Bersiap
De Bersiap-periode was een gewelddadige periode in de Indonesische geschiedenis die duurde van ongeveer oktober 1945 tot begin 1946. Na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 ontstond een gezagsvacuüm in het toenmalige Nederlands-Indië.
Inhoud |
Beschrijving [bewerken]
Geschiedenis [bewerken]
Op 15 augustus 1945 gaf Japan zich over aan de geallieerden. Aangezien er geen geallieerde of Nederlandse troepen in Indonesië aanwezig waren, maar wel de Japanse bezetters, kregen de Japanners van de geallieerden specifieke orders om de status quo te handhaven totdat geallieerde troepen arriveerden. Soekarno, Hatta, en de oudere leiders waren terughoudend om op te treden en wilden geen conflict uit lokken met de Japanners. Vice-admiraal Maeda Tadashi, vrezend voor gewelddadige jeugdgroepen en gedemoraliseerde Japanse troepen, wilde een snelle overdracht van de macht aan de oudere generatie Indonesische leiders.
Terwijl deze groep leiders, met Soekarno en Hatta, terughoudend was, geloofden republikeinse jongeren (de 'Pemoeda'), dat ze de plicht hadden op te roepen tot revolutie. Soekarno werd door de Pemoeda ontvoerd en in zijn huis op Pegangsaan Oost met succes onder pressie gezet om, twee dagen na de Japanse capitulatie, op 17 augustus de Republik Indonesia uit te roepen.
Met politieke druk hadden Soekarno, Hatta en anderen de Japanse macht zover gekregen dat er een Indonesisch leger werd opgericht (de Peta = Pembela Tanah Air) dat geen vuurwapens kreeg maar wel door Japanse instructeurs werd getraind. Daarnaast was er, min of meer naar communistisch voorbeeld georganiseerd in een cellenstructuur, een volksstrijdmacht opgezet, de zogenaamde "Banteng-groepen" (een banteng is een soort rund). De bewapening was sober, ze bestond uit een kapmes (een dagelijks gereedschap, per etnische groep wisselend van vorm en grootte, in vrijwel de hele archipel) en de bambu-runcing (runcing = spits/puntig) een in een punt geslepen bamboestok van omstreeks 2 meter lang. Het argument naar de Japanse bezetter toe voor het oprichten van deze militaire en paramilitaire groepen was: de Japanse troepen steun te verlenen bij een eventuele geallieerde invasie. Het ligt voor de hand dat in deze paramilitaire milities ook zeer veel gewelddadige, roofzuchtige elementen zaten.
Uitbraak van geweld [bewerken]
Toen Nederland zijn gezag over de archipel wilde herstellen kwam het op een aantal plaatsen tot gewelddadigheden, waarbij met name onder Indo-Europeanen en Chinezen vermoedelijk enkele duizenden doden zijn gevallen. In grote delen van Sumatra werd de macht van de inheemse volkshoofden op zeer gewelddadige wijze gebroken. Dat laatste vormt de historische betekenis van de Bersiap-periode. De meeste Europese burgers zonder of bijna geen Indonesische afkomst (Totoks) zaten nog in Japanse interneringskampen (jappenkampen), door de Japanners aangeduid als beschermde wijken, waardoor onder hen relatief weinig slachtoffers zijn gevallen. Daartegenover staat dat voor velen de bevrijding zowat een jaar later pas plaats vond toen ze werden "uitgewisseld" dan wel bevrijd door Brits-Indische troepen (met name de Ghurka's). Schattingen van 1947 gaan uit van 3.500 Nederlanders, meest van gemengde afkomst, die vermoord werden. Dr L. de Jong achtte deze schatting te laag.
De organisatie van de "strijdmacht" vertoonde weinig samenhang. De communicatie tussen alle groepen/cellen was uitermate gering: het vaste telefoonnet was verwaarloosd. Een effectief communicatiemedium in de stad waren de lantaarnpalen. Men sloeg dan met een stuk ijzer op de lantaarnpalen onder het schreeuwen van de "strijdkreet". Bersiap was de strijdkreet van de zeer vele nationalistische Indonesische jongeren (Pemoeda's) bij deze Indonesische revolutie. De twee betekenissen zijn "Wees paraat!" en "Geeft acht!". Letterlijk betekent het: "Maak je klaar" (siap = gereed). Dit communicatie-/mobilisatieplan was natuurlijk heel effectief voor het op de been brengen van grote massa's, ze was echter ook heel/te globaal van inhoud en ongericht.
Soerabaja [bewerken]
De moordpartijen werden in de hand gewerkt door de fel propagandistische radiouitzendingen van de zender "Radio Pemberontak" waarin openlijk werd opgeroepen tot uitroeien van alle Belanda's'" (Nederlanders) en alle Anjing Belanda's (Nederlandse honden), waarmee de Indo's werden bedoeld. De Indonesische premier Sjahrir riep op om een einde te maken aan de gewelddadigheden. In Soerabaja heerstte het Komite Nasional Indonesia (KNI) en de veiligheidsorganisatie Badan Keamanan Rakjat (BKR). De macht van de Barisan Pemberontakan Rakjat Indonesia (BPRI) werd onder leiding van Soetomo, die haat en vernietiging predikte via de radio, steeds groter. Opgehitste pemoeda's trokken zich niets aan van het leger of van de politie en vergrepen zich aan de uit de kampen vrijgekomen mannen, vrouwen en kinderen (ook Indische Nederlanders). Zij waren meestal niet ouder dan veertien of vijftien en door de Japanners opgevoed.[1]
Zie ook [bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|