Bergpapaja

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bergpapaja
Mountain papaya (Vasconcellea pubescens).jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Malviden
Orde: Brassicales
Familie: Caricaceae
Geslacht: Vasconcellea
Soort
Vasconcellea cundinamarcensis
V.M.Badillo (2000)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De bergpapaja (Vasconcellea cundinamarcensis, synoniem: Carica pubescens) is een plant uit de familie Caricaceae. Het is een nauwe verwant van de papaja (Carica papaya).

Het is een 3-5 m hoge boom met een pruikachtige kroon. De plant is alleen aan de bovenkant vertakt. De bergpapaja verschilt van de papaja door een sterkere vertakking en minder diep ingesneden en sterk behaarde bladeren. Aan de stam zijn duidelijk de littekens van de afgevallen bladeren zichtbaar. De plant bevat een wit melksap. De bladeren zijn langgesteeld, handvormig gedeeld, leerachtig en groot. De plant is tweehuizig. De mannelijke bloemen zitten in vertakte, tot 15 cm lange bloeiwijzen. Deze bloemen zijn buisvormig en geelwit. De vrouwelijke bloemen zijn groter en gelig.

De vruchten zijn kleiner dan de papaja, breed-peervormig, stomp vijfkantig en sterker aromatisch dan de papaja. De vruchten zijn 3-8 x 6-15 cm groot en rijp geelgroen of geel. Het vruchtvlees is glazig, groenig of gelig, zeer sappig, smaakt zuur en ruikt zeer fruitig. Het midden van de vrucht is gevuld met vele 7 x 5 mm grote, bruine zaden.

De vruchten hebben een duidelijk hoger gehalte aan het eiwit-splitsende enzym papaïne dan de gewone papaja. De vruchten worden over het algemeen gekookt of gestoofd als groente gegeten. In Zuid-Amerika en op Java wordt de bergpapja tot conserven en marmelade verwerkt. In verschillende Andeslanden wordt uit het vruchtvlees een frisdrank bereid.

De plant vindt zijn oorsprong in de Andes op hoogtes tussen 1200 en 3000 m van Peru tot Panama. De plant is geschikt om verbouwd te worden in tropisch hoogland op plekken waar het voor de papaja te koud is. Ook is deze soort resistent tegen virusziekten die andere papajasoorten aantasten. De plant wordt verbouwd in Zuid-Amerika, Florida en op sommige plekken in het bergland van Sri Lanka en Zuidoost-Azië. Chili en Peru zijn de voornaamste productie-landen.