Bergisch

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
- HET LIMBURGS TAALLANDSCHAP -
Het Maas-Rijnlandse dialectcontinuüm

Het Bergisch is een Zuidnederfrankisch dialect dat gesproken wordt in een deel van het Bergische Land.

Kenmerken[bewerken]

Een taalkundige bijzonderheid is, dat het westelijk deel van dit land, merendeels aan de linkeroever van de Rijn gelegen, nog tot het Zuidnederfrankische dialectgebied behoort. Dit West- of Nederbergische gebied bestaat uit de Kreis Mettmann, de omgeving van Düsseldorf, en de steden Solingen en Remscheid. De dialecten in dit gebied zijn nauw verwant met het Oost-Limburgs, dat zowel in Nederland als in Duitsland gesproken wordt. Ze vormen de uitloper van het Oostlimburgs-Ripuarisch.
Het dialect in het meest oostelijke deel van het Bergische Land daarentegen is niet taalkundig verwant met het Noordnederfrankische Kleverlands, waarvan de Oost-Bergisch de zuidoostelijke voortzetting vormt. De Oost-Bergische dialecten van Mülheim aan de Ruhr [Mölmsch], Essen-Werden, Velbert-Langenberg, Wuppertal-Elberfeld en Gummersbach zijn dus ook in hoofdzaak Kleverlands, maar geen Limburgs. Zie hiervoor het artikel Maas-Rijnlands.

De grens tussen het Bergisch en het Oostbergisch wordt bepaald door de Uerdinger Linie, de scheidslijn tussen het Limburgse ich en het Nederlandse ik. Deze loopt op Nederlandstalig gebied vanaf Leuven naar Roermond en Venlo, dan via Viersen naar de Rijn, die zij oversteekt tussen Krefeld-Uerdingen en Duisburg-Mündelheim en voert via dan Saarn (stadsdeel van Mülheim aan de Ruhr) door het Bergische land naar Kettwig (deel van Essen) en Elberfeld (deel van Wuppertal). Daar valt zij samen met de Benrather Linie of „maken-/machen-Linie“. Deze gecombineerde isoglosse loopt vervolgens ten zuiden van Gummersbach en Wiedenest (deel van Bergneustadt) verder oostwaarts, richting Kassel (deelstaat Hessen) en verder.

Ik / ich - isoglosse in Limburg en Duitsland. Het westelijke, donkerrrode gedeelte is de Uerdinger linie, helderrood is de samenloop daarvan met de Benrather linie

Voorbeeld[bewerken]

Het Velberter Platt is een Oost-Bergische overgangsdialect dat zowel Nederfrankisch-Kleverlandse alsook Nedersaksisch-Westfaalse eigenschappen vertoont.

Hoogduits Oost-Bergisch (Velbert) Westfaals
wir kochen wir koken wi kuoket
ihr kocht jöt koken jit kuoket
sie kochen si koken se kuoket

Varianten[bewerken]

Onderling zijn er kenmerkende verschillen. Deze laten zich illustreren aan de wijze waarop diminutieven worden gevormd (naar Wenker 1877 [1]:

  1. Het Mettmanner dialect kent na woorden die op -k, -g, -ch, -ng eindigen, het verkleinsuffix -sken (meervoud -skes, dus bijvoorbeeld dat Bänksken, die Bänkskes (Hoogduits das Bänkchen, die Bänkchen), na andere woorden krijgt het -ken en -kes, dus dat Bömken, die Bömkes (Bäumchen).
  2. het Solinger dialect heeft dat Bänksken, maar die Bänksker, dus met r en niet met s in het meervoud, zo ook dat Bömken, die Bömker.
  3. Het Remscheider heeft dat Bänkelschen, die Bänkelscher, dus geen -sken maar -elschen, en in het meervoud geen -s maar -r, voorts dat Bömken, die Bömker, zoals het Solinger.

Literatuur[bewerken]

  • Georg Wenker: „Das rheinische Platt“, (Sammlung deutsche Dialektgeographie Heft 8), Marburg, 1915.
  • Georg Cornelissen, Peter Honnen, Fritz Langensiepen (Hrsg.): Das rheinische Platt. Eine Bestandsaufnahme. Handbuch der rheinischen Mundarten Teil 1: Texte. Rheinland-Verlag, Köln. 1989. ISBN 3-7927-0689-X
  • Maria Loiuse Denst: Olper Platt - Bergisches Mundart-Wörterbuch für Kürten-Olpe und Umgebung. Schriftenreihe des Bergischen Geschichtsvereins Abt. Rhein-Berg e. V. Band 29. Bergisch Gladbach 1999. ISBN 3-932326-29-6
  • Hans Bruchhausen und Heinz Feldhoff: Us Platt kalle un verstonn - Mundartwörterbuch Lützenkirchen-Quettingen. Bergisch Gladbach 2005. ISBN 3-87314-410-7
  • Julius Leithäuser: „Wörterbuch der Barmer Mundarten nebst dem Abriß der Sprachlehre“ [Wuppertal-] Elberfeld, 1929.
  • Julius Leithäuser: „Nachträge zum Barmer Wörterbuch“ Wuppertal-Elberfeld, 1936.
  • F. W. Oligschläger: „Wörterbuch der Solinger Volkssprache“
  • Rudolf Picard: „Solinger Sprachschatz, Wörterbuch und sprachwissenschaftliche Beiträge zur Solinger Mundart“, Duisburg, 1974.
  • Leo Lammert und Paul Schmidt: Neunkirchen-Seelscheider Sprachschatz, herausgegeben vom Heimat- und Geschichtsverein Neunkirchen-Seelscheid 2006. (ca. 7300 Wörter)
  • Gustav Hermann Halbach: Bergischer Sprachschatz - Volkskundliches plattdeutsches Remscheider Wörterbuch. Remscheid 1951
  • Erich Leihener: „Cronenburger Wörterbuch“ (Deutsche Dialektgeographier, Band 2) Marburg 1908
  • Theodor Branscheid (Hrsg): „Oberbergische Sprachproben. Mundartliches aus Eckenhagen und Nachbarschaft.“ Band 1, Eckenhagen, 1927.
  • Hermann Bredtmann: „Die Velberter Mundart. Ein kurzer Abriß der Laut- und Formenlehre nebst einem Wörterverzeichnis.“ Wuppertal, 1938.
  • Bruno Buchrücker: „Wörterbuch der Elberfelder Mundart nebst Abriß der Formenlehre und Sprachproben.“ [Wuppertal-] Elberfeld, 1910.
  • August Diesdrichs: „Beitrag zu einem Wörterbuch der Remscheider Mundart“. Remscheid, 1910.
  • Heinrichs, Werner: Bergisch Platt - Versuch einer Bestandsaufnahme, Selbstverlag, Burscheid, 1978
  • Heinrich Spohr: Das Düsseldorfer Rheinisch, Grupello Verlag, Düsseldorf, 2006, ISBN 3-89978-058-2
  • Hans Müller-Schlösser: „Wie der Düsseldofer denkt und spricht“, Düsseldorf, 1952.
  • Heinrich Karl Ständer: „Wie säht m'r dit un dat op Düsseldorfer Platt?“, Düsseldorf.
  • Engels, Heinz: „Ons Platt - schwazz op wiss: Ein Lehr- und Wörterbuch der Düsseldorfer Mundart ...“, Droste Verlag, 1996
  • Hanns Nüsser: Düsseldorfer "Platt" "Mer schrieve wie mer spreche" Protokoll einer Sprache. Herausgeber: Mundartfreunde Düsseldorf 1969 e.V. - Gemeinnütziger Verein. Düsseldorf, 1979.
  • Manfred Konrads: Wörter und Sachen im Wildenburger Ländchen, Rheinland-Verlag, Köln, 1981
  • Dr. Hermann Bredtmann: Die Velberter Mundart, Wuppertal-Elberfeld, 1938 *
  • Helmut Fischer: 'Wörterbuch der unteren Sieg. Rheinische Mundarten. Beiträge zur Volkssprache aus den rheinischen Landschaften Band 4. Rheinland Verlag, Köln, 1985. ISBN 3-7927-0783-7

Noot[bewerken]

  1. Georg Wenker (1852–1911): Das rheinische Platt 1877; in originele spelling

Externe links[bewerken]