Beleg van Wenen (1529)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Beleg van Wenen
Onderdeel van de Grote Turkse Oorlog
Siegeofvienna1529.jpg
Gravure van botsingen tussen de Oostenrijkers en de Ottomanen, buiten Wenen (1529)
Datum 27 September – 14 Oktober, 1529
Locatie Wenen
Resultaat Ottomaanse terugtrekking
Commandanten
Filips van Palts-Neuburg
Wilhelm van Roggendorf
Nicolas, graaf van Vielsalm
Süleyman I
grootvizier Pargalı İbrahim Pasha
Troepensterkte
23.000 120.000
Verliezen
Niet bekend: hoog aantal burgerslachtoffers 14.000 dood, verwond of gevangengenomen

Het Beleg van Wenen in 1529 was de eerste poging van het Ottomaanse rijk, geleid door Süleyman I, om de stad Wenen, Oostenrijk te veroveren. Het beleg betekende het hoogtepunt van de macht van het Ottomaanse Rijk, en was de maximale omvang van de Ottomaanse veroveringen in Centraal-Europa, zowel als het resultaat van een langdurige rivaliteit met Europa. Van dan af aan volgden in de 150 jaren daarop een bittere militaire spanning en wederzijdse aanvallen, die culmineerden in het Beleg van Wenen van 1683, wat het begin markeerde van de Grote Turkse Oorlog waarbij de Europese grootmachten de Ottomaanse aanwezigheid terugdrongen.

Het falen van de Ottomanen in het veroveren van Wenen in 1529 keerde het tij na haast een eeuw van ongehinderde veroveringen doorheen Oost- en Centraal-Europa. Het Ottomaanse Rijk had voordien Centraal-Hongarije geannexeerd en had een vazalstaat in Transsylvanië opgericht in de nasleep van de Slag bij Mohács.

Historie[bewerken]

Om zijn vazal Szapolyai van de vazalstaat Transsylvanië te helpen om heel Hongarije te verwerven trok Suleyman in mei 1529 opnieuw naar het Noorden, langs de Donau naar Midden-Europa. Na het gebied waar hij doorheen trok uitgemoord en volledig verwoest te hebben kwam hij in september voor Wenen aan waar hij begon met de belegering van de stad. De 12.000 verdedigers zouden geen schijn van kans gehad hebben, maar drie dagen voordat het beleg begon kwam er versterking met 8.000 uitstekend geoefende mannen met de modernste vuurwapens. De omgeving van Wenen werd direct zo kaal mogelijk gemaakt door bomen en struiken om te hakken en honderden gebouwen met de grond gelijk te maken, dit om aanvallers zo weinig mogelijk dekking te geven. Suleyman had laten weten dat hij bij inname van de stad niemand in leven zou laten en dat gaf de verdedigers de moed der wanhoop.[1] Half oktober besloot Suleyman vanwege de uitbraak van pest en de steeds aanhoudende regens om terug te gaan naar Turkije en het beleg af te breken.

Tijdens terugtocht leden zijn troepen groot gebrek want het land waar ze doorheen trokken was voorheen al kaal geplunderd en ze waren slecht bestand tegen de invallende koude op de Balkan. Onderweg werd zijn terugtrekkende leger vertraagd door de zware kanonnen die door en over opgezwollen rivieren, over hoge heuvels en door modderige dalen gesleept moesten worden. Daar kwamen nog de voortdurende aanvallen van groepen guerrilla's bij, want zo groot als de angst op de heenweg voor de Turken geweest was, zo fanatiek was nu de haat tegen Suleymans wrede leger.

Noten en referenties[bewerken]

  1. Gerben Graddesz Hellinga, KAREL V, Bondgenoten en Tegenstanders, pag. 155-156, Uitg. Walbug Pers, Zutphen (2010), ISBN 978-5730-670-9