Bengaalse tijger

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bengaalse tijger
IUCN-status: Bedreigd[1] (2011)
Panthera tigris tigris.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Carnivora (Roofdieren)
Familie: Felidae (Katachtigen)
Geslacht: Panthera
Soort: Panthera tigris (Tijger)
Ondersoort
Panthera tigris tigris
(Linnaeus, 1758)
Leefgebied Bengaalse tijger
Leefgebied Bengaalse tijger
Afbeeldingen Bengaalse tijger op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Bengaalse tijger op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren
Twee witte tijgers drinken water.
Een Bengaalse tijger.

De Bengaalse tijger of koningstijger (Panthera tigris tigris) is een ondersoort van de tijger (Panthera tigris) die voorkomt op het Indische subcontinent. Op de Siberische tijger (Panthera tigris altaica) na is de Bengaalse tijger de grootste katachtige. Het is tevens de tweede meest algemene ondersoort van de tijger.

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De vacht van de Bengaalse tijger is oranjebruin tot oranjegeel met verticale bruine tot zwarte strepen. Dit strepenpatroon verschilt in aantal, dikte en vertakkingen per individu. De buikzijde, de wangen en het gebied rond de ogen zijn wit. Ook bestaan er "witte tijgers", met een geheel roomwitte vacht waarop het streeppatroon lig. Het betreft hier een autosomaal recessief gen dat de aanmaak en distributie in de haarschacht van phaeomelanine onderdrukt waardoor de rode en gele pigmenten niet tonen in de vacht en enkel de eumelanine-pigmenten die het donkere streeppatroon geven te zien zijn op een lichte ondergrond. Deze kleurvariëteit is zeer zeldzaam in het wild, maar een populaire attractie in gevangenschap, en zij wordt regelmatig gehouden in dierentuinen, waaronder in Dierenpark Amersfoort. Alle witte tijgers stammen af van één individu. Ook bestaan er geheel zwarte dieren, waarbij het dominante gen A, dat verantwoordelijk is voor het tonen van het agouti-streeppatroon, ontbreekt. Maar zulke dieren zijn zeer zeldzaam.

De schofthoogte van de Bengaalse tijger is ongeveer 100 à 110 centimeter. Mannetjes hebben een kop-romplengte van 270 tot 310 centimeter en een lichaamsgewicht van 180 tot 258 kilogram, vrouwtjes hebben een kop-romplengte van 240 tot 265 centimeter en een lichaamsgewicht van 100 tot 160 kilogram. De Bengaalse tijgers die in de Sundarbans voorkomen zijn echter kleiner en aanzienlijk lichter; drie vrouwtjes wogen gemiddeld 76,7 kilogram, zo bleek uit onderzoek dat werd uitgevoerd door onderzoekers van de University of Minnesota en het Bangladesh Forest Department.[2] [3]

Leefwijze[bewerken]

De Bengaalse tijger jaagt voornamelijk overdag en in de schemering. Hij jaagt onder andere op herten als sambars, barasingaherten en axisherten, varkens, antilopes, apen als hoelmans, runderen als waterbuffels en gaurs en zelfs jonge olifanten. Soms worden ook gavialen, pythons en kleinere prooidieren als kikkers, hagedissen, schildpadden, kleine slangen, vissen, krabben, termieten en sprinkhanen gegrepen. Een geliefd, maar gevaarlijk prooidier is het witstaartstekelvarken (Hystrix indica). Zijn stekels kunnen dodelijke infecties veroorzaken. In de Sundarbans, het enige gebied waar tijgers nooit zijn bejaagd, zijn menseneters relatief algemeen. De prooi wordt eerst tot dichtbij beslopen, en wordt daarna besprongen en in de nek, schouders of rug gebeten. Prooidieren worden nog in het water achtervolgd. De prooi wordt over het algemeen bij het water opgegeten.

De Bengaalse tijger is een solitair dier, dat zijn territorium verdedigt tegen andere tijgers van hetzelfde geslacht. Enkel in de paartijd (in april en mei, en in oktober en november) trekken een mannetje en een vrouwtje enkele dagen met elkaar op. De tijger krijgt één tot zes welpen per worp. Na 6 à 12 weken gaan de welpen jagen. Een Bengaalse tijger in een nationaal park in Nepal is vijftien jaar oud geworden.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

De Bengaalse tijger komt voor in West-Myanmar en op het Indische subcontinent, in Bhutan, Nepal en Zuid-China, Bangladesh en India. Hij leeft hier in de vochtige regenwouden, moessonwouden, bamboebossen en savannes die begroeid zijn met hoog gras en bomen, in waterrijke gebieden als moerassen, in mangroves en in rivierbossen. Hij komt zowel in het laagland als in de bergen voor, tot in de Himalaya, waar hij leeft in bladverliezende bossen.

Bedreiging en bescherming[bewerken]

De Bengaalse tijger wordt met uitsterven bedreigd door het verdwijnen van zijn leefomgeving en door stropers. Tijgers worden niet alleen voor hun vacht gedood maar ook voor de bereiding van diverse traditionele Oost-Aziatische medicijnen. In de negentiende eeuw waren jachtpartijen op de tijger een belangrijke manier van tijdverdrijf voor Indiase maharadja's. De maharadja trok met een stoet olifanten en personeel de jungle in om op zoek te gaan naar tijgers en deze neer te schieten. Deze tijgerjachten bereikten tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog een hoogtepunt, toen hooggeplaatste Britten eveneens op deze manier gingen jagen.

De Bengaalse tijger is nu een beschermde diersoort en is het nationale dier van zowel India als Bangladesh. In India werd de jacht op de tijger en de handel in huiden in 1970 verboden, ten tijde van de regering van Indira Gandhi. Ook zijn er sinds "Operatie Tijger" in 1973 verscheidene natuurreservaten opgericht om de tijger te beschermen. De tijgerpopulatie van India bestaat nu uit zo'n 1411 dieren (3700 in 2002 en 5000 in 1970), en de totale populatie, eind 2009, waarschijnlijk uit zo'n 3200 exemplaren (ongeveer 2500 in 1979). In de Sundarbans, een mangrovebos rond de delta van de Ganges, op de grens van India en Bangladesh, leven zo'n 270 tijgers aan Indiase zijde en ongeveer 400 in Bangladesh.

Studies van het WWF geven aan dat de Bengaalse tijger een soort is die onder sterke druk staat van de opwarming van de Aarde. Als de zeespiegel langs de Bengaalse kust ten opzichte van het jaar 2000 met 28 centimeter stijgt, zoals wordt voorspeld, dreigt 96% van het leefgebied van de Bengaalse tijgers in de Sundarbans te verdwijnen.[4]

Sterke afname in India[bewerken]

In 2007 werd duidelijk dat het aantal tijgers in India sterk is afgenomen, vooral buiten de reservaten. Van zo'n 3700 exemplaren in 2000-2001 naar 1411 specimen in 2006, is het aantal tijgers dus sterk afgenomen. Lange tijd heeft de Indiase regering de cijfers verdraaid. Zo zouden er al al een lange tijd geen 3000 tijgers meer zijn hoewel de overheid het tegendeel beweerde. Experts beweren dan ook dat er momenteel nog maar 750 tijgers over zijn in heel India.[5].

Bronnen, noten en/of referenties