Rangtelwoord
Een rangtelwoord (ook: ordinale, mv: ordinalia) is een woord (telwoord) dat een rangvolgorde in een rij weergeeft.
- Voorbeeld: Eerste, tweede, derde, enz.
Een rangtelwoord wordt gevormd door -de of -ste achter een hoofdtelwoord te plakken. Uitzonderingen hierop zijn:
- een - eerste
- drie - derde
Inhoud |
[bewerken] Schrijfwijze
Over de schrijfwijze van een rangtelwoord met een cijfer bestaat geen eenduidigheid. Het advies van de Nederlandse Taalunie is de schrijfwijze als cijfer met een e erachter of het systeem met ste en de achter het cijfer, zij het dat het wisselen van systeem in dezelfde tekst afgeraden wordt. Koppeltekens en apostrofs zijn niet gewenst.[1]
- Dus
- 1e, 2e, 19e, 20e
- 1ste, 2de, 19de, 20ste
- En als minder correct beschouwd komen voor
- 1e, 2e, 19e, 20e
- 1ste, 2de, 19de, 20ste
- 1°, 2°, 19°, 20°
- 1-ste, 2-de, 19-de, 20-ste
De Taalunie is dus van mening dat het toepassen van superscript onwenselijk is.
[bewerken] Bepaald en onbepaald
Rangtelwoorden kunnen worden onderverdeeld in bepaalde rangtelwoorden (het aantal is exact bekend) en onbepaald rangtelwoorden (het exacte aantal is onbekend).
Van het onbepaalde hoofdtelwoord beide kan geen rangtelwoord worden gemaakt. Van de onbepaalde rangtelwoorden middelste en laatste bestaat geen hoofdtelwoord.
[bewerken] Breuken
Bij breukgetallen worden hoofdtelwoorden gecombineerd met rangtelwoorden.
- Voorbeeld: "3/8" wordt gelezen als "drie achtste"
- Hoofdtelwoord: drie
- Rangtelwoord: achtste
[bewerken] Zie ook
| Bronnen, noten en/of referenties |
| Woordsoorten |
|---|
|
achterzetsel · bijvoeglijk naamwoord · bijwoord · eigennaam · ideofoon · lidwoord · telwoord (hoofdtelwoord · rangtelwoord · telbijwoord) · tussenwerpsel · voegwoord · voornaamwoord (aanwijzend · betrekkelijk · bezittelijk · onbepaald · persoonlijk · temporeel · uitroepend · vragend · wederkerend · wederkerig) · voorzetsel · werkwoord · zelfstandig naamwoord |