. Op 17 augustus viel ook Dendermonde. Op 19 augustus twee blokhuizen rondom Willebroeck, op 20 augustus het kasteel Grimbergen. Sinds april hadden Ieper, Brugge en andere Vlaamse steden zich al overgegeven. Op 4 september Vilvorde, 17 september Gent. Antwerpen raakte steeds meer afgesloten, dagelijks verlieten tientallen gezinnen Antwerpen om hun geluk elders te vinden, ondanks het edict dat op 17 juli van kracht was. Het was vanaf die dag verboden om zonder toestemming de stad te verlaten, er waren zware straffen ingesteld voor burgers die betrapt werden zoals onteigening van al hun goederen en hoge geldboetes. Intussen had Parma het grof geschut in Beveren bij elkaar verzameld. Te Antwerpen kwam Frederico Gianibelli, een Italiaanse uitvinder, naar de stad om zijn hulp te bieden. Hij bedacht allerlei uitvindingen zoals branders, een drijvend kasteel, maar ook onbemande vaartuigen die weerbaar moesten zijn onderweg als vijanden het wilden belagen. Door middel van kruitvaatjes die rondom het schip hingen en onderweg om het half uur een vaatje ontplofte zodat niemand het zou durven naderen. Hij bedacht de invoering van een honderdste penning, met de opbrengst daarvan, zesendertig tonnen goud zou dan in Holland levensmiddelen gekocht kunnen worden ten bate van iedereen. Binnen Antwerpen koos men echter liever voor de optie dat iedere inwoner voor zichzelf twee jaar aan voorraden in huis moest hebben. De rijken kochten echter te schaars in, uit vrees dat men het in tijden van nood, de voorraden weer bij hun zou komen weghalen.[5]

Parma's brug[bewerken]

Aanslag op Parma's brug

In oktober vestigde Parma zijn hoofdkwartier te Beveren, de insluiting van Antwerpen was bijna voltooid met het innemen van alle omliggende steden en dorpen. Behalve het water. Binnen Antwerpen dacht men niet aan die optie. Het zou zelfs onmogelijk zijn. Honderd timmerlieden, zeshonderd sappeurs, moesten tweeëntwintig in beslag genomen pleitten uit Dendermonde verbouwen tot een brug. De brug zou tussen twee forten komen, genaamd Philips- en Mariaschans. Een derde schans onder Lillo dekte de Kouwensteinsedijk. Op 10 oktober werd tevergeefs door Aldegonde persoonlijk geprobeerd dit te verhinderen, het kostte kapitein Peter de Bakker het leven. Enkele voorname burgers in Antwerpen wilden in onderhandeling gaan met Parma. Deze werden als verraders opgesloten. Ze werden berecht en moesten, als voorbeeld voor anderen, hoge geldboetes betalen. Farnese had van zijn spionnen vernomen over de sfeer binnen de stad, en achtte de tijd rijp om de stad op te eisen. Op 13 november zond hij een beleefde brief aan de wethouder. Er werd beleefd geantwoord dat men de vijandelijkheden zou gaan staken als Parma dat ook zou doen, en vrijheid van geweten zou toezeggen. Parma had nog een brief gestuurd op 10 december, maar kreeg geen antwoord.[5] De Spanjaarden legden een 730 meter lange brug van schepen over de Schelde. Na de voltooiing van die barricade in februari 1585 kon de uithongering van de stad beginnen. De pogingen vanuit de stad zelf (met buskruit geladen zogenaamde mijnen) en vanuit Zeeland om de schipbrug op de rivier te doorbreken mislukten. Op 28 mei voer het monsterschip Finis Bellis of Fin de la guerre (Latijn en Frans voor 'einde van de oorlog'; de Spanjaarden gaven het de naam "Carantamaula") tegen de dijk te pletter in plaats van de schipbrug te vermorzelen,[6] hoewel andere bronnen melding maken dat het schip vastliep aan de grond.[7][8] Nadien ondernamen staatsen samen met de Antwerpenaren nog enkele tevergeefse aanvallen op de Kouwensteinsedijk in een laatste poging tot ontzet. Er werden veel uitvindingen van Frederico Gianibelli ingezet, onder andere een drijvende superbom waarmee Parma's brug zou worden bestookt.

Aanslag op Parma's brug[bewerken]

Parma kwam bijna bij de aanslag op zijn pontonbrug, Famiano Strada: Histoire de la guerre des Païs-Bas, 1727

De stad was intussen door een grote schipbrug (Parma's brug) geblokkeerd voor de scheepvaart. In de maand april hadden de Antwerpenaren nog een poging ondernomen die brug op te blazen, waarvoor de schepen "Fortuin" en "Hoop" waren uitgerust.[9] Dertienhonderd mensen (vriend en vijand) kwamen bij de enorme explosies om het leven. Alhoewel een explosie de nabijgelegen schans had ondersteboven geworpen, had de brug daar nauwelijks onder geleden, de beperkte schade had Parma binnen drie dagen kunnen laten herstellen.[8] Parma's brug, koningsgezinden keken gebiologeerd naar de schitterende lichtjes, de brug stroomde vol met toeschouwers die met een mengeling van verwondering, blijdschap en angst toekeken. De Schelde was door de branders prachtig verlicht, het schijnsel van harnassen en vaandels gaf een mooi effect, toen de soldaten zagen dat de branders een voor een doofden verdween de vrees, ze verbaasden zich over de onderneming, sommige beschimpten zelfs de staatsen, er werden soldatengrapjes gemaakt over de mislukte onderneming. Strada schrijft: "Aangezien dat er bij heugenis van alle eeuwen niets verschrikkelijkers gehoord is" en vervolgt: "Het dodelijke schip barste met zo'n afgrijselijke knal dat het leek alsof de hemel naar beneden kwam vallen, het onderste werd gemengd met het bovenste. Zelfs de aardbol leek de sidderen. Na het bliksemen en donderen viel er een stortregen van kogels, er volgde een zonderlinge neerslag dat niemand zou geloven dat het gebeuren kon, als het niet gebeurt was." hij vervolgt met: "De Schelde wonderbaarlijk opgapende scheen eerst de diepten van haar grond te ontbloten, sloeg daarna over de dijken, de beweging van de springende aarde strekte 9000 stappen uit" Er werden tot op een afstand van tien kilometer nog grote stenen gevonden diep ingeslagen in de grond, welke van de explosie afkomstig waren. Slachtoffers waren "gelijk als licht kaf door de lucht" gevlogen. Een hopman uit de Maria schans overleefde op wonderbaarlijk wijze, hij werd uit zijn schans geblazen, bleef een tijdje in de lucht, viel in de Schelde, wist in het water zichzelf te ontdoen van zijn harnas, en levend en wel naar de oever te zwemmen. Een jonge soldaat die dienst deed bij de lijfwachten van Parma, werd van Vlaanderen naar Brabant geblazen. Hij raakte slechts lichtgewond aan zijn schouder. Hij verklaarde: "Opgetild te zijn, daarna over de stroom vloog en als een kogel die uit een fors kanon geschoten was" Algemeen waren de koningsgezinden het er over eens, dit wapen kon niet door mensen gemaakt zijn maar moest duivelswerk zijn. Het dodelijke vuur kon niet anders dan hellevuur zijn. Een sergeant maakte melding van achthonderd doden, zonder de gewonden mee te rekenen, waarvan velen hun ledematen kwijt raakten.[3] Ondanks de enorme explosie raakte de brug niet zwaar beschadigd. Parma's werklieden wisten de schade in drie dagen tijd te herstellen.

Slag om de Kouwensteinsedijk[bewerken]

Overzicht met daarop de slag om de Kouwensteinsedijk

Intussen was in Vlissingen door Hohenlohe bepaald om het ontzet van Antwerpen ter hand te nemen. Op 24 december zonden de staatsen honderd schepen met graan om de winter mee door te komen. In januari 1585 waren in Antwerpen vier nieuwe kolonels benoemd om de verwarring die binnen de stad bestond te bezweren. Begin februari zond Parma wederom een brief, waarin hij vermaande, dat zij zich moesten overgeven en een belofte de burgers goed te behandelen. Intussen hadden Parma's werklieden zes maanden onophoudelijk aan de schipbrug gewerkt. Al op 25 februari kon het verkeer over de brug passeren. De brug en de omliggende schansen zou een strijdtoneel worden in mei.[5] De laatste hoop op ontzet was nu gericht op de verovering van de Kouwensteinsedijk. Als de staatsen erin zouden slagen om de Kouwensteinsedijk te veroveren zou Parma's brug zelfs nutteloos zijn. Parma's troepen zouden dan verdrinken, of minstens gedwongen zijn om het beleg op te breken.[10] Zowel de aanslag op Parma's brug als de slag op de Kouwensteinsedijk mislukten.

Nuvola single chevron right.svg Zie het artikel Slag op de Kouwensteinsedijk voor meer informatie.

In Antwerpen waren de verliezen een zware domper geweest. Er waren zelfs opstootjes ontstaan toen in Antwerpen het nieuws bekend raakte over de Spaanse herovering en het herstel van de dijk.[11] Naast de katholieken in de stad, waren het nu ook de calvinisten, die met Parma over vredesonderhandelingen in gesprek wilden gaan. De graanvoorraden waren intussen drastisch geslonken, heel wat burgers, met name de rijken verlieten de stad. Er waren zelfs mensen die het verlies op de dijk als de straf van god zagen. In Holland kwamen reacties en hulp slechts traag op gang, ondanks het felle aandringen van Maurits en zijn Raad van State.[12]

Onderhandelingen en overgave[bewerken]

Parma wordt geridderd in de Orde van het Gulden Vlies
(collectie: Rijksmuseum Amsterdam)

Nu eisten vooral de katholieken onderhandelingen met Farnese. Die werden door Marnix gevoerd in het Spaanse hoofdkwartier in Beveren en op 17 augustus[2] tekende hij de overgave van de stad. De Peis (vrede) werd uitgeroepen op de Grote Markt. De burgemeester had bekomen dat tegenstanders van de Koning de kans kregen de stad te verlaten. Veel protestantse kooplieden en intellectuelen maakten daar gebruik van en vertrokken naar het Noorden. Er werden in totaal vierentwintig voorwaarden opgesteld, onder andere: het katholieke geloof moest opnieuw ingesteld worden, kerken herbouwd, verdreven katholieke gezinnen en geestelijken moesten weer ontvangen worden. De koning zou de Antwerpenaren voor hun misdaden tegen het Spaanse Rijk vergeven en de ketters toestaan nog vier jaar in de stad te blijven wonen. Als schadevergoeding voor de onkosten van de belegering werd vierhonderdduizend gulden in rekening gebracht. Krijgsgevangenen (van beide partijen) moesten worden vrij gelaten, mits deze niet van tevoren een losgeld hadden bepaald.

Orde van het Gulden Vlies[bewerken]

Tijdens het stellen van de voorwaarden klonken vanaf Parma's brug en de dijken vreugdeschoten. Parma dacht even dat de Engelsen en Fransen waren gekomen om de staatsen te ontzetten, zijn vermoeide leger zou niet tegen de bijstand van verse troepen opgewassen zijn geweest. Er was een Spaanse vloot genaderd. Parma werd namens de koning in de kapel van de schans Sint-Philips, aan de Brabantse kant van Parma's brug, geridderd in de Orde van het Gulden Vlies, als beloning voor het veroveren van de stad Antwerpen, zodat hij met het sieraad om zijn hals entree kon maken. Na een plechtigheid door de aartsbisschop van Kamerik, Lodewijk van Berlaymont, bood de graaf van Mansfeld het sieraad aan Parma het ereteken uit op 11 augustus.[3]

Parma's intocht[bewerken]

Parma's intocht te Antwerpen
(collectie: Rijksmuseum Amsterdam)

Op 17 augustus werd een overeenkomst tot overgave gesloten, Antwerpen en omgeving werd opengesteld voor de officieren van Parma, zodat deze de stad konden inspecteren om de veiligheid voor Parma's intocht te kunnen garanderen. Parma's officieren werden met vreugde in de stad ontvangen. Parma stelde zijn intocht echter (om onbekende redenen) tien dagen uit. Intussen gingen Antwerpenaren massaal Parma's brug, de haven van Peerle en alle aangelegde Spaanse vestingwerken bezichtigen. De Antwerpenaren prezen de wonderlijkheid van alle werken. Behalve op de Kouwensteinsedijk, daar werd slechts gezucht. De dijk zag er nog steeds vreselijk uit. Doordrenkt van het bloed, rompen van lichamen, verspreide ledematen lagen op de plek waar zo hard werd gevochten in de laatste poging tot ontzet. Stilzwijgend werd het tafereel bezichtigd.

Uitbundiger was Parma's entree op 27 augustus, hij werd feestelijk ontvangen in de stad, waarbij Parma een gouden sleutel ontving. Daarna ging hij naar de kerk voor een eredienst. Parma hield daarna een toespraak en trok toen naar de citadel. De Spanjaarden en Italianen hielden ter ere van Parma een staatsie op Parma's brug. Enkele dagen later ging Parma naar zijn brug om daar in het midden op de brug zijn ontbijt te nuttigen. De brug was versierd met linten en bloemen. Parma gaf na het ontbijt bevel om de brug weer te ontmantelen. Daarmee wordt de volgende dag al begonnen, het hout schenkt Parma aan de werkmeesters Plaet en Baroc.[3]

De val van Antwerpen zou zijn bespoedigd of in de hand gewerkt door een beslissing van de gemeenteraad op een maximumprijs voor het graan. Tot voor deze beslissing werd graan gemakkelijk binnen de stad gesmokkeld. Er diende een risicopremie te worden betaald. Door het verbieden van deze risicopremie werden onvoldoende smokkelaars bereid gevonden graan te smokkelen in de stad. Zodoende brak er hongersnood uit, waardoor de weerstand van de bevolking toenam.

Nasleep[bewerken]

Sommigen[bron?] beweren dat de Noordelijken te lang gewacht hebben om versterking te sturen, onder andere de Engelse steun die pas in december 1585 in Vlissingen arriveerde. De vloot die op de Schelde klaar lag om Antwerpen te bevrijden, bleef liggen om de nu in Spaans bezit zijnde stad af te sluiten van de overzeese handel. De protestantse inwoners kregen vier jaar de tijd om terug te keren tot de katholieke kerk of anders te vertrekken met medeneming van have en goed. Uiteindelijk bleven slechts 40.000 inwoners in de stad achter en daarmee was de gouden eeuw van Antwerpen als haven- en handelsstad ten einde. Na de val van Antwerpen werden nog verscheidene pogingen ondernomen om de stad te heroveren en het Zuiden opnieuw bij de opstand te betrekken : in 1605, 1620, 1624, 1638 (Slag bij Kallo) en 1646 (zie Beleg van Antwerpen (1646)). Echter waren deze alle onsuccesvol en bleef Antwerpen tot de (katholieke) Zuidelijke Nederlanden behoren. Onder Spaans bestuur kende de stad een zekere herleving met bijvoorbeeld de schilderkunst van Rubens, Jordaens en Teniers. Aldegonde was na de overgave van Antwerpen in ongunst geraakt bij zijn noord Nederlandse landgenoten.[13]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Maarten Prak: Gouden eeuw, het raadsel van de Republiek, SUN 2004, blz. 28
  1. a b c Ronald P. de Graaf (2004) Oorlog, mijn arme schapen, 128. Franeker: Uitgeverij Van Wijnen.
  2. a b c De overgave werd getekend op 17 augustus, waarmee het beleg formeel gezien is beëindigd, en Antwerpen 'gevallen' is. De intocht van het machol op 27 augustus is slechts de bezetting van de reeds gevallen stad.
  3. a b c d e f Famiano Strada, Der Nederlandtsche oorloge, Volume 2 P.376 Uitgave: A. van Hoogen-huyse, 1655
  4. Algemene Geschiedenis der Nederlanden. Deel 5: De Tachtigjarige Oorlog 1567-1609. (1952) 139.
  5. a b c d e F. H. Mertens, Geschiedenis van Antwerpen sedert de Stichting der Stad tot onze Tyden uitgegeven door de Rederykkamer de Olyftak bewenkt door F. H. Mertens en K. L. Torfs, Volume 5 P.204- Uitgave: 1849
  6. Het ooggetuigenverslag van de Spaanse officier Alonso Vazques in: Geert Mak (1991) Geschiedenis van Nederland in meer dan honderd ooggetuigenverslagen. Amsterdam: Prometheus.
  7. Lodewijk Torfs, Nieuwe geschiedenis van Antwerpen, of schets van de beginsels en gebeurtenissen dezer stad: alsmede van de opkomste harer instellingen en gestichten P.247 Uitgave: Buschmann, 1862
  8. a b Gerrit Engelberts Gerrits, Pieter Gerardus Witsen Geysbeek Keur van gedenkwaardige tafereelen uit de Nederlansche geschiedenis, Volume 2 P.18 Uitgave:G. Portielje, 1827
  9. Lodovico Guicciardini, Beschrijving van Antwerpen, Mechelen, Lier en Turnhout, P.188-189 Uitgave: J. E. Rijsheuvels, 1854
  10. Willem Jan Frans Nuyens, Geschiedenis der Nederlandsche beroerten in de XVIe eeuw, Volume 3, P.71-73 Uitgave: Van Langenhuysen, 1867
  11. P. Geyl, Geschiedenis van de Nederlandse stam (herziene uitgave), P.285 Uitgave: Wereldbibliotheek N.V., Amsterdam/Antwerpen 1948-1959 (drie delen)
  12. Hendrik Duits & A. van Strien, Een intellectuele activist: studies over leven en werk van Philips van Marnix van Sint Aldegonde P.32 Uitgave: Uitgeverij Verloren, 2001
  13. Barthold H. Lulofs, Kort overzigt van de geschiedenis der Nederlanden, met name der Noord-Nederlanden, van den vroegsten tot den tegenwoordigen tijd P.96 Uitgave: Oomkens, 1837
Eerste opstand:
(1567-1570)
Valencijn · Wattrelos · Lannoy · Oosterweel · Eerste invasie (Dalheim · Heiligerlee · Groningen · Eems · Jemmingen · Lanakerveld · Geldenaken · Loevestein)
Tweede opstand:
(1572-1576)
Den Briel · Vlissingen · Tweede invasie (Valencijn · Bergen · Saint-Ghislain · Roermond · Diest · Leuven · Mechelen · Dendermonde · Zutphen · Bredevoort · Zwolle · Kampen · Steenwijk) · Oudenaarde · Stavoren · Dokkum · Don Frederiks veldtocht (Mechelen · Diest · Roermond · Zutphen · Naarden · Geertruidenberg · Haarlem · Diemen · Alkmaar) · Vlissingen · Borsele · Zuiderzee · Alkmaar · Leiden · Reimerswaal · Derde invasie · Mookerheide · Lillo · Zoetermeer · Buren · Oudewater · Schoonhoven · Krimpen aan de Lek · Woerden · Bommenede · Zierikzee · Muiden · Aalst · Slag bij Vissenaken · Maastricht · Antwerpen · Spanjaardenkasteel (Gent)
Algemene opstand:
(1576-1578)
Utrecht · Steenbergen · Breda · Amsterdam · Gembloers · Zichem · Beleg van Limburg · Inname van Dalhem · Nijvel · Kampen · Rijmenam · Aarschot · Deventer
Parma's negen jaren:
(1579-1588)
Maastricht · 's-Hertogenbosch · Baasrode · Kortrijk · Delfzijl · Oldenzaal · Groningen · Mechelen · Zwolle · Hardenbergerheide · Coevorden · Halle · Steenwijk · Kamerijk · Doornik · Noordhorn · Breda · Aalst · Oudenaarde · Punta Delgada · Lochem · Eindhoven · Gent · Aalst · Terborg · Antwerpen · Zutphen · Kouwensteinsedijk (Antwerpen) · Amerongen · IJsseloord · Boksum · Axel · Neuss · Rijnberk · Grave · Zutphen · Warnsveld · Venlo · Sluis · Bergen op Zoom · Grevelingen
Maurits' tien jaren:
(1589-1599)
Zoutkamp · Breda · Steenbergen · Veldtocht van 1591 (Zutphen · Deventer · Delfzijl · Knodsenburg · Hulst · Nijmegen) · Steenwijk · Coevorden · Luxemburg · Geertruidenberg · Coevorden · Groningen · Hoei · Grol · Calais · Hulst · Veldtocht van 1597 (Turnhout · Venlo · Rijnberk · Meurs · Grol · Bredevoort · Enschede · Ootmarsum · Oldenzaal · Lingen · Rijnberk · Zaltbommel)
Elf jaren strijd:
(1600-1607)
Nieuwpoort · Rijnberk · Oostende · Sluis · Spinola 1605-1606 (Oldenzaal · Lingen · Bergen op Zoom · Mülheim · Wachtendonk · Kasteel Krakau · Bredevoort · Berkumerbrug · Grol · Rijnberk · Lochem · Grol · Gibraltar
Twaalfjarig Bestand:
(1609-1621)
Gulik-Kleefse Successieoorlog (Gulik) · Wezel · Antwerpen
Eindstrijd:
(1621-1647)
Gulik · Steenbergen · Bergen op Zoom · Veluwe · Breda · Oldenzaal · Grol · Baai van Matanzas · 's-Hertogenbosch · Veluwe · Wesel · Veldtocht langs de Maas (Venlo · Roermond · Maastricht) · Rijnberk · Philippine · Tienen · Schenkenschans · Breda · Venlo · Kallo · Duins · Sint-Vincent · Hulst · Antwerpen · Venlo · Puerto de Cavite