Bemande ruimtevaart

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een mens zweeft vrij door de ruimte in een ruimtepak (11 februari 1984). Voor de veiligheid is van groot belang dat de astronaut terug kan keren naar het ruimtevaartuig. Deze astronaut is daartoe voorzien van een klein raketsysteem.
Lancering van de Sojoez TMA-4 met de Nederlander André Kuipers aan boord (19 april 2004).
Bemanningsleden gewichtloos in het ISS. Geheel rechts de Belgische astronaut Frank De Winne (28 oktober 2009).

Het begrip bemande ruimtevaart wordt gebruikt voor ruimtevluchten met een bemanning aan boord. Het gaat om ruimtevaartuigen met een of meerdere mensen aan boord die de ruimte in gaan, beter gezegd, het deel van de aardatmosfeer met een aanzienlijke luchtdruk verlaten.

De atmosfeer wordt verwaarloosbaar op een hoogte van 80,5 kilometer (volgens de definitie van de Amerikaanse luchtmacht) of op een hoogte van 100 kilometer (volgens de Fédération Aéronautique Internationale (FAI)). Het ruimtevaartuig kan, na het bereiken van de ruimte, meteen terugkeren naar aarde (suborbitale ruimtevlucht); het ruimtevaartuig kan in een baan om de aarde gaan draaien (orbitale ruimtevlucht); of het kan een doel hebben buiten de aarde, bijvoorbeeld de maan of een planeet.

De eerste bemande ruimtevlucht vond plaats op 12 april 1961 met aan boord Joeri Gagarin, kosmonaut van de Sovjet-Unie. Een maand later bracht Amerika een mens in de ruimte, astronaut Alan Shepard. Tientallen jaren waren Amerika en de Sovjet-Unie (vanaf 1991: Rusland) de enige landen die bemande ruimtevaart uitvoerden. Het was inzet van de ruimtewedloop tussen beide landen. Binnen hun ruimtevaartprogramma's gingen wel mensen van vele nationaliteiten de ruimte in. In 2003 voerde China zijn eerste bemande ruimtevlucht uit, waarbij astronaut Yang Liwei een aantal omwentelingen om de Aarde maakte.

De bemande ruimtevaart die tot nu toe heeft plaatsgevonden was altijd ontworpen voor terugkeer van de astronaut(en) naar de Aarde (in enkele gevallen is dat door een ongeluk niet gelukt). Daarnaast zijn er plannen voor bemande reizen waarvan het ontwerp de astronauten niet de mogelijkheid biedt terug te keren naar de Aarde, omdat die het project duurder en ingewikkelder zou maken. Deze betreffen tot nu toe steeds vestiging op Mars, zie Bemande ruimtevaart naar Mars.

In 2010 maakte de Verenigde Staten bekend af te zien van nieuwe bemande vluchten naar de Maan, en in plaats daarvan ernaar te streven een vlucht naar een planetoïde te maken in 2025, rond 2035 een bemande vlucht met terugkeer naar de Aarde te maken naar een baan om Mars, en daarna een bemande vlucht met terugkeer naar de Aarde te maken met een landing op Mars.

Voorgeschiedenis[bewerken]

Voordat de eerste mens een ruimtevlucht maakte, waren er al vele dieren de ruimte in gebracht. De eerste dieren in de ruimte waren fruitvliegjes, aan boord van een Amerikaanse raket op 20 februari 1947. Hierbij werd het effect van blootstelling aan straling in de ruimte onderzocht. De fruitvliegjes overleefden de suborbitale vlucht. De eerste aap in de ruimte was Albert II op 14 juni 1949. In de jaren '50 werden er door Amerika en de Sovjet-Unie verschillende muizen en honden in de ruimte gebracht.

Het eerste dier dat in een baan rond de aarde werd gebracht, was het hondje Laika op 3 november 1957 (Sovjet-Unie). De hond overleefde de vlucht niet. De honden Bjelka en Strelka waren op 19 augustus 1960 de eerste dieren die rond de aarde vlogen en levend terugkeerden (Sovjet-Unie). Chimpansee Ham (Amerika) was de eerste die tijdens de vlucht opdrachten uitvoerde. Ook hij keerde veilig terug.

Geschiedenis van de bemande ruimtevaart[bewerken]

Joeri Gagarin, de eerste mens in de ruimte.
Alan Shepard, de eerste Amerikaanse ruimtevaarder.
Valentina Tereshkova, de eerste vrouw in de ruimte (foto 2002).
Eerste ruimtewandeling door een Amerikaan, E.H. White (3 juni 1965).
Bemanning Apollo 11: Armstrong, Collins en Aldrin.
Lancering van de eerste Space Shuttle, Columbia (12 april 1981).
Amerikaanse astronaut tijdens een buitenwendige missie aan het internationale ruimtestation ISS (2005).
Het internationale ruimtevaartstation gefotografeerd vanuit Space Shuttle Endeavour (30 mei 2011).

De eerste bemande ruimtevlucht vond plaats op 12 april 1961 met aan boord Joeri Gagarin, kosmonaut van de Sovjet-Unie. Hij voltooide één baan om de aarde. De eerste Amerikaan in de ruimte, met een suborbitale ruimtevlucht, was astronaut Alan Shepard op 5 mei 1961. Het jaar erna maakte John Glenn als eerste Amerikaan een orbitale ruimtevlucht op 20 februari 1962. De eerste vrouw in de ruimte was Valentina Teresjkova op 16 juni 1963, afkomstig uit de Sovjet-Unie. De eerste ruimtewandeling werd gemaakt door Aleksej Leonov, toen hij op 8 maart 1965 de Vostok 6 verliet.

De eerste bemande ruimtevlucht die de baan rond de aarde verliet, was de Apollo 8 (21- 27 december 1968). Het ruimtevaartuig werd hierbij in een baan om de Maan gebracht. De drie bemanningleden waren Frank Borman, James Lovell en William Anders. De eerste mensen die een voet zetten op de Maan waren Neil Armstrong en Buzz Aldrin, tijdens de maanlanding op 20 juli 1969. In totaal is er tijdens zes Apollomissies op de Maan geland (1969-1972), waarbij er in totaal twaalf mensen op het Maanoppervlak hebben gelopen.

Het eerste ruimtestation dat in een baan om de Aarde werd gebracht was de Saljoet 1, dat op 19 april 1971 door de Sovjet-Unie werd gelanceerd. Het ruimtestation de Mir draaide in een baan om de Aarde van 1986-2001. Aan boord kon een driekoppige bemanning langdurig verblijven en grotere aantallen voor korte tijd. Van de 15 jaar dat het bestond, was het ongeveer 12,5 jaar bemand. De persoon die het langst aangeengesloten in de ruimte heeft verbleven was Valeri Poljakov, met een duur van 437 dagen in de Mir (8 januari 1994 - 22 maart 1995). Het internationale ruimtestation ISS kwam in gebruik in 1998. Het was permanent bemand vanaf 2 november 2000 tot heden.

Van 1981 tot en met 2011 voerde Amerika alle bemande ruimtevaart uit met Space Shuttles. De eerste vrouwelijke Amerikaan in de ruimte was Sally Ride in 1983 en de eerste vrouwelijke piloot van een Space Shuttle was Eileen Collins. Zij was tevens in 1999 de eerste vrouwelijke gezagvoerder. In 1992 kwamen Amerika en Rusland overeen om samen te werken op het gebied van ruimtevaart en kwam er een Amerikaan aan boord van de Mir en gingen twee Russische kosmonauten mee met een Space Shuttle.

Het derde land dat een bemande ruimtevlucht wist uit te voeren was China. Op 15 oktober 2003 werd astronaut Yang Liwei in de ruimte gebracht. Hij draaide 14 keer rond de Aarde. Hiervoor hadden ook Japan en Europa geprobeerd om een bemande ruimtevlucht uit te gaan voeren, maar hun programma's voortijdig stopgezet. Ook China had eerdere programma's niet uitgevoerd.

Tot voor kort waren er drie landen waarvan de ruimtevaartorganisaties bemande ruimtevluchten maken vanuit een lopend ruimtevaartprogramma:

De verste bestemming bij bemande ruimtevaart was tot nu toe de Maan. Het is het enige hemellichaam buiten de Aarde waarop de mens tot nu toe voet heeft gezet. Bij andere hemellichamen zijn bemande ruimtevluchten ook niet in de buurt gekomen, de grootste afstand is bereikt bij de baan om de Maan.

Nederlandse en Belgische ruimtevaarders[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Lijst van Nederlandse ruimtevaarders

Nederlandse ruimtevaarders:

  • Lodewijk van den Berg (24 maart 1932), ruimtevlucht in 1985 (Van den Berg was geboren in Nederland, maar had de Amerikaanse nationaliteit aangenomen)
  • Wubbo Ockels (28 maart 1946 - 18 mei 2014), ruimtevlucht in 1985
  • André Kuipers (5 oktober 1958), ruimtevluchten in 2004 en 2011-12

Belgische ruimtevaarders:

Uitdagingen[bewerken]

Bij bemande ruimtevaart moeten verschillende problemen worden overwonnen en zijn er vele voorzorgsmaatregelen die moeten worden getroffen op het gebied van veiligheid.

Levensvoorzieningen[bewerken]

Een mens kan niet overleven in de ruimte. Allereerst heeft een mens lucht (waaronder zuurstof) nodig om te ademen. Daarnaast heeft een mens water en voedsel nodig om langere tijd te kunnen overleven. Verder moet de lichaamstemperatuur van een mens op peil worden gehouden, moet er een bepaalde druk aanwezig zijn op het lichaam en moet er een voorziening zijn voor het afvoeren van urine en ontlasting. Ook is het noodzakelijk om de mens te beschermen tegen gevaarlijke invloeden van buitenaf, zoals straling en micrometeorieten.

Als de ruimtevaarders buiten hun beschermde ruimtevaartuig of ruimtestation werken, bijvoorbeeld een ruimtewandeling maken, dan is het nodig om een geavanceerd ruimtepak te dragen.

Medische problemen[bewerken]

Effecten van gewichtsloosheid[bewerken]

Uit medische gegevens van astronauten die, sinds 1970, langere periodes in een baan om de aarde verbleven, blijken verschillende negatieve effecten van verminderde zwaartekracht: een verminderde botdichtheid, afgenomen spierkracht en uithoudingsvermogen, onstabiele lichaamshouding en verminderde zuurstofcapaciteit. Deze verzwakking kan na verloop van tijd effect hebben op het functioneren van de astronaut en de kans op een ongeluk kan hiermee toenemen.

In een gewichtsloze omgeving wordt er nauwelijks kracht gevergd van de spieren in de rug en bovenbenen van de astronaut die gebruikt worden om rechtop te staan. Deze spieren verzwakken en nemen langzaam maar zeker in massa af. Als er een noodsituatie ontstaat tijdens de landing kan de spierafname en de daarmee samenhangende afname in kracht, een groot probleem gaan vormen. Bij langdurige gewichtsloosheid kan de spiermassa met wel 25% afnemen.

Wanneer astronauten gewichtsloos zijn, kunnen ze hun oriëntatie verliezen, bewegingsziekte ervaren en hun richtingsgevoel kwijtraken. Als ze weer terug zijn op Aarde, moeten ze zich weer aanpassen aan zwaartekracht en kunnen ze moeite hebben met opstaan, focussen, lopen en zich omdraaien. Dit beïnvloedt hun functioneren bij de landing en bij eventuele noodsituaties.

Straling[bewerken]

Op een hoogte tussen 160 en 2000 kilometer boven het aardoppervlak (in een low Earth orbit, een lage baan rond de Aarde) kunnen astronauten, zonder de juiste bescherming, in aanraking komen met protonen van zonnevlammen. Een zeer krachtige zonnevlam kan stralingsziekte en zelfs de dood veroorzaken.

Voorbij de lage baan rond de Aarde, dus hoger dan 2000 kilometer, vormen kosmische straling en galactische straling (van bronnen buiten het zonnestelsel) een probleem.

Bij stralingsziekte kan het DNA van cellen beschadigd raken, wat onder meer kan leiden tot kanker. De straling kan ook het immuunsysteem beschadigen of verzwakken en inactieve virussen activeren. Het kan zowel op korte als op lange termijn invloed hebben op de stamcellen van het beenmerg. Door een verzwakt immuunsysteem (en de activering van virussen) kan een infectie zich snel verspreiden binnen een ruimtevaartuig.

Leven in afzondering[bewerken]

Tijdens langdurige missies zijn de astronauten afgezonderd van andere mensen en is hun bewegingsvrijheid beperkt tot de kleine ruimte van een ruimtevaartuig. Psychologische problemen, zoals depressie en claustrofobie, kunnen de veiligheid van de ruimtevaarder(s) of het succes van de missie in gevaar brengen.

Het zal niet altijd mogelijk zijn voor een astronaut om met spoed terug te keren naar Aarde of op korte termijn specifieke medische benodigdheden aangeleverd te krijgen, in geval van een medisch noodgeval. De ruimtevaarders moeten wellicht lange periodes terugvallen op hun beperkte voorraden en op medisch advies vanaf de grond.

Veiligheid lancering en landing[bewerken]

Het naar de ruimte brengen van een ruimtevaartuig begint met de lancering, waarbij meestal een raket wordt gebruikt om los te komen van de grond. Er is voldoende energie nodig om de zwaartekracht te weerstaan en de hoogte van minstens 100 kilometer te bereiken. Wat betreft de versnelling moet er rekening worden gehouden met de maximale g-kracht die een mens kan doorstaan (3 tot 6 g).

Op het gebied van veiligheid moet rekening worden gehouden met de kans op een (dodelijk) ongeluk. Hierin spelen veel dingen mee, van drukverlies tot de Van Allen-gordels waarin een ruimtevaartuig niet lang kan blijven.

Risico dodelijk ongeluk[bewerken]

Tot 2010 zijn er 18 bemanningsleden omgekomen tijdens een ruimtemissie. Ruim 100 anderen zijn overleden als gevolg van ongelukken bij het testen van ruimtevluchten of andere activiteiten die te maken hebben met ruimtevluchten.

  • In 1967 is 1 persoon omgekomen bij de missie Sojoez 1.
  • In 1967 zijn 3 personen omgekomen bij een oefening op de grond met de Apollo 1.
  • In 1971 zijn 3 personen omgekomen bij de missie Sojoez 11.
  • In 1986 zijn 7 personen omgekomen bij een vlucht van de spaceshuttle Challenger (de vlucht heeft de ruimte niet bereikt).
  • In 2003 zijn 7 personen omgekomen bij een vlucht van de spaceshuttle Columbia (de spaceshuttle verongelukte bij terugkeer in de dampkring).

Zie ook[bewerken]