Belgische literatuur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Omdat België een drietalig land is, bestaat de Belgische literatuur uit voornamelijk Nederlandstalige (Vlaamse) en Franstalige, en voor een deel uit Duitstalige teksten (Oostkantons). Met Belgische auteurs worden schrijvers bedoeld die na 1830 op het huidige grondgebied van België geboren zijn. Er bestaat ook een regionale literatuur in het Waals, een Romaanse taal die deel uitmaakt van de zogenoemde oïl-talen waartoe ook het Frans behoort.

Franstalige literatuur[bewerken]

In de zestiende eeuw wordt het Frans - zoals in de rest van Europa - ook op het grondgebied van het huidige België de taal van de aristocratie en de taal van de machtshebbers. Nochtans handhaaft het Nederlands zich wel bijvoorbeeld in de sfeer van het gerecht en in de wetgeving. Het gewone volk blijft Vlaamse en Waalse dialecten spreken, maar de verfransing van Europa zet zich sterk door tot het einde van de Franse periode in 1815.

België wordt in 1830 opgericht als reactie van een francofone oppositie tegen het Nederlandse regime. Het onderwijs wordt voornamelijk in het Frans gegeven. Vanaf het einde van de 19e eeuw neemt de Franstalige Belgische literatuur een hoge vlucht, met auteurs als Géo Norge, Marie Gevers, Thomas Owen, Jean Ray, Arthur Masson, Michel de Ghelderode, Camille Lemonnier en Simenon, de surrealisten Paul Nougé, Louis Scutenaire, Irène Hamoir, en - meer recent - tonen Suzanne Lilar, Françoise Mallet-Joris, Conrad Detrez en Amélie Nothomb aan dat de Franstalige Belgische literatuur levend en wel is. Internationale bekendheid verwerven toonaangevende tekenaars als Hergé, Jijé en Franquin.


Nederlandstalige literatuur[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Vlaamse literatuur voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vlaamse schrijvers worden ook gelezen in Nederland en vice versa. Enkele bekende hedendaagse Vlaamse schrijvers zijn Hugo Claus, Louis Paul Boon, Kristien Hemmerechts, Tom Lanoye, Anne Provoost en Geert van Istendael. Zie verder Lijst van Vlaamse schrijvers

Waalse literatuur[bewerken]

De dialecten van Wallonië maken deel uit van de Romaanse taalgroep. Het Picardisch wordt gesproken in Bergen en Doornik, het Waals (Wallon) in Namen en Luik, het Lorreins (Lorrain) in Virton, en het Champenois in Basse-Semois. In het dagelijks spraakgebruik, en ook in de literatuur, worden ze echter alle vier gewoon als 'Waals' aangeduid.

Na de oprichting van België en dus van "Wallonie" (het woord verschijnt vanaf 1844), wordt Luik het centrum van Waalse literaire activiteit in de streektalen, gevolgd door Bergen en Namen. In 1856 wordt "la Société liégeoise de littérature wallonne" opgericht.

Enkele auteurs[bewerken]

  • Charles-Nicolas Simonon (1774-1847): "Li Côparèye" (1822)
  • Nicolas Defrecheux (1825-1874): "Lèyîs- m'plorer" (Laat me wenen, 1854)
  • Édouard Remouchamps (1836-1900), met het veaudeville theaterstuk "Tatî l'pèriquî" (Gautier, de kapper) (1885)
  • Dieudonné Salme met zijn roman "Li Houlot" (De kadet, 1888),
  • Georges Willame (1863-1917), sonnetten
  • François Renkin (1872-1906), gestileerd proza
  • Henri Simon (1856-1939): "Li Mwért di l'abe" (De dood van de boom, 1909) en "Li pan dè bon Dieu" (Het Brood van de Goede God, 1914),
  • Jules Claskin (1884-1926), poëzie
  • Auguste Laloux (1908-1976): "Li p'tit Bêrt", geschreven voor 1940, uitgegeven in 1963

Géo Libbrecht (1891 - 1976) is een Belgisch dichter die zich zowel in het Picardisch als in het Frans uitdrukte. Hij schreef onder meer 'Les cloques / Les cleokes (1964).'

De twee bekendste, in het Frans schrijvende, Waalse auteurs zijn ongetwijfeld Georges Simenon en Amélie Nothomb.

Zie ook[bewerken]