Beleg van Parijs (885-886)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Beleg van Parijs
Onderdeel van de Vikingoorlogen
Graaf Odo verdedigt Parijs tegen de Vikingen, geschilderd door Jean-Pierre Franque (1837), Galerie des Batailles
Graaf Odo verdedigt Parijs tegen de Vikingen, geschilderd door Jean-Pierre Franque (1837), Galerie des Batailles
Datum 25 november 885 tot oktober 886
Locatie Parijs
Resultaat Onbeslist, Vikingen verkrijgen doorgang over de Seine
Strijdende partijen
West-Francië Vikingen
Commandanten
Odo van Parijs
Jocelin van Parijs
Hendrik van Babenberg
Karel de Dikke
Siegfried
Sinric
Rollo
Troepensterkte
200 soldaten 300 tot 700 schepen
30.000 manschappen
Verliezen
Onbekend Onbekend

Het beleg van Parijs van 885-886 maakte deel uit van een plundertocht van de Vikingen op de Seine in het koninkrijk van West-Francië. De Frankische troepen in Parijs stonden onder het commando van graaf Odo van Parijs. Het Vikingenleger stond onder leiding van de hoofdmannen Siegfried, Sinric en later Rollo.

Parijs eind negende eeuw[bewerken]

Het Parijs van 885 was in omvang niet groter dan het Ile de la Cité. Desondanks was de stad voor de Franken van groot strategisch belang. Zo werd vanuit Parijs de zuidelijke loop van de rivier de Seine tot aan Melun gecontroleerd. Het was dan ook de Vikingen veel aangelegen de strategisch gelegen stad in handen te krijgen.

Aanloop[bewerken]

Ondanks dat de Vikingen al vele delen van het Frankische Rijk hadden geplunderd, kwamen ze pas voor het eerst bij de stad in 845, die ze vervolgens plunderden. Daarna vielen ze de stad nog drie keer aan in de jaren 860-869. Ze vertrokken pas na het opnieuw plunderen van de stad of na het betalen van losgeld door de plaatselijke bevolking. In 864 werd begonnen met de bouw van twee bruggen die de stad verbonden met de oevers van de Seine.

Onder leiding van de markgraaf van Neustrië, Robert de Sterke, werd de stad verder versterkt om eventuele nieuwe aanvallen af te kunnen wenden. Na zijn dood werd de opbouw van de verdediging grotendeels gefinancierd door de plaatselijke heren, in plaats van de koning. Nadat Karel de Kale gekroond werd tot koning van West-Francië leken de Franken de overhand te krijgen op de herhaaldelijke invallen van de Vikingen. Het was echter in het jaar dat Karel de Kale de troon van West-Francië besteeg dat de Vikingen de grootste aanval op Parijs begonnen.

Beleg[bewerken]

Nadat Karel de Kale had geweigerd om de Vikingen te betalen, zeilden de Vikingenhoofdmannen Siegfried en Sinric met 700 schepen de Seine af. Naar verluidt met zo'n dertig tot veertigduizend man.[1] In eerste instantie probeerden de Franken te voorkomen dat de Vikingen de Seine zouden opzeilen, maar die slaagden er toch in en kwamen bij Parijs uit. Inmiddels bereidde Odo van Parijs de stad voor op de komende slag en verstevigde hij de bruggen. Hij deelde het commando van de troepen met bisschop Jocelin van Parijs. Ze hadden volgens de ooggetuige Abbo Cernuus slechts de beschikking over tweehonderd gewapende soldaten.

Eind november 885 arriveerden de Vikingen. In eerste instantie vroegen de Vikingen om het zogenaamde Danegeld. De graaf weigerde dit, waarop het beleg aanving. Met behulp van belegeringsapparatuur begonnen de Noormannen een aanval op de noordoostelijke toren. De Vikingen werden tijdens deze eerste aanval snel teruggeslagen. De volgende dag werd een poging gedaan de muren te ondermijnen en werd er gebruikgemaakt van een stormram. Ook deze aanval werd door de Parijzenaars afgeslagen.

Op deze wijze gingen de eerste twee maanden van beleg onveranderd door. In januari van 886 werd getracht door het droogleggen van een stuk van de rivier een nieuwe toegangsweg te creëren. Tevens werd getracht de houten toegangsbrug te vernietigen. Hierin slaagde men een maand later. Inmiddels waren de Vikingen druk bezig de omliggende plaatsen te plunderen. De plaatsen Évreux, Chartres en Le Mans waren niet meer veilig voor de woeste Noormannen.

Kaart van Parijs eind 9e eeuw, met beide bruggen.

Inmiddels was Hendrik van Babenberg naar Parijs onderweg met een ontzettingsleger. Bij Parijs verergerde ondertussen de zaak. Bij de Vikingen heerste onvrede over het lange beleg, want inmiddels was Rollo de nieuwe aanvoerder van de Noormannen. In Parijs waren besmettelijke ziektes uitgebroken en was het van belang dat het beleg niet lang meer zou duren. Een aanval van Hendrik van Babenberg was niet effectief genoeg en de aanvoerder stierf in de greppels rondom de stad.

Pas in oktober arriveerde het keizerlijke leger onder leiding van de keizer. De keizer had echter niet de intentie om te vechten. Karel stond de Vikingen toe naar Bourgondië te zeilen, dat in opstand was gekomen, en daar te plunderen. Voor het opbreken van het beleg kregen de Vikingen 700 livres zilver, ofwel ongeveer 257 kilogram.[2]

Nasleep[bewerken]

De Parijzenaren en Odo stonden echter niet toe dat de Vikingen de Seine afzakten, zodoende moesten de schepen naar de Marne versleept worden. Toen Karel II in 888 stierf, werd Odo vanwege zijn verdiensten voor Parijs verkozen tot koning van West-Francië. Hiermee werd hij de eerste koning uit het huis der Robertijnen, dat gaandeweg de plaats zou overnemen van de Karolingen in West-Francië.

Literatuur[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Jim Bradbury (1992) - The Medieval siege, Boydell & Brewer - ISBN 9780851153124
  • Paul K. Davis (2001) - Besieged: 100 Great Sieges from Jericho to Sarajevo, New York: Oxford University - ISBN 0195219309
  • George C. Kohn (2006) - Dictionary of Wars. Infobase - ISBN 9781438129167
  • F. Donald Logan (1991) - The Vikings in history, Routledge - ISBN 9780415083966
  • Simon MacLean (2003) - Kingship and Politics in the Late Ninth Century: Charles the Fat and the end of the Carolingian Empire, Cambridge University - ISBN 0521819458

  1. George C. Kohn, blz. 588
  2. Paul K. Davis, blz. 55