Bergwandelen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Onder bergwandelen wordt wandelen in de bergen verstaan. Bergwandelen geschiedt doorgaans tot op een maximale hoogte van circa 3000 meter; daarboven in het hooggebergte, waar geen planten meer groeien, spreekt men eerder van bergklimmen, en zijn er omwille van de veiligheid ook speciale gereedschappen nodig. De Mettelhorn in Zwitserland met zijn 3406 m is vanuit het dal te Zermatt op 1620 meter boven zeeniveau redelijk eenvoudig te bewandelen. Geoefende bergwandelaars kunnen een hoogteverschil van 200 meter tot 400 meter per uur halen.

Als vorm van lichaamsbeweging en als sportieve activiteit kan bergwandelen worden aangemerkt als een niet te onderschatten tot zelfs tamelijk zware belasting van de hart-long-conditie en de beenspieren, hetgeen meebrengt dat een goede conditie zowel een vereiste hiervoor is als een gevolg ervan kan zijn. Puur als sport bestaat tevens de discipline van het berglopen, dat wil zeggen hardlopen over paden in het gebergte.

De 'hoofdregel' bij bergwandelen is: óf lopen, óf om je heen kijken, nooit tegelijkertijd!

Uitrusting en voorbereiding[bewerken]

Om veilig in de bergen te wandelen, is het raadzaam bovenal goed schoeisel te dragen. Ook is goede kleding noodzakelijk om te beschermen tegen slecht weer. Behalve gewone wandelkleding is een goed, liefst ademend regenpak en voldoende warme reservekleding vereist, ook wanneer men onder goede weersomstandigheden gaat lopen.

Het weer kan in het hooggebergte soms plotseling omslaan, en de moeilijkheidsgraad en de gevaarlijkheid van de route kunnen hierdoor sterk toenemen. Een tocht die begint tijdens hitte en felle zon, kan veranderen in een overlevingstocht met onweer en bliksem of sneeuwval, hagel en hevige regen, waarbij de routes onvindbaar kunnen zijn of blijken te veranderen in waterstromen (zie onder Gevaren). Wie in de zomervakantie aan bergwandelen wil doen, doet er verstandig aan ook tijdens de rest van het jaar de conditie te trainen middels lange afstandwandelen, fietsen, cardiotraining, hardlopen e.d.

Veel bergwandelaars gebruiken tegenwoordig 1 of 2 bergwandelstokken, die het wandelen lichter en veiliger maken, met name tijdens de (altijd zwaardere) afdalingen.

Een goede gedetailleerde wandelkaart, een kompas en een hoogtemeter helpen de bergwandelaar het verdere verloop van de geplande wandeling goed in te schatten.

Het wordt aanbevolen vroeg in de morgen te beginnen aan de bergwandeling, liefst als het net daglicht is en de omstandigheden goed zijn. Zo is de route die men wil afleggen meestal haalbaar met een veiligheidsmarge voor onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld verdwalen) voordat het 's avonds donker wordt. Een zorgvuldige routeplanning en voldoende proviand is eveneens een aanbeveling. Vaak liggen in toeristische gebieden berghutten waar uitgerust en gegeten kan worden. In nood kan bij sommige hutten overnacht worden.

Gevaren[bewerken]

Naast de gevaren die een onvoldoende goede uitrusting met zich meebrengen, is het ook van groot belang, het weerbericht te kennen en de weersontwikkelingen in de gaten te houden. In de bergen kunnen zich zeer snel wolken ontwikkelen die de argeloze wandelaar verrassen.

Bij twijfel is het zinvol de lokale bevolking te raadplegen of het geschikt weer is om een bergwandeling te maken. Zij hebben vaak veel verstand over de omstandigheden op het moment zelf, en hoe (snel) die kunnen veranderen. Ook kan het raadzaam zijn om op de camping of hotel door te geven welke route men gaat wandelen, en hoe laat men ongeveer weer terug denkt te zijn. Mocht er dan iets gebeuren, kunnen zij eventueel de hulpdiensten inschakelen.

Plotselinge wolkenontwikkeling op circa 2300 meter

Moeilijkheidsgraad[bewerken]

Op bergkaarten worden de verschillende routes vaak aangegeven met verschillende moeilijkheidsgradaties. Meestal worden deze aangegeven met:

  • Zwarte routes; deze routes zijn voor geoefenden, soms klimmateriaal nodig, gevaarlijk (soms via ferrata of oversteek over gletsjers).
  • Rode routes; middelzware routes, grotere hoogteverschillen, lichte klimervaring nodig.
  • Blauwe routes; makkelijke routes, niet zwaar, niet gevaarlijk.

Als men last heeft van hoogtevrees is het af te raden om een rode of zwarte route te lopen, dit bemoeilijkt de tocht zeer, zowel mentaal als fysiek.

Er zijn uitzonderingen hierop. Vaak zijn dit variaties op routes, b.v. blauw/rode routes, maar ook routes met verplichte klimuitrusting, met een waarschuwing en het alarmnummer aangegeven. Het moge duidelijk zijn dat dit voor zeer geoefenden is. Variaties per klimgebied zijn mogelijk.

Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: (Berg)wandelen.