Berner Alpen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag van het Berner Oberland

De Berner Alpen of het Berner Oberland is een bergketen in Zwitserland, die deel uitmaakt van de Alpen. Oorspronkelijk werd de naam Berner Oberland alleen gebruikt voor de dalen van Grindelwald, Lauterbrunnen, Wengen en Mürren, maar tegenwoordig geldt de naam voor de hele noordkant van de bergketen in het Zwitserse kanton Bern. De Berner Alpen vormen een van de hoogste delen van de Alpen. Alleen in de Walliser Alpen en het Mont Blancmassief bevinden zich hogere bergtoppen.

In dit deel van de Alpen kwam al in de 19e eeuw toerisme op gang, omdat het vanuit het noordwesten van Europa makkelijk te bereiken is. Het gezicht op de Eiger, Mönch en Jungfrau behoort mede daarom tot de bekendste panorama's van Zwitserland. De Eiger is met zijn steile noordwand ook een bekend fenomeen in de klimsport.

Geografie[bewerken]

In het oosten gaan de Berner Alpen aan de andere kant van de Grimselpas en het Haslital over in de Urner Alpen. In het zuiden vormen de bergen ten noorden tegen het Rhônedal de grens tussen de Berner Alpen en de Walliser Alpen. In het noorden en noordwesten worden de Berner Alpen van de lagere Berner Vooralpen gescheiden door een grote lijn in het landschap, de Hintere Gasse. In het westen grenzen de Berner Alpen aan de lagere bergen in de kantons Vaud en Fribourg.

De oostelijke Berner Alpen uit het noorden: van links naar rechts de toppen van de Wetterhorn, Schreckhorn, Finsteraarhorn, Fiescherhorn, Eiger, Mönch en Jungfrau.

De Berner Alpen kunnen in een westelijk en een oostelijk deel worden verdeeld, waarbij de oostelijke toppen hoger zijn dan de westelijke. Van west naar oost zijn de belangrijkste toppen:

Westelijke Berner Alpen
Oostelijke Berner Alpen

Aan de noordkant, in het kanton Bern, beginnen de noord-zuid georiënteerde dalen in de hoogten van de Berner Alpen:

Van oost naar west:

Aan de zuidkant van de Berner Alpen, in het kanton Wallis, zijn de zijdalen van het Wallis op een paar na veel korter dan de dalen aan de noordkant van de Berner Alpen of aan de zuidkant van het Wallis. Van oost naar west zijn een paar dalen:

Geologie en landschap[bewerken]

De Aletschgletsjer
Het Lauterbrunnental is een typisch voorbeeld van een trogdal, met steile wanden.

Gesteentes uit de Berner Alpen worden in de geologie ingedeeld bij de Helvetische Zone. Het oostelijk deel van de Berner Alpen, dat hoger en massiever is dan het westelijk deel, hoort bij het Aarmassief. Gesteentes in dit terrein zijn metamorfe gesteentes uit het Paleozoïcum, die voor de vorming van de Alpen al door de Hercynische gebergtevorming zijn gedeformeerd. Het zijn graniet, amfiboliet, gneis en schist. Ten noorden van deze massieven dagzomen de Helvetische Dekbladen, die voornamelijk uit Krijtaire en Jurassische kalksteen bestaan. De kalksteen helt zeer steil tegen het kristallijne massief aan. Dit komt door de druk uit het zuidoosten bij het omhoog komen van het Aarmassief. De steil staande kalksteen vormt de wand van de Eiger, de Jungfrau bestaat juist uit metamorfe gesteentes van het Aarmassief.

Het westelijk deel van de Berner Alpen bestaat uit Mesozoïsche sedimentaire gesteentes, waaronder veel kalksteen.

Het verschil in geologie is te zien in het landschap. De westelijke Berner Alpen bestaan uit geïsoleerde kalkmassieven, de hoogste top is net iets meer dan 3200 m hoog. Er liggen slechts enkele gletsjers op het karstlandschap. Er voeren enkele passen voor wandelaars over deze bergen. De oostelijke Berner Alpen daarentegen bestaan uit lange bergketens met veel toppen boven de 4000 m, en talloze gletsjers, zodat er geen wegen overheen kunnen lopen. Zelfs te voet is een oversteek hier alleen te doen door ervaren klimmers.

In het oosten van de Berner Alpen ligt een aantal stuwmeren: de Räterichsbodensee, de Grimselsee, en de Oberaarsee.

Natuur[bewerken]

In het oostelijk deel van de Berner Alpen bevinden zich, per oppervlakte, meer gletsjers dan in andere delen van de Alpen. Daaronder is de langste gletsjer van de Alpen, de Aletschgletsjer. Het gebied Jungfrau-Aletsch telt sinds 2002 onder het werelderfgoed van de UNESCO. Onder meer het Aletschwald is biologisch van groot belang.

Omdat ze aan de noordkant van de Alpen liggen, valt er meer neerslag dan in centrale en zuidelijke gebieden van de Alpen.

Verkeer en toerisme[bewerken]

In de middeleeuwen waren de passen van de westelijke Berner Alpen al de belangrijke verbinding tussen het Berner Oberland en Wallis. Omdat de handelaren die van de passen gebruik maakten vaak Alemannen waren hebben nu nog veel toppen in Franstalig gebied Duitse namen. Hoewel in het noorden alleen de dalen werden bevolkt, werden aan de zuidkant ook delen van de hellingen bewoond.

De noordkant van de Berner Alpen werd al in de periodes van de barok en romantiek een reisdoel voor dichters: Goethe, schilders: William Turner en Caspar Wolf en wetenschappers: Louis Agassiz. Al snel volgde het eerste toerisme, het alpinisme is in dit gebied ontstaan. De eerste expedities om toppen te beklimmen, zoals naar de Jungfrau in 1811 en Finsteraarhorn, in 1812 en 1829, werden in het gebied georganiseerd.

In het Berner Oberland begon het toerisme eerder dan in Wallis.

In 1894-1912 werd de Jungfraubahn gebouwd, voor een groot deel door een tunnel, naar Jungfraujoch. Station Jungfraujoch is het hoogste treinstation van Europa, 3454 m. Een andere spoorverbinding, de tunnel van het noorden naar het zuiden door het Berner Oberland, de Lötschbergtunnel van Kandersteg naar Goppenstein kwam in 1913 klaar. In 2007 werd voor deze verbinding de nog langere Lötschberg-basistunnel in gebruik genomen.

In de 20e eeuw ontstonden grote skigebieden in de westelijke Berner Alpen, zoals Crans-Montana en les Diablerets. Ook zomers kan hier worden geskied. Hoewel ook enkele skiplaatsen aan de zuidkant van de oostelijke Berner Alpen ontstonden, komen daar vooral wandelaars en bergklimmers. Soms worden berghutten, die voor wandelaars zijn bedoeld, 's winters door skiërs gebruikt.