Beleg van Leiden (1420)
| Beleg van Leiden (1420) | ||||
| Onderdeel van Hoekse en Kabeljauwse twisten | ||||
| Datum | 18 juni - 17 augustus 1420 | |||
| Locatie | Leiden (en omgeving) | |||
| Resultaat | Leiden wordt ingenomen door Jan van Beieren | |||
| Strijdende partijen | ||||
|
||||
| Commandanten | ||||
|
||||
| Troepensterkte | ||||
|
||||
Het Beleg van Leiden in 1420 was een episode uit de Hoekse en Kabeljauwse twisten.
Tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten had de burggraaf van Leiden loyaliteit betuigd aan de dochter van graaf Willem VI, Jacoba van Beieren. Haar oom Jan van Beieren (ook Jan zonder Genade genoemd) claimde echter met succes de opvolging van Willem VI. Slechts weinig edelen en weinig steden, waaronder Leiden, bleven Jacoba van Beieren trouw.
Op 17 juni 1420 trok hertog Jan van Beieren met zijn leger vanaf Gouda op richting Leiden om de stad te veroveren. Het leger was goed uitgerust en beschikte over enkele kanonnen, er was zelfs speciaal vanuit Henegouwen per schip een groot kanon aangevoerd. Filips van Wassenaar en de andere lokale Hoekse edelen veronderstelden dat de hertog eerst Leiden zou belegeren, om dan tijdens de belegering kleine eenheden uit te zenden naar de omringende burchten.
De burchten waren echter versterkt en hadden een goede bezetting, dus koos Jan van Beieren ervoor om met zijn geschut eerst deze burchten aan te vallen. Door het beschieten van de muren en poorten wisten de troepen de burchten één voor één te verzwakken. De kastelen waren totaal niet bestand tegen dit geweld en binnen een week veroverde Jan van Beieren de kastelen Poelgeest, Ter Does, Hoichmade, de Zijl, ter Waerd, Warmond en de Paddenpoel.
Al op 24 juni verscheen het leger van de hertog voor de stadsmuren van Leiden. Op 17 augustus 1420, na een belegering van twee maanden, gaf de stad zich over aan Jan van Beieren. De burchtgraaf Filips van Wassenaar werd van al zijn ambten en rechten ontdaan en sleet zijn laatste jaren in gevangenschap.