Beroepsgeheim

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het beroepsgeheim is de plicht om te zwijgen over feiten en gegevens van derden, die iemand bij het uitoefenen van zijn beroep te weten is gekomen. Het wordt ook wel zwijgplicht genoemd. Het gaat daarbij vooral om vrije beroepen. Het beroepsgeheim geldt niet als de betrokkene toestemming geeft om aan derden inlichtingen te verstrekken.

Schending van het beroepsgeheim is strafbaar (Nederland : art. 272 Wetboek van Strafrecht , België : Art 458 Strafwet en uitzonderingen beperkend opgesomd in Art 458bis Strafwet).

Aan het beroepsgeheim is voor een aantal beroepen het verschoningsrecht verbonden, het recht om vragen van een rechter niet te behoeven te beantwoorden.

Reden[bewerken]

Het beroepsgeheim zorgt ervoor dat bepaalde beroepsbeoefenaren hun werk kunnen doen, en dat hun cliënten vrijuit met hen kunnen spreken.

Beroepen[bewerken]

Het beroepsgeheim geldt momenteel in de meeste westerse landen. De beroepen waarvoor het geldt zijn onder meer:

Het beroepsgeheim in Nederland[bewerken]

In Nederland is het beroepsgeheim voor artsen en andere medische hulpverleners geregeld in art. 457 van Boek 7 van het Burgerlijk wetboek en in art. 88 van de wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Schending van het beroepsgeheim is bovendien strafbaar (art. 272 Wetboek van Strafrecht). Het is geen absoluut recht, omdat het op grond van zwaarwegende maatschappelijke belangen door de rechter kan worden doorbroken.

Het beroepsgeheim in België[bewerken]

Geneesheren, heelkundigen, officieren van gezondheid, apothekers, vroedvrouwen en alle andere personen die uit hoofde van hun staat of beroep kennis dragen van geheimen die hun zijn toevertrouwd, zijn gebonden door het beroepsgeheim.

Schending van het beroepsgeheim wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van 100 euro tot 500 euro (deze wettelijke bedragen voor de geldboeten dienen vermenigvuldigd te worden met 5,5).

Op het beroepsgeheim bestaan uitzonderingen (Art. 458bis somt deze uitzonderingen op):

  • voor wie als getuige opgeroepen wordt voor een rechter of voor een parlementaire onderzoekscomissie
  • als de wet verplicht geheimen bekend te maken[1]

Art 458bis wordt vanaf 01.03.2013 uitgebreid voor misdrijven van huiselijk geweld (Wet van 23.02.2012, BS 26.03.2012)

Het beroepsgeheim in Suriname[bewerken]

De schending van het beroepsgeheim wordt in Suriname strafbaar gesteld door artikel 332 van het Wetboek van Strafrecht.

Dit artikel 332 bepaalt:

'Art. 332. Hij die opzettelijk enig geheim, hetwelk hij, uit hoofde van zijn hetzij tegenwoordig hetzij vroeger ambt of beroep, verplicht is te bewaren, bekend maakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste zes honderd gulden.

Indien dit misdrijf tegen een bepaald persoon gepleegd is, wordt het slechts vervolgd op diens klachte.'

Schending van het beroepsgeheim zal in Suriname dus meestal een klachtmisdrijf zijn.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Art. 458 van het Strafwetboek.