Bernard Davids
Aaron Barend (Bernard) Davids (Amsterdam, 28 augustus 1895 - Bergen-Belsen, 22 februari 1945) was een Nederlandse opperrabbijn.[1]
[bewerken] Leven en werk
Davids was een zoon van diamantslijper Nehem Davids en Rosa Dinner/Dünner. Hij was van moederszijde een kleinzoon van rector Joseph Hirsch Dünner. Hij trouwde met Erika Feuchtwang, zij kregen drie kinderen.
Davids studeerde in Amsterdam aan het Nederlands Israëlietisch Seminarium en behaalde daarnaast het kandidaatsexamen klassieke letteren aan de Universiteit van Amsterdam.[2] Nadat hij zijn moré-titel had behaald, studeerde hij nog enige tijd aan het Seminarium in Berlijn.
Davids werd in 1924 benoemd tot opperrabbijn van het synagogaal ressort Friesland. In 1927 stapte hij over naar Groningen, waar hij de jong overleden Abraham Asscher opvolgde. Op 6 april 1930 werd hij geïnstalleerd als opperrabbijn van het ressort Rotterdam.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog weigerde Davids onder te duiken, hij wilde dicht bij zijn mensen blijven. Hij werd echter opgepakt en op 7 juni 1943 met zijn gezin overgebracht naar kamp Westerbork. Op 11 januari 1944 volgde een transport naar Bergen-Belsen. Hij overleed er een maand later op 49-jarige leeftijd.
| Bronnen, noten en/of referenties |
| Voorganger: Samuel Rudelsheim |
Opperrabbijn van Friesland 1924 - 1927 |
Opvolger: S.J.S. Hirsch a.i. |
| Voorganger: Abraham Asscher |
Opperrabbijn van Groningen 1927 - 1930 |
Opvolger: Simon Dasberg |
| Voorganger: Bernhard Ritter |
Opperrabbijn van Rotterdam 1930 - 1945 |
Opvolger: Lou Vorst |