Belgische regering

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Logo van het portaal van de Belgische Overheid

De Belgische federale regering bestaat uit ministers en staatssecretarissen. Dit zijn de medewerkers van de koning als hoofd van de uitvoerende macht. Gezien de ministeriële verantwoordelijkheid is de regering het politieke hoofd (niet het juridische) van de uitvoerende macht.

Samenstelling[bewerken]

Volgens de Grondwet benoemt de koning de ministers van de Belgische federale regering. In de praktijk echter worden de ministers meestal door de partijleiders van de coalitiepartners geselecteerd.

België heeft een representatief kiessysteem waardoor uit een bepaald kiesgebied vertegenwoordigers uit meerdere partijen worden aangeduid (in tegenstelling tot het meerderheidsstelsel waar een kiesdistrict slechts 1 vertegenwoordiger aanduidt). Door de werking van het Belgische kiessysteem en de verschillende kiesomschrijvingen is het bijna onmogelijk (onder meer door de splitsing van de meeste partijen in een Vlaamse en Waalse tak) dat een enkele partij een absolute meerderheid verwerft in het nationale parlement. Er moeten dus altijd coalitieregeringen worden gevormd.

In de praktijk zal de koning na de verkiezingen verschillende partijvoorzitters en andere belangrijke gesprekspartners (zoals vakbonden en werkgeversorganisaties) consulteren voordat hij een informateur benoemt, soms geeft de koning verschillende mensen opdrachten om informatie te verzamelen over de mogelijkheden voor een regeringsvorming (die functies kunnen allerlei namen hebben zoals "verkenner", "verzoener", "(institutioneel) bemiddelaar", "begeleider", "ontmijner", "verduidelijker" etc.). Nadat de informateur de mogelijkheden voor een coalitie heeft verkend, zal de koning een formateur aanduiden die een regeringsprogramma en regering samenstelt. Gewoonlijk is de formateur ook de toekomstige eerste minister maar in uitzonderlijke gevallen kan de formateur een andere persoon als eerste minister naar voren schuiven. De koning krijgt aan het einde van de coalitie-onderhandelingen een "ploeg" aangereikt die hij benoemt tot zijn regering en die in zijn handen de eed aflegt.

De ministerraad, de eerste minister al dan niet meegeteld, dient voor de helft uit Franstaligen en voor de helft uit Vlamingen te bestaan.[1]

Meerderheden[bewerken]

Een regering heeft verschillende meerderheden nodig:

Vertrouwensmeerderheid[bewerken]

Na de eedaflegging bij de koning gaat de eerste minister voor het parlement zijn programma toelichten, en wordt er na een investituur debat een vertrouwensstemming gehouden. De motie van vertrouwen heeft geen gekwalificeerde meerderheid nodig dat wil zeggen als er meer voor- dan tegenstemmers zijn is de motie aangenomen, onthoudingen worden niet meegeteld. Het vertrouwen wordt gewoonlijk goedgekeurd regeringspartijen vs oppositie. Door zich te onthouden van een tegenstem kunnen partijen die geen ministers in de regeringsploeg hebben (en dus strikt genomen niet tot de meerderheid behoren) toch passieve steun verlenen aan een regering, maar ook invloed uitoefenen op het regeringsbeleid. De regering kan vallen - in de loop van de legislatuur - wanneer opnieuw een motie van vertrouwen/wantrouwen op het agenda wordt gezet, en passieve steun wegvalt of parlementsleden van de regeringsmeerderheid plots hun steun intrekken.

Parlementaire Beleidsmeerderheid[bewerken]

Voor het voeren van bepaalde wetgevende acties (zoals bijvoorbeeld het aanpassen van de Grondwet) heeft de regering een 2/3 meerderheid nodig, bovendien in vele gevallen (taalwetgeving, hervorming van de constitutionele instellingen) moet die globale meerderheid ondersteund worden door gekwalificeerde meerderheden (helft+1 of 2/3) ook bestaan in de beide taalgroepen van het parlement (taalgroep wordt samengesteld afhankelijk van de gemeenschap/provincie waarin een parlementslid werd verkozen).
bijvoorbeeld : De federale regering die van 2007-2010 aan de macht was had bijvoorbeeld wel grondwettelijke bevoegdheden (goedgekeurde lijst grondswetsartikelen door de voorgaande parlementsmeerderheid) waardoor zij grondwetsherzieningen konden laten goedkeuren die een parlementaire 2/3 meerderheid vereisen, maar had slechts een gewone meerderheid in de Nederlandstalige taalgroep, waardoor bepaalde grondwetsherzieningen niet konden worden goedgekeurd tenzij die inhoudelijk voldoende tegemoet zou komen aan de vlaamse oppositie, en de Franstalige taalgroep met zijn meerderheid allerlei -voor hen ongunstige - grondwetsherzieningen kon blokkeren.

Ministers en Staatssecretarissen[bewerken]

Ministers hoeven geen verkozen leden van het parlement te zijn, maar degene die wel verkozen werden nemen ontslag en worden vervangen door een andere verkozene van hun partij. Als een minister zijn functie als minister neerlegt neemt hij zijn functie als verkozene weer op. Ministers die geen verkozene zijn worden meestal als "technocraten" gelabeld.

De regering wordt geleid door de eerste minister. Hij is de voorzitter van de regering. Hij zit de vergaderingen van de ministers voor; hij is de woordvoerder van de regering in het parlement, en wanneer hij ontslag neemt, impliceert dit doorgaans het aftreden van de volledige regering.

Naast de eerste minister tellen de huidige regeringen ook één of meerdere vice-eersteministers, die als ondervoorzitters van de regering de eerste minister vervangen wanneer dit nodig is.

De ministers zijn volwaardige en permanente leden van de regering. Hun aantal is door de Grondwet (GW) beperkt tot ten hoogste vijftien leden (art. 99 GW). In regel beheren zij een bepaald departement. Zo niet, dan zijn ze een "minister zonder portefeuille".

De staatssecretarissen worden toegevoegd aan een minister. Tegenover de bevolking en tegenover het parlement hebben zij dezelfde bevoegdheden als een minister. Binnen de regering moet men hen echter als 'onderministers' beschouwen, belast met een bepaald onderdeel van het beleid.

Structuur[bewerken]

De regering is georganiseerd in verschillende raden.

De belangrijkste vergadering is de ministerraad die samengesteld is uit alle ministers. De staatssecretarissen maken er in principe geen deel van uit. In de praktijk wonen ook staatssecretarissen de MR bij. Deze ministerraad bepaalt het algemeen beleid van de regering en coördineert de werking van de verschillende ministeries. Hierdoor wordt in feite de bevoegdheid van de afzonderlijke ministers beperkt. De Grondwet bepaalt dat de ministerraad, de Eerste Minister eventueel uitgezonderd, evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden moet tellen (art. 99, al. 2 GW).

De vergadering waarin de ministers en staatssecretarissen zitting hebben, noemt men de regeringsraad. Deze regeringsraad heeft, in tegenstelling tot de ministerraad, geen specifieke rol en wordt ook niet zo vaak bijeengeroepen.

Om de beslissingen van de ministerraad of de regeringsraad voor te bereiden, worden er binnen de regering beperkte ministercomités gevormd. De werkwijze en de samenstelling van deze ministercomités hangt af van de omstandigheden. Het voornaamste ministerieel comité is het comité van algemeen beleid, ook kernkabinet genoemd.

Zéér uitzonderlijk vergadert de regering in de kroonraad. Dit is een vergadering van de voltallige regering (ministers en staatssecretarissen) samen met de ministers van Staat. De kroonraad kwam voor het laatst bijeen in 1960 ter gelegenheid van de Kongo-kwestie. De titel van Minister van Staat is een eretitel die aan personaliteiten, die zich in het openbaar verdienstelijk hebben gemaakt, wordt gegeven.

Bevoegdheden[bewerken]

Vermits het parlement de horizontale volheid van bevoegdheid heeft, zijn de bevoegdheden van de regering beperkt tot diegene die haar uitdrukkelijk zijn toegekend door de Grondwet of door bijzondere wetten. Vermits enkel de ministers politiek verantwoordelijk zijn voor de akten die de koning ondertekent en die zij dienen mede te ondertekenen, zijn de bevoegdheden van de regering in feite de bevoegdheden van de koning, uiteraard naast de bevoegdheden die specifiek aan een minister of aan de regering zijn opgedragen.

De bevoegdheden van de regering zijn:

Het uitvoeren van wetten[bewerken]

De wet is algemeen en abstract. Opdat de wet, het decreet of de ordonnantie in de praktijk zou worden toegepast, zijn er uitvoeringsbesluiten nodig. Deze uitvoeringsbesluiten moeten bepalen onder welke concrete vorm die wet, dat decreet of die ordonnantie ten uitvoer zullen worden gelegd.

Het ten uitvoer leggen is een taak van de uitvoerende macht. Men noemt het de verordenende macht van de koning die hij ontleent aan art. 108 van de Grondwet: "Hij maakt de verordeningen en neemt de besluiten die voor de uitvoering van de wetten nodig zijn, zonder ooit de wetten te mogen schorsen of vrijstelling van hun uitvoering te mogen verlenen." Deze tenuitvoerlegging gebeurt door middel van Koninklijke Besluiten (KB). Die uitvoeringsbesluiten worden opgesteld door ministeriële kabinetten en goedgekeurd door de ministerraad. Deze besluiten kunnen worden aangevochten bij de Raad van State.

De politie van het rijk[bewerken]

De regering is verantwoordelijk voor de politie van het rijk. Zij staat m.a.w. in voor de openbare orde. Deze openbare orde heeft drie componenten: openbare rust, veiligheid en gezondheid. Die functie mag door de uitvoerende macht slechts uitgeoefend worden binnen het kader van middelen dat hiervoor door de wetgevende macht ter beschikking wordt gesteld.

Het beheer van de openbare diensten[bewerken]

Een openbare dienst is een organisme dat door de regeerders is opgericht om in een collectieve behoefte te voorzien en dat onder hun controle staat. Bijvoorbeeld: overheidsbedrijven, ambtenarij, ... Als veruit de grootste werkgever van het land (ongeveer 860.000 tewerkgestelden) is het beheer van de openbare diensten een belangrijke bevoegdheid van de overheid. Via een overwegend partijpolitieke benoemingspolitiek van hoge ambtenaren, magistraten, professoren aan rijksuniversiteiten enzovoort kunnen de politieke partijen hun invloed uitbreiden en het behoud van hun machtspositie helpen vrijwaren.

Het buitenlands beleid[bewerken]

De verdragen met het buitenland worden door de regering (de koning) gesloten. Gaat het om handelsverdragen, of om verdragen die de Belgen binden of die de staat bezwaren opleggen, dan kunnen ze in België pas uitwerking hebben na de goedkeuring van het parlement. In 1992 werd door de Belgische regering beslist dat er een "Algemeen verslag over de armoede" gemaakt moest worden, om de inspanningen voor armoedebestrijding beter te kunnen coördineren.

Huidige samenstelling[bewerken]

Dit is de samenstelling van de huidige regering-Di Rupo:

Minister Naam Partij
Premier Elio Di Rupo PS
Vicepremier en Minister van Defensie Pieter De Crem CD&V
Vicepremier en Minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken Didier Reynders MR
Vicepremier en Minister van Pensioenen Alexander De Croo Open Vld
Vicepremier en Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Laurette Onkelinx PS
Vicepremier en Minister van Economie, Consumentenzaken en Noordzee Johan Vande Lanotte sp.a
Vicepremier en Minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet cdH
Minister van Overheidsbedrijven, Grootstedenbeleid en Ontwikkelingssamenwerking Jean-Pascal Labille PS
Minister van Begroting en Administratieve Vereenvoudiging Olivier Chastel MR
Minister van Middenstand, Kmo's, Zelfstandigen en Landbouw Sabine Laruelle MR
Minister van Financiën Koen Geens CD&V
Minister van Justitie Annemie Turtelboom Open Vld
Minister van Werk Monica De Coninck sp.a
Staatssecretaris Naam Partij
Staatssecretaris voor Staatshervorming, Regie der Gebouwen en Duurzame Ontwikkeling Servais Verherstraeten CD&V
Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare Diensten Hendrik Bogaert CD&V
Staatssecretaris voor Asiel, Immigratie en Maatschappelijke Integratie Maggie De Block Open Vld
Staatssecretaris voor de Bestrijding van de Sociale en Fiscale Fraude John Crombez sp.a
Staatssecretaris voor Sociale Zaken, Gezinnen, Personen met een Handicap en Wetenschapsbeleid Philippe Courard PS
Staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie, Mobiliteit en Staatshervorming Melchior Wathelet cdH

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Art. 99 Grondwet