Bernard van Septimanië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bernard van Septimanië
795-844
Graaf van Toulouse
Periode 816 - 844
Voorganger Bego
Opvolger Fredelo
Graaf van Barcelona
Periode 826-844
Voorganger Rampón
Opvolger Sunifried
Vader Willem van Gellone
Moeder Cunegonde

Bernard van Septimanië (795 - 14 februari 844) was een zoon van Willem van Gellone en van Cunegonde. Hij was graaf van Barcelona, van Toulouse en van de Spaanse Mark en werd een rechtstreekse raadgever van Lodewijk de Vrome. Hij was een verre verwant van Lodewijk de Vrome en een zoon van Willem met de Hoorn, die hertog van Toulouse was onder Karel de Grote.

Lodewijk de Vrome begunstigde hem met Barcelona in 820. Wegens zijn steun aan Peppijn II van Italië, zou Karel de Kale hem in 844 laten ombrengen. In 824 trouwde Bernard in Aken met Dhuoda (800-843), een dochter uit een belangrijke Austrasische familie. Hij werd vader van:

In 826/827 viel emir Abd-er-Rahman II van Córdoba Barcelona aan. Hoewel het hof van Lodewijk een leger onder Hugh van Tours en Matfrid van Orléans stuurde om de graaf van Barcelona bij te staan, moest deze de aanval zelf af weten te slaan omdat de legeraanvoerders te lang talmden hem te hulp te komen. Zij werden daarvoor door Lodewijk de Vrome bestraft. Bernard werd een naaste raadgever van de keizer en vooral van zijn vrouw Judith. Daarmee kreeg hij een sleutelrol in de strijd tussen de oudere zoons van Lodewijk -vooral Lotharius- aan de ene kant en Judith en haar zoontje Karel aan de andere.

In 829 werd in Worms besloten aan Karel, die toen slechts zeven jaar oud was, een deel van het rijk toe te kennen. Bernard werd benoemd als kamerling. De tegenpartij, met leidman Wala van Corbie, reageerde met een grootscheepse lastercampagne tegen Bernard en Judith. Zij werd beschuldigd van overspel, hekserij en zelfs van plannen de keizer te vermoorden.

In 830 kwamen de andere zoons Lotharius I, Lodewijk de Duitser en Pepijn van Aquitanië in opstand om hun vader 'te bevrijden' van de slechte vrouw aan zijn zijde. Er ontstond een burgeroorlog met wisselende partijen. Zo wist Bernard, die zich teruggetrokken had in Barcelona, Pepijn van Aquitanië te overreden tegen Lotharius in opstand te komen. Deze antwoordde onder andere met een beleg van Chalons waar hij Gauzhelm en Gerberga, een broer en een zus van Bernard liet ombrengen, de laatste door haar te beschuldigen van hekserij.

Na de dood van Pepijn van Aquitanië werd dit deelrijk aan Karel de Kale gegeven en deze trachtte ook Bernard -die Pepijns onterfde zoon Pepijn II steunde- voor zich te winnen. Na de slag van 25 juni 841 waarin Lotharius en Pepijn II verslagen werden door Karel en Lodewijk (de Duitser) bewees Bernard zijn trouw aan Karel door hem zijn zoon Willem als gijzelaar geven. Dhuoda schreef naar aanleiding hiervan haar beroemde Handboek waarin zij de ideale opvoeding van een jonge christelijke edelman beschrijft.

De bemoeienissen van Dhuoda mochten niet veel baten. In 850 trachtte Willem met steun van de Robertijnen Barcelona terug in handen te krijgen. Zowel hij als zijn vader werden daarvoor door Karel terechtgesteld.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen