Beleg van Gorinchem (1417)
| Beleg van Gorinchem | ||||
| Onderdeel van de Hoekse en Kabeljauwse twisten | ||||
| Datum | 23 of 24 november - 1 december 1417 | |||
| Locatie | Gorinchem | |||
| Resultaat | De stad blijft in handen van de Hoekse beweging | |||
| Strijdende partijen | ||||
|
||||
| Commandanten | ||||
|
||||
Het Beleg van Gorinchem of Gorkum vond plaats tussen 23 of 24 november en 1 december 1417 tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten.
Inhoud |
[bewerken] Achtergrond
Nadat de Arkelse Oorlogen (1401-1412) voorbij waren kwam de stad Gorinchem weer onder het graafschap Holland te staan. Als symbool werd de burcht aan de oostkant van de stad afgebroken, deze behoorde tot de heren van Arkel. In het zuiden van de stad werd de Blauwe Toren gebouwd dat als onderkomen van de graaf van Holland zou dienen. Jan V van Arkel had in 1412 de stad verlaten om een huurleger op de been te brengen, maar deze werd verslagen bij Vuren, Van Arkel werd gevangengenomen en sleet zijn leven in de gevangenissen van Gouda en Leerdam. Zijn enige zoon Willem van Arkel was naar Brabant gevlucht.
In 1417 overleed Willem VI van Holland, zijn enige erfgenaam Jacoba van Beieren benoemde hij tot gravin van Holland. De nog jonge Jacoba vond een enorme steun in Jan II van Montfoort, deze was op dat moment de leider onder de Hoekse beweging. Willem van Arkel vernam het nieuws over de dood van de graaf en dacht dat het de uitgelezen kans was om zijn goederen in Gorinchem op te eisen, hij werd daarbij gesteund door de Kabeljauwse beweging.
[bewerken] Beleg
De stad Gorinchem is in het najaar van 1417 onder bevel van Walraven I van Brederode, op dat moment stadhouder van Holland in naam van Jacoba van Beieren. Deze 8ste heer van Brederode was in 1402 ook al betrokken bij een beleg van Gorinchem en werd toen gevangengenomen, en na het opbreken van het beleg vrijgelaten.
Willem van Arkel zou op de nacht van 23 of 24 november gearriveerd zijn aan de buitenpoorten van Gorinchem, hij zou circa 2500 Kabeljauwse medestanders bij zich hebben gehad, waaronder een honderdtal soldaten van de hertog van Gelre onder leiding van rentmeester Gijsbert Pieck, waaronder ook de edelmannen Otto van Buren en Willem van IJzendoorn zich bevinden. De Kabeljauwen wisten rondom Gorinchem enkele gebieden, waaronder Arkel en Vuren te veroveren en op de nacht van 27 en 28 november werd ook Gorinchem ingenomen met uitzondering van de burcht de Blauwe Toren. Walraven van Brederode was op dat moment niet in de stad en belegerde op zijn beurt de stadsmuren. Op 1 december wisten hij en zijn soldaten de poorten te forceren en er volgde een hevig gevecht in de nauwe binnenstraatjes. Walraven werd getroffen door een pijl en stierf aan zijn verwondingen waarna Hubrecht van Culemborg de leiding op zich nam. Willem van Arkel werd belaagd in de Revetsteeg en met een slag van het zwaard om het leven gebracht, uiteindelijk zegevierde de Hoekse beweging.
[bewerken] Jacoba en Willem van Arkel
Tijdens het beleg zou Jacoba van Beieren verbleven zijn in de Blauwe Toren, feitelijk is dit nooit helemaal bewezen; andere bronnen beweren dat ze Walraven van Brederode bijstond tijdens de herinname van Gorinchem. Er wordt ook beweerd dat de twee (Jacoba en Willem) elkaar diverse keren ontmoet hebben om te onderhandelen over de overgave van de Blauwe Toren en andere voorwaarden. Algemeen wordt aangenomen dat de toen 16-jarige Jacoba het lijk van de omgebrachte Willem van Arkel onder ogen heeft gezien, dit vermeldt Abraham Kemp in zijn doorluchtige Heeren van Arkel, het enige wat Kemp wel suggereert in zijn boek is dat Jacoba niet onwillig stond tegen een huwelijksaanzoek van Van Arkel. Dit omdat Jacoba pas weduwe was geworden en het mogelijk niet zag zitten om met haar neef Jan IV van Brabant te moeten trouwen. Het is toneelschrijver Johannes van Pfaffenrode die in 1662 een liefdestreurspel schrijft over een romance tussen Jacoba en Willem, Jacoba zou boven zijn zielloze lichaam gesmeekt hebben om zijn leven en er haar tranen de vrije loop hebben gelaten, ook al waren ze van diverse partijen. De heer Pelletier noemt het treurspel een vergelijking met Romeo en Julia, maar wel die van de Lage landen.
[bewerken] Nasleep
Jacoba huwde in de maand mei in 1418 wel met haar neef Jan IV van Brabant, met dispensatie van de paus. De kabeljauwse beweging vond een nieuwe bondgenoot in Jan VI van Beieren die aanspraak maakte op de titels van zijn nicht Jacoba en mede gesteund werd door Keizer Sigismund. Hierdoor laaide de twisten rond familie en partijen weer op, en werd de strijd vervolgd met het Beleg van Dordrecht (1418).
[bewerken] Referenties
Bronnen, noten en/of referenties
|