Belgische Antarctische expeditie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Belgica aangemeerd aan Mount William

De Belgische Antarctische expeditie was de eerste expeditie die overwinterde op de Antarctische regio.

In 1896, na een intensieve periode van lobbyen, kocht Adrien de Gerlache het Noorse schip Patria, wat na een grondige verbouwing omgedoopt werd tot de Belgica. De expeditie kon pas doorgaan nadat de Belgische overheid een aanzienlijke steun had gegeven. Het schip voer uit op 16 augustus 1897 te Antwerpen met een multiculturele bemanning waaronder Roald Amundsen, Frederick Cook en Henryk Arctowski.

Na het vertrek te Antwerpen deed de expeditie Madeira, Rio de Janeiro en Montevideo aan. In januari 1898 bereikte de Belgica de kust van Grahamland. Toen het schip tussen Grahamland en een lange reeks van eilanden invoer, noemde de Gerlache de doorgang naar de Belgica. Later werd deze doorgang naar hem vernoemd. Ook kregen verschillende eilanden in de Palmerarchipel een naam van de Gerlache, zoals Antwerpeneiland, Genteiland en Brabanteiland. Vervolgens passeerde de expeditie de Antarctische cirkel op 15 februari 1898.

De Belgica kwam vast te zitten in het ijs, nabij Peter I-eiland, op 28 februari 1898 nadat ze niet geslaagd waren om een weg te vinden door de Weddellzee. De bemanning en het schip waren niet voorbereid op een overwintering en bijgevolg hadden ze dus te weinig kledij en eten aan boord. Er werd op pinguïns en zeehonden gejaagd om een voedingsbron te hebben.

Op 15 februari 1899, kon het schip een klein kanaal binnen getrokken worden dat de bemanning de weken ervoor had gegraven. Het duurde bijna een maand om ongeveer elf kilometer af te leggen. Op 14 maart lieten ze het ijs achter zich en op 5 november keerde het schip in Antwerpen terug.

Bemanning[bewerken]

Enkele bemanningsleden aan boord van de Belgica
Frederick Cook op het zee-ijs