Berkenwants
| Berkenwants | |||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||||
| Elasmucha grisea Linnaeus, 1758 |
|||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
De berkenwants (Elasmucha grisea) is een insect, een wants uit de familie Acanthosomatidae.
[bewerken] Algemeen
De maximale lengte ligt meestal tussen 6 en 9 millimeter lang en het lichaam is enigszins driehoekig, en heeft zoals de meeste wantsen een duidelijk zichtbaar driehoekig 'schildje' op het midden van de rug, dit wordt ook wel scutellum genoemd. Bij een aantal soorten wantsen waaronder deze soort wijkt de kleur van het scutellum iets af en steekt het iets naar boven en is duidelijk zichtbaar. De kleuren van dit dier zijn soms prachtig rood met groen, maar ook meer bruine tot grijze exemplaren komen voor.
Deze soort lijkt enigszins op de berkenschildwants (Elasmostethus interstinctus), maar is ervan te onderscheiden door de twee rijen zwarte vlekjes aan weerszijden van de rug, die de laatste soort niet heeft. Eigenlijk zijn het zwarte strepen die doorlopen onder de vleugels en slechts voor een deel te zien zijn.
[bewerken] Voeding en voortplanting
Zoals de naam al doet vermoeden leeft deze wants uitsluitend op berken en zuigt plantensappen op. De wants komt daarom in Nederland overal voor waar berken staan en is zeer algemeen. Ook de jonge dieren (nimfen) leven van plantensappen en lijken vlak na de geboorte nog niet op de ouderdieren omdat ze afwijkende kleuren hebben en nog geen vleugels. Net uit het ei zijn ze nog zwart met een geel lijf, later kleuren ze groen met een gele lijnentekening.
Opmerkelijk is dat de moederwants haar eieren en de pas uitgekomen jongen een tijd bewaakt. Vlak nadat de nimfen een eigen weg gaan zit haar taak erop en sterft ze korte tijd later. Ook zoeken de vrouwtjes elkaar op en bewaken elkaars jongen waardoor grote hoeveelheden nimfen kunnen worden aangetroffen. Het komt wel meer voor dat insecten de eitjes en/of de jongen beschermen, maar dat diverse ouderdieren elkaars jongen bewaken gaat net iets verder. Bij deze soort heeft de aanwezigheid van roofdieren als mieren daar waarschijnlijk mee te maken; zonder bescherming van de moeder worden de nimfen binnen korte tijd allemaal opgegeten.